The Antlers :: Hospice

Conceptplaten zijn niet meer van deze eeuw, want hitsingles en mp3’s regeren tegenwoordig. Het is een vooroordeel dat Peter Silberman (de muzikant uit Brooklyn, niet de dokter uit Terminator) graag ten grave draagt. Met Hospice werkt hij het recept uit tot de meest aangrijpende plaat die we dit jaar hoorden.

Deze plaat geldt als het debuut voor The Antlers, na enkele EP’s en een soloplaat van Silberman. Aanvankelijk verscheen Hospice in eigen beheer, maar een tijd geleden bracht Frenchkiss Records een remaster uit en ondertussen is die ook bij ons om de hoek te vinden. Dat kunnen we alleen maar toejuichen, hoewel dit ver van gesneden koek is. De so(m)bere hoes, de titel, de eerste klanken van “Prologue” die je meteen in een ijzige houdgreep nemen: Hospice klinkt allerminst als een bezoek aan Plopsaland of de Sinksenfoor, zoveel is duidelijk.

Het album suggereert in tien hoofdstukken het verhaal van een verpleger die psychisch wordt leeggezogen door een terminale patiënte. De details liggen verscholen in de interpretatie van de teksten. Die teksten zijn vaak zo treffend dat het onwaarschijnlijk is dat ze louter verzonnen zijn. Zelf houdt Silberman het erop dat het verhaal deels autobiografisch is en deels gebaseerd op dromen. Dat is ook niet essentieel om te weten, de luisteraar staat het vrij om deze plaat persoonlijk te ervaren, maar een vertrekpunt helpt wel.

De zachte slagakkoorden op piano zetten tijdens “Kettering” de deur op een kier, maar eenmaal binnen nestelt de krop zich in de keel. “I wish that I had known in that first minute we met / the unpayable dept that I owed you”. Ook wie weigert in de afgrond gezogen te worden en de tekst halsstarrig probeert te negeren, weet dat dit niet de goed-nieuwsshow van de pasgeboren koala is die het journaal afsluit. Met invloeden uit post-rock en shoegaze slaagt The Antlers erin een erg filmisch geluid neer te zetten dat de enige deur naar buiten op slot draait.

“Sylvia” heeft de opbouw van een intervaltraining en doet met zijn trompetmelodie licht denken aan Arcade Fire. “Atrophy” illustreert de emotionele uitputtingslag die de verteller voert: “While I’m awake I’m impossible, constantly letting you down” en later “I’m bound to your bedside, your eulogy swinger”. Heel anders is de kinderlijke melodie van “Bear” dat naadloos overgaat in de smeekbede “Thirteen”. Trapsgewijs zuigt het album je dieper naar binnen. Het daarop volgende “Two” is een kantelmoment: hoewel het op de een of andere manier hoop uitstraalt, wordt duidelijk dat dit verhaal geen happy ending krijgt.

Tijdens “Shiva” stoppen de machines met piepen en “Wake”, met bijna negen minuten het langste nummer, luidt op het ritme van een kloppend hart contradictorisch het zwarte gat in: “The hardest thing is never to repent for someone else, it’s letting people in”. “Epilogue” is een akoestische herneming van “Bear”, waarin Silberman zijn stem tussen die van Jeff Buckley en Tom Yorke wringt. Wanneer de laatste klanken zijn weggeëbd blijven we verweesd achter. Het getuigt van grote klasse om een dergelijk meeslepend album te maken en ondanks het onderwerp toch niet af te stoten, integendeel. Hospice is, in twee woorden, pijnlijk mooi.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − tien =