Taken By Trees :: East Of Eden

Hoewel Pakistan niet op het lijstje te mijden landen staat, kan het bezwaarlijk als een uitgelezen vakantieplek beschouwd worden. Dat ondervond ook de Zweedse Victoria Bergsman toen ze samen met Andreas Söderström naar Pakistan trok om daar aan een nieuw Taken By Trees-album te werken en ei zo na ontvoerd werd.

Waarom Bergsman per se naar Pakistan wou trekken, valt moeilijker te duiden. Zelf beweert ze onder meer gefascineerd te zijn door de muziek van Nusrat Fateh Ali Khan en de Soefi-cultuur die muziek en dans als een middel tot religieuze extase beschouwen. De inbreng van lokale Soefi-muzikanten heeft echter een bitter nasmaakje, want het lijkt alsof Bergsman doelbewust een “wereldmuziek”-plaat wilde maken waarbij ze een beeld van mystieke oorden en verheven muziek kon schilderen. Er klinkt een zekere berekendheid in door, in het bijzonder door haar opmerking “Of course, I could have gone to India to do this, but where’s the mystery in that?”

De cynische opmerkingen over doordachte marketingtrucjes worden gelukkig het zwijgen opgelegd door de plaat zelf. Want berekend of niet, het kan alvast niet ontkend worden dat Bergsman met East Of Eden een trefzekere mix van sixties-pop en Oriëntaalse muziek weet te brengen. Op geen enkel moment lijkt het ernaar dat ze haar gekende geluid tracht op te smukken met enkele exotische snufjes. Veeleer is er sprake van een oprechte kruisbestuiving waardoor het album de allure krijgt van een plaat die effectief in deze regio ontstaan is, en waarbij het doel net was om Westerse popelementen te verzoenen met de traditie.

Deze versmelting van stijlen werkt niet altijd even goed zoals het goedbedoelde maar nooit boeiende “Watch The Waves” duidelijk maakt. Toch is de negatieve beoordeling van het nummer veeleer te wijten aan zijn intrinsieke zwakke kwaliteit dan aan zijn invalshoek, zoals “To Lose Someone” verpletterend bewijst. De muzikale invulling is hier overduidelijk Pakistaans gekleurd, terwijl de songstructuur en zanglijnen veel dichter aansluiten bij de Westerse traditie. Met “Anna” wordt bewezen dat het Pakistaans instrumentarium ook op het achterplan zijn werk doet. De song kiest immers nadrukkelijk voor een popgevoel zonder dat de Oriëntaalse toets, namelijk de instrumenten, als een goedkoop effect klinkt.

Met het mysterieuze “Bekännellse” begeeft Bergsman zich op het mysterieuze kruispunt tussen Zweden en Pakistan terwijl “Day By Day” zichzelf net tot een uptempo Pakipopnummer omtovert. De meest opmerkelijke nummers op de plaat zijn echter “Wapas Karna”, dat als een traditioneel Pakistaans nummer klinkt, en de eigenzinnige semicover “My Boys” (Animal Collectives “My Girls”); maar hoe goed/grappig of gedurfd ook, Bergsman heeft ze niet nodig om de aandacht op haar plaat te vestigen. Met songs als “Greyest Love Of All” (een warme update van het geluid op haar debuut) en “Tidens Gång” (een melancholisch-dromerig pareltje) laat ze voldoende horen wat ze in haar mars heeft.

Bergsmans fascinatie en voorliefde voor de jaren zestig is wijd en zijd bekend, zowel bij The Concretes als op het debuut van Taken For Trees (om nog maar te zwijgen over haar inbreng op de single “Young Folks” van Peter, Bjorn and John) was de invloed van jaren zestig pop onmiskenbaar aanwezig. En hoewel ook op East Of Eden het tijdperk en de stijl nog steeds doorschemert, is het een heel andere plaat geworden. De grote verdienste van Bergsman op dit album ligt niet zozeer in de songs op zich noch in de keuze voor een Pakistaanse toets maar wel in de manier waarop ze de Westerse en Oriëntaalse traditie met elkaar verzoent. East Of Eden klinkt nergens geforceerd of gezocht maar vooral natuurlijk en organisch waardoor het achterliggende verhaal er niet eens meer toe doet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − 5 =