Classic of the Noughties – Modern Life Is War :: Witness

Deathwish Inc. / Reflections, 2005

In de jaren negentig was ik een fervente volger van de wereldwijde
hardcorescene. Dat had natuurlijk veel te maken met het succes van
nogal wat Vaderlandse bands. In het nieuwe millennium verwaterde
mijn passie voor het genre steeds meer, ook al omdat de muziek zelf
steeds flauwer werd. Datgene waar ik zo voor gevallen was – een
oprechte mix van emoties, harde metalriffs en een ‘fuck you, we
doen het zelf’-punkgevoel – vind ik steeds minder terug bij de
hedendaagse bands. Al hebben zij natuurlijk andere verdiensten,
zoals het opwaarderen van de eyeliner en het vulgariseren van
sleeve tattoos.

Tijdens het voorbije decennium loonde het desondanks nog steeds de
moeite het genre te volgen. Enkele oudere bands, zoals Backfire,
Integrity of Slapshot, bleven koppig doordoen en leverden degelijk
werk af. Daarnaast bloeide er echter ook af en toe een roos open op
de mestvaalt van de nieuwe bands. ‘Witness’ was wat mij betreft die
met de geurigste bloem en de scherpste doornen.

Het album werd geschreven door gepassioneerde muzikanten, die
duidelijk even grote fan waren van Converge als van
Youth of Today of van originele vierakkoordenpunk. De link met die
eerste band gaat trouwens verder dan muzikale beïnvloeding. Jacob
Bannon, de zanger van Converge, verzorgde het prachtige artwork en
Kurt Ballou, gitarist van diezelfde band, leverde een perfecte
geluidsmix af. Met zo’n team kom je gezegend aan de start, al moet
je natuurlijk zelf ook sterk werk afleveren. Dat deed Modern Life
Is War zeker, en wel op verschillende niveaus.

De gitaren en de stem zijn niet al te overstuurd en de eindmix is
vrij helder. Dit geeft het album een spontaan en oprecht gevoel, en
dat was zeker nodig. Door de manier waarop de songs zijn opgebouwd
en de bijna literaire teksten van de zanger, zijn de nummers van
Modern Life Is War meestal een pak moeilijker verteerbaar dan die
van de gemiddelde hardcorepunkgroep. De onderwerpen die zanger
Jeffrey Eaton aansnijdt zijn dan ook niet meest voorkomende in het
genre, al zijn richtingloosheid, eenzaamheid, oorlog of het leven
op tour nu ook weer zo niet uniek.

Volstrekt eigenzinnig is wel de manier waarop hij zijn gedachten
verwoordt. De negen songs op deze cd zijn van een poëtische,
literaire kwaliteit die zelden gezien is in rockmuziek. Vaste
strofe- en refreinstructuren worden vermeden, maar toch krijgen de
woorden een mystieke cadans die de lezer/luisteraar koortsachtig
vooruit jaagt. Er wordt sterke beeldtaal gehanteerd die de
realiteit niet verdoezelt, maar juist versterkt.

En die realiteit was niet zo opbeurend voor de jonge twintigers van
die tijd. Stedelijk verval en onbegrip bepalen het leven in small
town America. De verschillende oorlogen van president Bush slaan
wonden bij de achterblijvers en de overlevenden, maar er is ook het
demotiverende uitzicht op slecht betaald en weinig inspirerend werk
in een aftandse fabriek. Muziek is dan ook een uitlaatklep; de band
schreef hierover zelfs het beste punknummer van het decennium:
‘D.E.A.D.R.A.M.O.N.E.S.’

De meeste nummers op het album zijn echter heel wat minder
rechtlijnig. Via kronkelige constructies van riffs, minisolo’s en
roffelende drumpatronen probeert de band haar boodschap over te
brengen. Het nummer ‘Martin Atchet’ is hier een goed voorbeeld van.
Een lichtjes chaotisch en dreigend begin maakt gaandeweg plaats
voor een tegendraadse, maar in se melodieuze poppunkriff, om dan te
eindigen met de ondubbelzinnige boodschap “you made your choice and
now you pay the price… you fucking bastards!” Niet de meeste
subtiele eindnoot die je aan een nummer kan breien, maar het nummer
gaat dan ook over een vervreemd en gewelddadig jong mens. Misschien
wel een college shooter?

Het volgende nummer, ‘John & Jimmy’, is inhoudelijk één en al
genuanceerde besluiteloosheid en gaat over het lot van terugkerende
soldaten en de houding die de thuisblijvers daarbij aannemen. De
krachtige soundtrack bij deze overpeinzingen stuitert heen en weer
tussen noise en melodie, als een terugkaatsende kogel tussen
pantserplaten, en dan poef!, is het gedaan.

De band bouwt graag op naar een climax, zoals in de nummers
‘Marshalltown’ en ‘Young Man Blues’. Dat eerste is een
voortglijdende modderstroom van gitaar en feedback, die de desolate
atmosfeer van een vervallen heimat weergeeft en zeer ontmoedigend
concludeert dat “the world isn’t against you my dear, it just
doesn’t care.”

‘Young Man Blues’ is een pak heavier en ruiger, met meer typische
hardcoreriffs en een zeer fysieke vurigheid. Tegelijkertijd is dit
ongetwijfeld een van de persoonlijkste nummers op een (naar
hardcorenormen) al erg openhartige plaat. Een stukje van de tekst
wil ik je niet onthouden: “They’ll get you when you’re ugly and
you’re feeling alone. In this modern life, cheap and disconnected,
where there’s a siege going on, the besieged will be the last to
know that the race we’re running is a joke”. In het leven is het
niet alle dagen aardbeien met slagroom, niet waar?

Het album eindigt met het langste nummer, het zo mogelijk nog
donkerdere ‘Hair-Raising Accounts of Restless Ghosts (AKA Hell is
For Heroes, Part II)’, een slepend nummer met enkele donkere,
melodieuze passages die wat aan postrockbands doen denken. Hierna
is het afgelopen. Of toch niet, want althans deze luisteraar begint
gewoonlijk onmiddellijk weer bij nummer 1, ‘The Outsiders (AKA Hell
Is For Heroes, part I)’. Dit is een perfecte openingstrack, omdat
het al het muzikale samenvat en omdat het een onvergetelijke
introductiezin heeft die even direct als subtiel als inhoudelijk
is.

Eén nummer vermeldde ik nog niet: ‘Young Man On a Spree’ is een
kort, bevreemdend gevalletje met frenetieke, stuiterende
paradedrums en overstuurde surfgitaren. De in totaal negen nummers
van de cd overspannen nauwelijks dertig minuten. Al die emoties en
muzikale surprises worden op overrompelende wijze samengebald tot
een onweerstaanbare punkwervelwind, die nooit aan kracht lijkt te
verliezen.

‘Witness’ was het tweede album van Modern Life Is War. Hierna
volgde nog ‘Goodnight America’ en toen was het gedaan. Noch het
laatste noch het eerste album van de band heb ik gehoord, uit
schrik dat de magie die voor mij aan ‘Witness’ kleeft doorbroken
zou worden. Het is een zeer intens album dat slaagt in de quasi
onmogelijke taak om noisy, moderne hardcore onder metalinvloed te
brengen, met een oprechtheid en een gevoel die een verweerde
straatpunk aan het janken kunnen brengen.

Sommige van de negen tracks zullen je dadelijk bij de lurven
grijpen, andere vertonen hun kracht pas in uitgesteld relais. Een
ding hebben ze allemaal gemeen, namelijk een authenticiteit en een
eigenheid die jammer genoeg steeds minder te horen is in het
hardcoregenre.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 17 =