Atlas Sound :: Logos

Toen Bradford Cox, frontman van Deerhunter, als Atlas Sound zijn debuut Let The Blind Lead Those Who Can See But Cannot Feel uitbracht, kreeg dat unaniem lovende kritieken. Een slaapkamerplaat pur sang, persoonlijk en introvert, vol rijkelijk georchestreerde songs. Ook opvolger Logos, met bijdragen van onder meer Noah Lennox (Panda Bear, Animal Collective), is een heerlijk creatieve poptrip.

Toch hing de release van Logos (en eigenlijk het hele Atlas Sound-project) lang aan een zijden draadje. Cox lekte per ongeluk een groot deel demo’s van Deerhunter en Atlas Sound op zijn blog, die uiteraard snel verspreid werden via de rest van het web. “I did not react well to the leak, in retrospect,” geeft Cox toe in de perstekst van Logos, maar toen was het blijkbaar voldoende serieus om er net niet de brui aan te geven.

Op tournee met Animal Collective kwam de goesting terug om Atlas Sound van onder het stof te halen. Cox wilde het dit keer anders aanpakken: Logos zou een plaat worden die ontstond uit collaboraties met andere artiesten en niet langer eentje vol met zijn persoonlijke hersenspinsels. Niet of nauwelijks autobiografisch, ook al is hij het die op de cover prijkt. Al dollend met de creatieve breinen van Animal Collective kwam “Walkabout” tot stand, een nummer dat via het internet een eigen leven is beginnen leiden. Cox en Noah Lennox gingen aan de slag met een sample van The Dovers’ “What Am I Going To Do” en kwamen terug met een heerlijk zomers popdeuntje dat gerust op Merriweather Post Pavilion had kunnen staan. Het geeft ons een idee van hoe Animal Collective of Panda Bear zou kunnen klinken mits iemand als Cox al die ideeën in straffe songs goot. En laat er geen twijfel over bestaan: “Walkabout” ís straffe kost.

Een andere opvallende samenwerking is die met Laetitia Sadier van Stereolab. Zij neemt de zang voor haar rekening op het negen minuten durende, bezwerende “Quick Canal”. Wat begint als een rustig voortkabbelend beekje ontaardt zonder dat je het beseft in een kolkende wildwaterbaan. Op de rest van Logos levert Cox zelf de vocalen. We pikken er nog 2 straffe nummers uit: het atypische en akoestische “Attic Lights” is een heerlijke droom die maar niet wil eindigen terwijl “Shelia” zicht ontpopt tot een meezingbaar en lekker naïef liefdesliedje. Popmuziek op z’n best.

Vallen tegen: “My Halo” en afsluiter “Logos”, nummers die weinig bijbrengen en te veel in de lijn liggen van andere en betere nummers op de plaat. Ze bederven echter allerminst de pret. Logos staat vol dromerige, gelaagde pop die je na een paar luisterbeurten niet meer loslaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + vijftien =