Joe Henry :: Blood From Stars

Dat Joe Henry niet altijd voor volle kerken preekt, is nog zacht uitgedrukt. De singersongwriter oogstte tot nu toe meer erkenning als producer dan als artiest. Toch lijkt de balans langzaam maar zeker in evenwicht te komen. Blood From Stars is opnieuw een dijk van een plaat.

Onze hoofdredacteur mag ons nog zo hard kastijden met een wilgentwijg die naast een cd van Christoff De Bolle heeft gelegen, maar voor deze nieuwe schepping van Joe Henry nemen wij ongegeneerd onze tijd. Terwijl de deadline langzaam als kaarsvet wegsmelt, begeleidt Blood From Stars de verkleurende en afvallende bladeren. Net zoals het korten en killen der dagen ons naar binnen jaagt en laat zoeken naar het meest knusse hoekje van de sofa, nestelen de klanken van dit album zich in het oor. Even een bodempje Talisker uitgeschenken en de Sennheiser op de oren.

In tegenstelling tot dat blondje in uw café na twee glazen wijn, zijn de platen van Joe Henry nooit echt makkelijk. Ook wat onder deze prachtige hoes schuilt, is geen roltrap, maar een gammele ladder die je trede per trede en met de knieën tegen elkaar beklimt. Na een tijdje vind je echter de juiste cadans en eindig je op een punt dat een mooi overzicht biedt op deze plaat: rafelig en rauw, maar tegelijk ook open en broos. "Nobody knows the man that I keep hid, he has raised my face like a pirate’s flag" klinkt het in "The Man I Keep Hid".

Het spokende "Light No Lamp When The Sun Comes Down" door jazzpianist Jason Moran jaagt ons het album binnen. Dezelfde compositie wordt als coda hernomen aan het eind van de plaat. Het isoleert de schoonheid van de nummers die ertussen gevangen zitten en in handen gelegd worden van schoon volk als topgitarist Marc Ribot, bassist David Piltch en percussionist Jay Bellerose. Ook Henry’s zoon Levon (17) mag voor het eerst de studio binnen. Niets te vroeg, bewijst zijn saxofoonbijdrage aan "Truce", "Stars" en vooral "Over My Shoulder". Wat Joe Henry ook op de wereld brengt, er schuilt blijkbaar altijd klasse in.

De hoogtepunten op dit album zijn dan ook niet aan de schaarse kant. Het slepende"The Man I Keep Hid" haalden we al eerder aan, ook het daaropvolgende "Channel" legt de sfeerscheppende lat hoog. "This Is My Cage" declameert en dicteert. Het is een steekspel van invullingen dat hulde brengt aan subtiliteit en staat dan weer in contrast met het zompige en jazzy "Death To The Storm". "All Blues Hail Mary" ten slotte is een traditionele brok roots en pakt uit met akoestisch gitaargepulk en warme pianoklanken.

Langzaamaan kwam Henry erachter dat wat hij als producer voor anderen doet eigenlijk hetzelfde is als wat hij voor zichzelf als artiest doet. Ook op deze plaat vloeien de arrangementen als rijkelijke buffetten uit de boxen en bewijst de man dat —ondanks de diverse genres die worden aangesneden— veelzijdig en onsamenhangend geen antoniemen hoeven te zijn. Na een ambt als knoppenbeul voor Allen Toussaint (The Bright Mississippi) en Ramblin’ Jack Elliott (A Stranger Here) sijpelde ook de blues vanuit het paneel zijn schrijvende vingers in. Het is naast de jazz- en folk-invloeden de geest van Blood From Stars.

Na het uitstekende Civilians uit 2007 verkoopt Joe Henry de tegenstand opnieuw een flinke oplawaai: Blood From Stars moet zeker niet onderdoen voor zijn voorganger. Als dit nog niet de grote knock-out is waarbij u massaal voor hem valt, wint Henry alvast op punten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − een =