Patrick Wolf :: 10 oktober 2009, Botanique

Patrick Wolf kan live een handsful zijn: ooit ontsloeg hij op het podium zijn drummer, deze zomer nog smeet hij een pianostoel richting stagemanager in Keulen. In de Botanique lagen er echter geen voetijzers op zijn pad en bleek de Engelsman klaar voor een volgende stap.

Eerste vaststelling: Patrick Wolf is een meisjesartiest geworden. En dat mag verbazing wekken voor een artiest die een weinig evident parcours heeft gevolgd. Van de met elektronica gelardeerde songs van debuut Lycantropy ging het naar de pure folk van Wind In The Wires en daarna kwam plots de euforische pop van The Magic Position. Het was van het betere bochtenwerk, en net voor afgelopen zomer smeet Wolf er op The Bachelor nog wat digital hardcore bij, om toch maar zeker het hele veld te bestrijken.

Onvoorspelbaar? Ja, maar wat wel een zekerheid is: steevast weet de multi-instrumentalist te boeien. We moeten de eerste slechte plaat van Wolf nog horen, en dus is het misschien geen wonder dat de man die zich ooit de nieuwe Madonna voelde, uiteindelijk toch het publiek vindt dat hij zich al zo lang wenst. Wanneer hij na openingsnummer “Who Will?” zijn tulbandachtig hoofddeksel afwerpt, stijgt een gegil op dat we nooit hadden kunnen voorspellen toen we hem vier jaar geleden voor het eerst zagen, slechts gewapend met ukulele en drummer.

De nieuwe Madonna? Eerder Elton John als we op de alweer waanzinnige outfit van vanavond (Wolf heeft een reputatie ter zake) afgaan. Modetermen om die te beschrijven ontbreken ons (Het Elle-redacteursschap ontglipt ons telkens weer), maar het moet iets van een soort Romeinse toga voorstellen, zo vermoeden we. En een chronisch aandachtstekort. Een geluk dat het muzikaal wel snor zit.

Zonder veel omwegen wordt vanavond vooral The Bachelor gepromoot. Dat is niet Wolfs beste plaat, wel een heel degelijke die voldoende sterke nummers aan zijn oeuvre heeft bijgedragen. En zo voelt dit concert ook: eerder degelijk dan geweldig — Wolf geeft op dit laatste optreden van de tour niet de performance van zijn leven –, maar nooit vervelend.

Knappe songs genoeg om uit te putten immers, als “Nowhere Fast”, dat vuurwerk als ritmetrack samplet, of “Damaris”, waarvoor Wolf de viool bovenhaalt om samen met zijn zus die wondermooie vioolpartij te spelen. En net wanneer je denkt dat het rustig zal worden met het aan boerenfeesten herinnerende “The Bachelor”, gordt hij de gitaar om voor een stampend en stuiterend “Tristan”, een van de eerste echte hoogtepunten.

Waar het echt om draait dezer dagen: Wolf heeft het gevecht tegen de wereld gestaakt en zijn plaats in de wereld gevonden. Maar de verontwaardiging is niet weg. Halfweg een woest “Battle” — half Atari Teenage Riot, half grungepop — vertelt hij hoe die oorlog sinds zijn twaalfde bezig is. “Battle against homophobia, battle for equal rights/it’s your turn for victory”, klinkt het als een aanmoediging om niet op te geven aan iedereen die net als hij als kind al werd gepest om zijn anders-zijn.

Dat elektronica op de achtergrond nog altijd erg belangrijk is voor Wolfs groepsgeluid mag blijken uit de beats in “Count Of Casualty”, die als betonblokken lijken neer te vallen. Maar het is in een solo aan piano gebracht, “The Sun Is Often Out”, dat hij vanavond echt ontroert. En dan is het tijd voor de finale. Het heerlijke “Hard Times” warmt op met een opzwepende viool, “The Magic Position” is het perfecte popnummer dat binnenkopt. En de Orangerie van de Botanique staat even op zijn kop.

Geen tijd voor bissen, “want de ferry naar huis wacht niet”, komt Wolf zelf melden. Maar het hoeft niet meer. Dit was een fijn concert. “Sinds platenfirma’s demo’s voor mijn volgende plaat hebben gehoord, willen ze me allemaal tekenen”, vertelde Wolf ons even voor het optreden. Benieuwd of dat waar zal blijken wanneer dat The Conqueror volgend voorjaar zal verschijnen, maar vanavond leken de grote podia plots niet zo ondenkbaar meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + drie =