Classic of the Noughties – Amon Tobin :: Supermodified

Ninja Tune, 2000

De afgelopen jaren werd de markt verzadigd door populaire
dansplaatjes of zwoele Ibiza-ritmes van deejays met stoer klinkende
namen. Ongetwijfeld leverde dat genoeg materiaal op voor enkele
leuke zomerhitjes, maar daarbuiten sneed het allemaal net iets te
weinig hout om echt indruk te maken. Wat echter wél onze
opvattingen over deejaying aan stukken sloeg was
‘Supermodified’ van Amon Tobin.

Diegenen die niet bekend zijn met het werk van deze Braziliaanse
wonderboy raden we aan hun flashy dance-outfit in
de kast te laten hangen, want het is onmogelijk om Amon Tobin te
plaatsen tussen de conventionele elektronische (dans)muziek. Geen
pseudo-erotisch en decadent sfeertje… eerder gitzwarte en
duivelsdonkere orkestraties die op onnavolgbare gebroken ritmes
werden gezet. Niet toevallig zag Tobin het levenslicht in Brazilië,
het Latijnse land bij uitstek dat op geniale wijze jazz wist te
combineren met zuiderse samba. Die voorliefde voor beide stijlen
werd gecombineerd met een uitzonderlijke interesse in het creëren
van noise, wat een resultaat opleverde dat ongetwijfeld
elke traditionele DJ schromelijk deed blozen.

Even terug naar 1996: Amon Tobin – toen nog met het pseudoniem Cujo
– bracht zijn eerste album uit met de titel ‘Adventures in Foam’.
Wat toen nog vrij dicht aanleunde bij een creatieve mix van jazz,
zou snel veranderen bij de opvolgers ‘Bricolage’ en ‘Permutation’.
Zoals de titels suggereerden, begon Tobin zich te verdiepen in een
nieuwe stijl van sampling waarbij alle muziekdeeltjes uit
elkaar werden gehaald en tot een nieuw geheel vervormd. Het klonk
toen al een stuk baanbrekender dan ‘Adventures in Foam’, maar de
echte openbaring deed zich pas later voor.

In 2000 kwam een einde aan de trilogie met het eerder vernoemde
‘Supermodified’, dat nogmaals een stap dichter zette richting
experiment. Het doemscenario van het nieuwe millennium werd op
indrukwekkende wijze muzikaal verbeeld in combinatie met elementen
uit de triphop. Het was ook het eerste album waarop Amon Tobin
gebruik maakte van gewone geluiden (zoals opnames van spuw- en
scheetgeluiden) om het ritme en de melodie tot leven te brengen.
Dat leidde echter niet enkel tot slechts een samenraapsel van
allerlei samples. Het donkere en diabolische karakter van
dit album was bepalend voor alles wat Amon Tobin in de toekomst nog
ging maken.

Wat meteen opvalt bij ‘Supermodified’ is het hybride karakter van
de muziek. Amon Tobin ontwikkelt een vorm van geluidsarchitectuur
waarbij geen enkele stijl of genre niet aan bod komt. Een constante
stroom van geluid met zowel ontleningen uit de industrial
noise
als verbazingwekkend prachtige melodieën. Een smeltkroes
die bij een eerste luisterbeurt waarschijnlijk zeer overweldigend
aandoet. Vooral ‘Four Ton Mantis’ is een markant voorbeeld met zijn
Oosters aandoende intro, die wordt gecombineerd met een ongewoon
ritme. De melodische intermezzo’s tussenin verrassen en zorgen voor
een boeiende afwisseling. Neem daarbij ook nog eens de kleine
fantasievolle pareltjes die soms in de muziek verborgen zitten, en
je hebt een van de meest ingenieuze creaties van het afgelopen
decennium.

Dat fantasievolle overvalt ons vooral bij ‘Slowly’, dat zich
ontwikkelt als een sprookje met een duister en grimmig kantje.
Moeilijk te typeren, maar het doet ons denken aan ‘El Laberinto Del Fauno
van Guillermo del Toro, een film die ook een gelijkaardig gevoel
weet op te wekken. Wat tevens opvalt, is de enorme complexiteit van
de samples: meerdere melodielijnen en ritmes worden afwisselend
opgebouwd tot een hybride geheel. Vooral de subtiele verwijzing
naar de tangomuziek geeft de muziek een interessante
invulling.

Er valt nu eenmaal zo veel te vertellen over ‘Supermodified’ dat
het moeilijk is om dat allemaal aan bod te laten komen; soms
verschroeiend qua beats en samengesteld met motorgeluiden (‘Golfer
vrs Boxer’), dan weer puur avant-gardisme dat zeer bizar – op het
onmenselijke af – klinkt (‘Precursor’). Het album is zo divers en
veelzijdig dat menig muziekanalist moeite zou hebben om het te
ontleden. Het is verwonderlijk om te horen hoe Amon Tobin op
speelse wijze omgaat met een ruime muziekgeschiedenis en dit
allemaal versmelt tot nieuwe materie. Muziek die ontstaat uit enkel
sampling… men verwacht misschien kitsch, maar het resultaat opent
een nieuwe weg in het genre.

Het is niet toevallig dat heel wat hedendaagse artiesten zich wagen
aan complexere en meer dissonant klinkende composities. Amon Tobin
doet het al jarenlang en heeft op deze wijze een solide aanhang
opgebouwd. Het onbevattelijke en exogene sfeertje van muziek wordt
duidelijk geapprecieerd en dat stemt bij veel muzikanten tot
nadenken. De meester wordt niettemin nog altijd niet overtroffen,
want Amon Tobin blijft nu eenmaal zijn grenzen verleggen, onder
andere met zijn laatste project ‘Foley Room‘ uit 2007,
waarbij het volledige album werd samengesteld uit nieuw gecreëerde
geluiden (geen samples van vinylplaten).

Amon Tobin geeft met ‘Supermodified’ een nieuwe dimensie aan de
term “eclectisch” en wordt terecht gelauwerd voor zijn vernieuwende
en revolutionaire vormgeving. De kiemen die in ‘Bricolage’ en
‘Permutation’ al aanwezig waren, komen in het derde deel volledig
tot uiting in een wonderlijk en vloeibaar geheel. Zwaarbeladen
muziek, gekenmerkt door een voortdurende strijd tussen licht en
duisternis en flirtend met zowel traditie als avant-garde. Een lust
voor het oor.

http://www.amontobin.com/

http://www.myspace.com/tobinamon

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 5 =