Jazz Classic – Miles Davis :: In a Silent Way


Columbia, 1969

De release van ‘In a Silent Way’, op het einde van de jaren zestig
van de vorige eeuw, ging gepaard met enkele boeiende
maatschappelijke gebeurtenissen. De Verenigde Staten raakten steeds
meer betrokken in de Vietnamcrisis, waaruit geen enkele beslissing
nog een uitweg leek te bieden. De imperialistische oorlogspolitiek
werd sterk op de korrel genomen door de Amerikaanse bevolking en
uitte zich in grootschalige betogingen en politieke manifestaties.
Vooral de jonge generatie van de ‘New Left’- beweging nam het
voortouw in de vraag naar een nieuwe (en meer democratische)
samenleving.

Het Woodstockfestival in Bethel, New York vormde de
ontmoetingsplaats voor heel wat andersdenkenden, die zich lieten
inspireren door vernieuwende geluiden uit de muziekwereld. Het was
in deze periode dat de fusion tot ontwikkeling kwam, een stijl die
niet alleen geïnspireerd werd door de jazzmuziek maar ook meer
aansluiting zocht met de (populaire) rock. Trompetspeler Miles
Davis was een van de eersten die de mogelijkheden tussen
verschillende genres opzocht en experimenteerde met nieuwe
elektronische instrumenten. Deze periode wordt dan ook beschreven
als het begin van Davis’ elektrische periode. Het album
was – al dan niet (on)bewust – een bijzonder experiment van zijn
tijd, dat net zoals een nieuwe generatie van jongeren koos voor een
andere (en nieuwe) weg.

Het ensemble dat Miles Davis onder zijn hoede nam voor de opnames
van ‘In A Silent Way’ wordt tot op heden nog steeds aanzien als een
van de meest succesvolle samenwerkingen in de jazzgeschiedenis.
Grootheden als Herbie Hancock, John McLaughlin & Wayne Shorter
hadden een aanzienlijke bijdrage in het eindresultaat. Daarnaast
was ook producer Teo Macero geen onbekende: hij arrangeerde in het
verleden al muziek van o.a. Duke Ellington, Thelonious Monk en Ella
Fitgerald. Nadien zou Miles Davis nog verder experimenten met
elektronische muziek, en de mogelijkheden van de fusion verkennen
met albums als ‘Bitches Brew’ en ‘A Tribute to Jack Johnson’.

De oorspronkelijke versie van ‘In A Silent Way’ bevatte slechts
twee tracks met elk een duur van ongeveer twintig minuten. In 2001
werd echter ‘The Complete In a Silent Way Sessions’ uitgebracht,
een speciale versie met meer nummers, alternatieve takes
en uiteraard ook de twee oorspronkelijke composities. Dit overzicht
zal zich echter toespitsen op het originele album.

Een eigenheid die meteen opvalt bij het luisteren, is dat beide
tracks geen echte climax bevatten. De nadruk ligt op de structuur,
waarbij meerdere motieven en melodieën herhaald en gevarieerd
worden om zo een continuüm te creëren. Hoewel het moeilijk is om te
spreken van een opbouwend geheel (in de zin van: opbouwen tot een
climax) bevatten beide nummers een zekere drive die de
luisteraar meevoert in Davis’ muziekwereld. Er is sprake van een
melodische meerstemmigheid, die zowel een gevoel van harmonie
teweegbrengt maar de autonomie van de instrumenten niet
verwaarloost.

In ‘Shhh/Peaceful’ hoor je Davis lange noten spelen, die ondanks
het korrelige geluid toch gekenmerkt worden door een innemende
helderheid. De snaarinstrumenten (bas en gitaar) zijn opvallend
rockgeïnspireerd en hebben een doorslaggevende functie in het
bepalen van het ritme. Het orgel en de elektrische piano zijn
verantwoordelijk voor de sfeerbepaling en verzorgen grotendeels de
melodie. Het voortschrijdende geheel wordt op meerdere momenten
onderbroken door een intermezzo, waar op sublieme wijze nieuwe
motieven en ideeën worden verwerkt in het geheel. De pauzes
fungeren als stopwatch én als katalysator om de compositie te
vervolledigen. ‘Shhh/Peaceful’ slaagt er in om ondanks de muzikale
rijkdom en de intensieve luisterervaring alles vrij genietbaar en
aanhoorbaar te houden, op een manier die doet denken aan
ambient of chill-out. De momenten van pauze en
trompetsolo’s zijn hierbij goed gekozen.

In het tweede deel van het album wordt er gestart met een
gitaarintro, die opvallend veel gelijkenissen vertoont met het
Amerikaanse volkslied en doet denken aan de eigenzinnige vertaling
die Jimi Hendrix in hetzelfde jaar bracht op Woodstock. De intro
wordt echter abrupt afgebroken met een harde overgang, waarbij de
nadruk sterk op het ritme komt te liggen. De trompet speelt hierbij
een stuk expressiever en krachtiger. Wat ‘In a Silent Way/It’s
About That Time’ zo uitzonderlijk maakt, is het voortdurend
afwisselen tussen stijlfiguren, melodieën en allerlei mogelijke
muzikale variaties. Vooral het orgel speelt hier een dominante rol
en maakt de overgang goed verteerbaar. Uiteindelijk wordt alles
samen gegooid en monden alle stromen uit in één grote plas.

De voortdurende wisselwerking en de verglijding tussen melodie en
ritme is een treffend voorbeeld van het geslaagde fusion-effect dat
hier wordt gecreëerd. In dit deel is het ook opmerkelijk dat de
trompet van Davis vaker een dialoog voert met de andere
instrumenten en zich zo opwerpt als een orkestleider. Op een
gegeven moment is er ook een kleine tempoversnelling, maar een
grote climax blijft uit. De muziek lijkt verder te borduren zonder
dat er een echt eindpunt in zicht komt, waardoor je het gevoel hebt
dat de muziek kan blijven doorgaan (wat het enthousiasme om dat
alles nog eens opnieuw te beluisteren ten goede komt). De techniek
van het teruggrijpen naar eerder gebruikte motieven wordt hier
gebruikt om alles in harmonie af te sluiten. Dat wordt vooral
duidelijk in het slot, waarbij de intro opnieuw wordt opgenomen en
beëindigd.

Het is niet echt verwonderlijk of toevallig dat Miles Davis er
uitgerekend op het einde van de jaren zestig in slaagt een album
met deze proporties af te leveren. De op til staande
maatschappelijke veranderingen, de muzikale vernieuwingen binnen de
jazz en een excentrieke figuur als Hendrix hebben op sublieme wijze
het werk van Miles Davis diepgaand beïnvloed, waardoor ‘In a Silent
Way’ een uitstekende blauwdruk vormt van zijn eigen tijd. De
ontwikkeling van de fusion was er duidelijk op gericht meer
aansluiting te vinden bij het brede publiek. Het psychedelische
karakter en de langgerekte improvisaties vinden we ook terug in de
toenmalige popmuziek, maar Davis onderscheidt zich hier met een
sterk reflecterend (bijna spiritueel) conceptalbum dat moeiteloos
zijn tijdgenoten in de schaduw stelt. De muziek draagt een vrij
persoonlijke stempel en biedt elke luisteraar een muzikale
ontdekking die vergelijkbaar is met een religieuze beleving. Muziek
om in stilte te koesteren, met andere woorden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 8 =