Miles Davis :: At Newport 1955 – 1975. The Bootleg Series Vol.4

“Jazz is als een kaartspel. Er zijn azen, heren, dames, boeren en een hoop andere kaarten, maar als je een geweldig festival wilt heb je de azen nodig. En Miles was een aas”. Aldus wordt festivalorganisator George Wein geciteerd in de liner notes van vol. 4 van de Bootleg Series van Miles Davis. Een deel waarin diens evolutie als muzikant aan de hand van de geschiedenis van dat festival wordt verhaald.

Voor dit vierde deel werd een andere invalshoek gekozen dan voor de voorgaande. De eerste drie delen focusten op een specifiek tijdslot in de carrière van Miles Davis. Het eerste documenteerde de Europese tour van het “Second Great Quintet” in 1967 met daarbij een optreden opgenomen door de toenmalige BRT in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen. Deel twee — het vanuit historisch oogpunt meest interessante deel tot nu toe — bracht liveregistraties uit 1969 van het zogenaamde “Lost Quintet” (met Wayne Shorter, Chick Corea, Dave Holland en Jack Dejohnette) dat tot dan toe nog geen officiële release gekregen had. Deel drie van zijn kant was dan weer de registratie van een vierdaagse concertreeks in de legendarische New Yorkse concertzaal Fillmore East, net na de release van het baanbrekende Bitches Brew. Een concertreeks zoals ze tegenwoordig niet meer gemaakt worden, want op de affiche stonden die avonden ook Neil Young & Crazy Horse en de Steve Miller Band.

In dit deel wordt de nadruk niet gelegd op één bepaald moment in de carrière van Miles Davis, maar wordt de evolutie ervan gevolgd aan de hand van de verschillende optredens (acht in totaal) op het Newport Jazz Festival (zowel het originele als op Europese spin-offs), en dat verspreid over 4 cd’s. En met een figuur als Miles Davis brengt dat de enorme evolutie die hij als muzikant doormaakte treffend tot uiting. Hij ligt immers — en dat niet enkel naar eigen zeggen — aan de basis van een heel aantal verschillende jazzstromingen. Cool jazz, modal jazz, hard bop, post bop, jazz fusion. Het zijn allemaal jazzgenres waarop de invloed van Miles Davis niet te ontkennen valt. Het Newport Jazz Festival wordt sinds 1954 georganiseerd door George Wein, die nu op 89-jarige leeftijd overigens nog steeds mee instaat voor de organisatie. In de jaren ‘70 verliet het festival even het badplaatsje in Rhode Island en trok voor een aantal jaar naar New York. “Newport Jazz Festival” werd toen een verzamelnaam voor festivals die in Europa en Japan plaats hadden.

Maar terug naar het eerste optreden van Miles Davis in Newport. In 1955, het jaar na de succesvolle eerste editie, nam Davis contact op met George Wein, want dat nieuwe festival, daar moest en zou hij bij zijn. Ter elfder ure werd Miles Davis aan het programma toegevoegd. Niet met een reguliere set, maar met een jamsessie van een all-star band met daarin onder andere ook pianist Thelonious Monk en saxofonist Zoot Sims. Een korte set van drie nummers, maar daarbij de nadruk op standards. Vooral dan van Monk zelf met een weemoedige versie van diens “Round Midnight” als uitschieter. Drie songs amper, maar genoeg om Columbia Records er van te overtuigen om Miles Davis een contract aan te bieden.

Drie jaar later (1958) stond Miles Davis voor de tweede maal op het podium in Newport. Met John Coltrane (saxofoon) en Paul Chambers (bas) als overblijvers van zijn “First Great Quintet”, dat in het anderhalf jaar daarvoor een essentiële rol speelde in de ontwikkeling van de hard bop, trad hij deze keer op met een sextet, verder nog bestaande uit Cannonball Adderley (saxofoon), Bill Evans (piano) en Jimmy Cobb (drums). Deze band zou de daaropvolgende lente jazzgeschiedenis schrijven met Kind Of Blue. U weet wel, het jazzalbum dat ook niet-jazzliefhebbers in de platenkast staan hebben. Op het moment van het optreden lag de focus nog eerder op hard bop van het eerste grote kwintet, met een setlist die voornamelijk bestond uit een aantal jazzstandards. Met dergelijke klasbakken in de band kan je niet anders dan een sterke set verwachten, gaande van een swingende versie van de Charlie Parker song “Ah-Cheu-La” tot een meer ingetogen versie van Davis’ eigen “Fran-Dance”.

Daarna zou het tot 1966 en 1967 duren vooraleer Davis opnieuw zijn opwachting zou maken op het festival. Met zijn tweede grote kwintet — de toentertijd onbekende jonkies Wayne Shorter (saxofoon), Herbie Hancock (piano), Ron Carter (bas) en Tony Williams (drums) — zou hij zelfs twee jaar na elkaar op het Newport Jazz Festival staan. De evolutie die de band, als grondlegger van de post bop, tijdens die periode doormaakte wordt hier mooi geillustreerd. Zo is er “Gingerbread Boy” dat in 1966 nog redelijk traditioneel klinkt, maar een jaar later al een veel vrijere vorm meekrijgt. Waar het optreden in 1966 nog bestond uit afzonderlijke nummers, is dat van 1967 geconcipieerd als een lange suite zonder pauzes tussen de nummers door. Ook de ruime selectie aan jazzstandards moet het jaar erna plaats ruimen voor eigen materiaal, zoals Wayne Shorter’s “Footprints” of Miles Davis’ eigen “So What”.

In 1969 zagen we het begin van de evolutie naar jazz fusion. Met een kwartet — Wayne Shorter miste het optreden omdat hij vast zat in het verkeer — bestaande uit Chick Corea (piano) , Dave Holland (bas) en Jack Dejohnette (drums) krijgen we hier een heel andere Davis te horen. Enkele weken voor de opnames van Bitches Brew, nog zo’n essentiële jazzklassieker, liet het kwartet het nietsvermoedende publiek hier al horen welke richting het ging inslaan. De immer rusteloze en zoekende ziel in Miles Davis was ondertussen immers in aanraking gekomen met James Brown en de funk van Sly and the Family Stone. De songs werden daardoor minder herkenbaar, maar het werden eerder op een groove drijvende lange soundscapes. Met dan nog onbekende songs als “Miles Runs The Voodoo Down” en “Sanctuary” krijgen we hier de gelegenheid om deze ondertussen vertrouwde songs in een unieke kleine bezetting te horen.

Ondanks de compleet hertimmerde band (enkel percussionist Don Alias speelde mee op Bitches Brew) krijgen we in 1971 een set die enerzijds voortbouwt op dat album, maar anderzijds ook aandacht heeft voor nieuw werk, zoals in een lang uitgesponnen “Funky Tonk”. Klassiekers en jazz-standards worden er door Miles Davis op dit moment niet meer gespeeld. Met een band die gedomineerd wordt door het slagwerk (2 percussionisten en een drummer) en elektrische instrumenten krijgen we een set bestaande uit een aantal lange stukken die naadloos in elkaar overgaan. Dat gaat van “Directions”, met een glansrol voor pianist Keith Jarrett, tot een bezwerende versie van “Bitches Brew”.

Naar het midden van de jaren ‘70 toe kreeg Miles Davis te kampen met gezondheidsperikelen. Zo blijkt uit de optredens van ‘73 en ‘75 dat Davis zich als trompetspeler (noodgedwongen) meer op de achtergrond houdt en vooral nog als bandleider optreedt. Op zijn eigen manier zocht Davis hier naar de vrijheid van de conventies van de jazz. Zelden kwam Davis dichter bij het domein van de free jazz dan op de versies van “Turnaroundphrase” en “Tune In 5” die we hier te horen krijgen. Hoewel Miles Davis zeer sceptisch stond tegenover de meeste rockmuziek, kwamen er onder invloed van door hem bewonderde muzikanten als Jimi Hendrix wel steeds meer rockinvloeden in zijn werk terecht, een proces dat zijn eind- en hoogtepunt bereikte op Dark Magus uit 1974. Van het laatste optreden uit 1975 — toen het festival plaats had in New York — werd maar een song weerhouden op het album, het naar de percussionist van de band James Mtume Forman genoemde experimentele “Mtume”. Een wereld verwijderd van de jamsessie met Monk twintig jaar eerder. Daarna zou Miles Davis zich voor vijf jaar terugtrekken uit de muziekwereld — een sabbatical die toevallig samenviel met die van John Lennon — alvorens in de jaren ‘80 een comeback te maken. Nieuwe revoluties in de jazz zou hij daarna niet meer teweegbrengen. En Newport? Daar zou hij nooit meer optreden.

De lat werd door de voorgaande drie volumes erg hoog gelegd. Samengevat kunnen we stellen dat deze bootlegseries ook deze keer weer vlot dat niveau halen,al kunnen er een paar kleine kanttekeningen geplaatst worden bij deze release (zowel de set uit ‘58 als die uit ‘69 werd reeds eerder integraal uitgebracht op respectievelijk Miles Davis At Newport 1958 en Bitches Brew Live). Toch is ook dit weer een volume dat op een treffende manier weet te illustreren wat voor een unieke artiest Miles Davis wel was. Weerom essentieel voor elke jazzfan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 14 =