Jazz Classic – Charles Mingus :: The Black Saint And The Sinner Lady


Impulse!, 1963

Slechts enkelingen zouden in staat geweest zijn om een hechte band
op te bouwen met jazz-legende Charles Mingus. De bassist stond
bekend om zijn furieuze temperament, en gedurende zijn
muziekcarrière wisselde hij momenten van waanzinnige creativiteit
af met periodes van eenzaamheid en weinig output. In 1971 werd een
autobiografie met de titel ‘Beneath the Underdog’ uitgebracht,
waarin Mingus zijn leven in een psychoanalytische stijl
portretteerde. In die periode werd hij al geconfronteerd met de
eerste symptomen van wat een lang aanslepende neurologische ziekte
was. Net voor zijn dood was Mingus door verlamming niet meer in
staat om zijn instrument te bespelen. In de nadagen van zijn leven
legde hij zich enkel nog toe op het componeren. Op 5 januari 1979 –
hij was toen zesenvijftig – werd zijn ziekte hem fataal.

In 1963 werd door Impulse! Records het album ‘The Black Saint And
The Sinner Lady’ uitgebracht. Het was een album dat sterk beïnvloed
was door Duke Ellington, en net zoals andere artiesten op dat
moment de horizonten van de Latijnse muziek verkende. Met een groep
van elf muzikanten beschikte Mingus over voldoende potentieel en
mogelijkheden om een revolutionaire compositie tot leven te
brengen, die op meerdere vlakken flirtte met avant-garde en free
jazz. Oorspronkelijk was ‘The Black Saint And The Sinner Lady’ een
dansalbum voor ballerina’s, al blijft het tot op vandaag gissen
naar een choreografie die de rijkdom van Mingus’ muziekwereld kan
uitbeelden. Het is ook het eerste album dat gebruik maakte van
‘overdubbing’, een techniek die werd toegepast om achteraf nog
geluid toe te voegen en zo de muziek een complexere structuur mee
te geven.

‘Solo Dancer’ is het openingsnummer van ‘The Black Saint And The
Sinner Lady’, en wordt aangevat met een korte ritmische intro. Al
snel wordt duidelijk dat Mingus de luisteraar geen easy
listening
biedt. Met een veelheid aan dissonante geluiden,
uitgevoerd door de blaasinstrumenten, vereist de muziek een
aandachtige luisterbeurt. Bij ‘Solo Dancer’ horen we een
expressieve saxofoon die de compositie overheerst. Ondanks de
dissonantie is er een sterk gevoel van harmonie en eenheid. Het
contrastrijke geheel straalt een atmosferisch gevoel van warmte
uit, dat moeiteloos de schijnbaar chaotische melodieën overstijgt.
Gedurende de compositie ervaren we meerdere tempowissels, maar de
vlotte schwung in de muziek wordt zonder enige problemen
behouden.

In het volgende nummer, ‘Duet Solo Dancers’, gaan we verder op
hetzelfde elan, alleen deze keer met een korte piano-intro. Daarna
wordt er een contrast gecreëerd met de blaasinstrumenten, maar het
geheel heeft een vrij romantisch, zelfs erotisch karakter. Net als
bij ‘Solo Dancer’ krijgt ook hier de saxofoon een grote rol
toebedeeld, en die wordt met succes ingevuld. Tijdens de compositie
krijgen we een uitgebreid intermezzo, waarin geëxperimenteerd wordt
met tempo en geluid. De structuur blijft behouden, maar biedt
ruimte voor voldoende vrijheid en georchestreerde chaos. Dit alles
wordt gecombineerd met een dynamisch tempo. Wanneer de
oorspronkelijke melodie opnieuw wordt opgenomen, is er een
duidelijke swing aanwezig die bijna verplicht tot meebewegen.
Mingus toont in de eerste twee tracks al wat hij van plan is:
harmonieus samenspel dat afgewisseld wordt met dissonante
contrasten. Op meesterlijke wijze overstijgt hij zijn dubbelzinnige
en getormenteerde ziel, die duidelijk weerspiegeld wordt in de
muziek. Het orgelpunt laat niettemin nog op zich wachten.

Bij ‘Group Dancers’ horen we een virtuoze piano die wordt
bijgestaan door de plotse, felle geluiden van de andere
instrumenten. Er wordt voortdurend geflirt met een zeer
aanstekelijke melodie, die zich verder in de compositie ontpopt tot
een geweldig moment van extase. De geslotenheid van de muziek – die
bewust zijn genialiteit verraadt – wordt gekruid met een mengelmoes
van kleine maar onontbeerlijke details. In ‘Group Dancers’ is de
kracht van overdubbing merkbaar wanneer de muziek op bigband-gewijs
een versnelling hoger schakelt en uitmondt in een
bijna-totaalervaring. Intussen wordt er uitvoerig verwezen naar de
vele Latijnse invloeden met een uitgebreid gitaarspel, dat wordt
bijgestaan door de immer uitstekende saxofoon. Ook hier zien we
opnieuw een smeltkroes aan stijlen, motieven die flirten met de
chaos, maar nooit hun doel uit het oog verliezen. Op vlak van
instrumentenkeuze of speelwijze is het moeilijk om ook maar kleine
gebreken te ontdekken. Het geheel is duidelijk tot in de puntjes
afgewerkt en toont ook hier de uitmuntende kwaliteiten van
orkestleider Charles Mingus. Op het einde worden we nog getrakteerd
op een intens meevoerende final struggle. De slotnoten
zijn gereserveerd voor de saxofoon.

Men zou vermoeden dat het niet meer beter gaat worden, maar dan
gooit Mingus er met ‘Trio & Group Dancers’ nog een laatste
nummer bij. Eerst wordt nog even de voorgaande track hernomen,
waarna een overgang naar een nieuwe melodie bestendigd wordt. Net
als bij de voorgaande nummers is er ook hier sprake van een
inventief samenspel (of samengooien) van klankkleuren. Op
eclectische wijze combineert Mingus de zuiderse ritmes met
experimentele jazzmuziek. Er wordt al spelenderwijs omgegaan met
het tempo, waardoor je de indruk krijgt dat het allemaal spontaan
gebeurt, ondanks de voorbereiding die er aan vooraf ging. Zijn
openheid blijft niet beperkt tot de eigen muziek: in enkele
naadloze overgangen wordt zowat ieder genre betrokken in een
achttien minuten durend totaalspektakel. Een kruisbestuiving van
stijl, genre, zelfs cultuur. Pluralisme als leidmotief.

‘The Black Saint And The Sinner Lady’ is niet het meest
toegankelijke werk van Charles Mingus. Hoewel het beschouwd wordt
als zijn absolute meesterwerk, vraagt het een veel grotere
toewijding dan andere klassiekers zoals ‘Mingus Ah Um’,
‘Pithecanthropus Erectus’ en ‘Mingus at Antibes’. Het is echter de
meest uitgelezen kans om een glimp op te vangen van de
revolutionaire aanpak die Mingus in zijn muzikale composities
hanteerde. De voortdurende spanning tussen rust en onrust, het
flirten met de chaos en de innemende kracht van zijn orkest hebben
bijna vijftig jaar nog niks aan waarde of kwaliteit ingeboet.

Release:
1963
Impulse!

recent

Neil Young & The Chrome Hearts :: Second Song

Op zijn nieuwste album - nummer 56 volgens de...

The Afghan Whigs

4 oktober 2026De Roma, Borgerhout

Wanneer een zelfverzekerde Greg Dulli zich iets voor negen...

Gilla Band :: Pugnello

De nieuwe Gilla Band in drie woorden? Beste. Lawaai....

Naza

Een tweetal jaar geleden wonnen Yuval Abraham en Rachel...

Martin Lodewijk & Don Lawrence :: Storm – Integraal 5

Hoewel de stripreeks Storm kort na haar debuut al...

verwant

Jef Neve :: Mysterium

Met een bescheiden blaasorkest, een brede greep in jazzgenres...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in