Alan Lomax :: Een leven in dienst van de folkmuziek

De voorbije jaren is mede dankzij de al lang over zijn hoogtepunt heen zijnde new weird America-beweging een vernieuwde interesse ontstaan in de muziek die door journalist/auteur Greil Marcus in het boek Invisible Republic: Bob Dylan Basement tapes gedoopt werd als old weird America, een verzameling oude folksongs door Harry Smith gebundeld op 6 lp’s.

Smiths Anthology Of American Folk Music verscheen in 1952 een eerste maal en heeft na meer dan vijftig jaar nog steeds niets aan waarde ingeboet. Op de albums verzamelde Smith volgens een eigen wetenschappelijk systeem een schat aan oude folk-, blues- en cajun-songs die het kloppende hart uitmaakten van Amerika. Smiths nummers waren allen tussen 1927 en 1932 op 78-toerenplaatjes verschenen bij tal van labels (waaronder grote als Paramount en Colombia). Volgens Smith startte alles in 1927 omdat de eerste deftige opnames in dat jaar gemaakt werden, terwijl 1932 het eindjaar bij uitstek was doordat de Grote Depressie een einde maakte aan de markt voor folkmuziek.

De waarde van Smith als muziekarchivaris kan niet overschat worden. Uit duizenden en duizenden plaatjes wist hij zesentachtig songs te selecteren die een historische en thematische evolutie van de Amerikaanse folksong weergaf. De voormalige Britse en Ierse (kinder)ballades waren gestaag geëvolueerd tot soms surreële songs (“King Kong Kitchie Kitchie Ki-Me-O” ) en aangevuld met kronieken van grimmige gebeurtenissen (“Stackalee”) en hard labeur (“Got The Farm Land Blues”). Maar Smiths verzameling was allesbehalve volledig.

Verschillende artiesten, zangers, muzikanten… hadden immers nooit iets uitgebracht, hun muziek bestond alleen bij gratie van hun luisteraars en werd van de ene op de andere doorgegeven. Het was in deze mensen en hun muziek dat de Texaanse wetenschapper John Lomax geïnteresseerd was. In 1933 — de link met Smith is toevallig maar opmerkelijk — trok Lomax samen met zijn zoon Alan (toen achttien) doorheen het Zuiden om oude negro melodies op te nemen met een meer dan honderd kilo wegend opnameapparaat.

Tot hun belangrijkste stopplaatsen behoorden de gevangenissen waar de bevolking grotendeels uit zwarten bestond. Tijdens opnames in de Louisiana State Penitentiary (Angola) ontmoetten ze Huddie Ledbetter, beter gekend als “Lead Belly” (later vaak verbasterd tot “Leadbelly”). Lead Belly vroeg aan de Lomaxes om hem te helpen bij een gratieverzoek. Op een van 78 toerenplaatjes die gebruikt werden voor de opnames stond het gratieverzoek op de ene kant, Lead Bellys nummer “Goodnight Irene” op de andere. Een jaar later (in 1934) werd Lead Belly ook effectief ontslagen uit de gevangenis en trad hij in dienst van John Lomax als chauffeur, waarbij hij hem vergezelde op een tweede tocht doorheen het Zuiden.

Het verhaal van Lead Belly, de man die zich een weg uit de gevangenis had gezongen, wekte interesse waardoor hij de kans kreeg om enkele bluesnummers op te nemen voor ARC (het race-label van Colombia). Het verwachte succes bleef echter uit, ook John en Alan Lomax’ boek Negro Folk Songs as Sung by Lead Belly dat een jaar later verscheen (1936), kon op weinig interesse rekenen. In 1937 keerde het tij echter en raakten blanke folkliefhebbers geïnteresseerd in Lead Belly’s werk, en vooral in de oude kinderliedjes die hij bracht.

Ditmaal stond Lead Belly er alleen voor, in 1935 waren hij en John Lomax na een bitter dispuut over financiën elk hun eigen weg gegaan. Bij zijn vrijlating in 1940-’41 (hij was in 1939 opnieuw gearresteerd), was het evenwel niemand minder dan Lomax’ zoon Alan die zich over hem ontfermde. Tot aan zijn dood in 1949 zou Lead Belly blijven samenwerken met Alan, die niet alleen in de voetsporen van zijn vader getreden was, maar zelfs veel verder ging in zijn zoektocht naar authentieke “met uitsterven bedreigde” muziek.

In 1937 trok Alan Lomax naar Haïti om daar net zoals hij voorheen met zijn vader deed, de lokale liederen opnemen. Tijdens deze reis werd de grondslag voor zijn latere studiewerk gelegd waarbij de nadruk niet langer louter op de muziek alleen kwam te liggen maar ook de volkseigen dansen en verhalen. In het artikel Haitan Journey (1938) dat hij op basis van deze reis schreef, waren de eerste kiemen van zijn visie op folkmuziek te lezen. Een visie die in de jaren zestig door nieuwe folkgroepen meer dan eens onder vuur werd genomen.

Als field recorder namen vader en zoon Lomax zowat alles op wat ze tijdens hun reis hoorden met het idee dat ze het kaf van het koren later zouden scheiden en alleen de waardevolle songs zouden uitbrengen. Alan Lomax zou hierover in 1942 zelf zeggen dat sommige folksongs nog maar net geboren waren, terwijl andere op hun laatste benen liepen. Van het idee dat folkmuziek een levend en evoluerend iets was, zou hij in 1959 gedeeltelijk afstappen door op te merken dat de zogenaamde “folkniks” de emotionele lading van de oude folknummers niet konden evoceren. In 1965 slaagde hij er tijdens het Newport festival zelfs in te stellen dat de jonge blanke muzikanten (waaronder Dylan) waarschijnlijk niet in staat zouden zijn blues te spelen.

Een opmerking die beroering opwekte daar Lomax in de jaren vijftig en zestig ondanks zijn relatief jonge leeftijd een gewaardeerde en alom gerespecteerde kenner van folkmuziek over de hele wereld was geworden. De jaren vijftig had hij grotendeels in Groot-Brittannië doorgebracht, al ondernam hij geregeld reizen naar Ierland, Schotland, Italië en Spanje om ook daar opnames en notities te maken van de uitstervende, eigen muziek geworteld in traditie en het dagelijkse leven. En net zoals tijdens zijn reis naar Haïti leverde dit niet alleen opnames en artikels op maar ook een steeds verdere uitwerking van een antropologische/muzieketnologische studie op het folkmuziekfenomeen.

Als academicus wist Lomax nooit school te maken. Hoewel zijn artikels wijd en zijd gepubliceerd werden (het aantal publicaties is nauwelijks te schatten) en het hem nooit aan fondsen ontbrak, bleef zijn structurele analyse van muziek ook gekend als cantometrics dode letter. Doorheen de jaren zou zijn analysemethode bekritiseerd blijven en zijn manier van gegevensverwerking in vraag gesteld worden. Dat Lomax, hoewel hij verscheidene malen een leerstoel aangeboden werd, nooit verbonden is geweest aan een universiteit noch studenten onder zich had, speelde hier ongetwijfeld een rol in.

Een puur academisch leven sprak hem niet aan. Naast het veldonderzoek, de vele artikels en boeken verzorgde hij in de jaren veertig immers ook een radioprogramma, werkte hij als producer mee aan platen van Lead Belly en Woody Guthrie, bracht hij op geregelde basis compilatiealbums uit met songs die hij puurde uit de opnames die hij doorheen de jaren verzamelde en was hij actief in de burgerrechtenbeweging. Ondanks zijn Texaanse achtergrond en de periode waarin hij opgroeide, ging Lomax op gelijke voet om met zijn zwarte muzikanten/zangers, wat zoals hij in zijn boek The Land Where The Blues Began beschrijft, meer dan eens tot incidenten met de lokale blanke (en racistische) bevolking leidde.

Het leven van Alan Lomax vatten in een enkel artikel is onmogelijk, laat staan de betekenis die hij voor de muziekwereld alleen al betekent heeft. Zonder vader en zoon Lomax zou bijvoorbeeld Lead Belly nooit bekend geweest zijn, net zo min als Son House (die in de jaren dertig enkele songs opgenomen had) of Muddy Waters. Ook Pete Seeger en talloze andere behoeders en ontdekkers van folkmuziek zouden naar alle waarschijnlijkheid nooit dat specifieke pad ingeslagen zijn zonder Lomax. De opnames die hij met zijn vader en/of alleen maakte waren en zijn een blijvende schat voor iedereen die meer wil leren over de wortels en het ontstaan van de moderne muziek, want zonder hen zouden The Beatles, Bob Dylan, The Rolling Stones, Led Zeppelin en zoveel andere groepen heel anders geklonken hebben.

De AB organiseert samen met het Muziekinstrumentenmuseum en Cinematek nog de hele maand oktober een Tribute to Alan Lomax. Op het AB-programma staan onder meer optredens van Tinariwen (03/10), Jan De Smet & Arne Van Dongen (04/10) en The Golden Glows + Roland (10/10).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 − een =