Edward Sharpe & The Magnetic Zeros :: Up From Below

Herinner u die avond, toen u zestien was. Het was zomer, de meisjes waren mooi, de jurkjes kort, en het kampvuur brandde op het strand. Natúúrlijk had iemand een gitaar mee. Vanzelfsprekend werd er gezongen. Ex-Ima Robotfrontman Alex Ebert maakte als Edward Sharpe een plaatje dat klinkt als die tijden, toen hippie worden nog zo’n slecht idee niet leek, en liefde simpel en groot was.

Het was onzin. Dat weet u nu — of u zal het wel leren als uw zestien jaar ver achter u liggen, snotaap! — maar het was charmante onzin. Iets om te koesteren: dat vals maar enthousiast zingen, het groepsgevoel… Eigenlijk verlangt u er stiekem naar terug, geef maar toe. Om dat kind weer even de bovenhand te laten halen. Misschien kan Ebert u de weg wijzen.

Jarenlang was Ebert een stoere punker die dacht dat de wereld aan de voeten van Ima Robot (herinnert u zich die nog?) lag. Dat deed die niet, maar dat beseft hij pas toen hij goed en wel aan de heroïne zat, en diezelfde wereld hem kotsbeu was. Een paar jaar en een rehab-periode later heeft de man echter het licht gezien. Als zijn jeugdig alter ego Edward Sharpe en een tienkoppige troupe muzikanten brengt hij folky nummers die vooral vreugde moeten uitstralen. Als u het ons vraagt: puik idee, maar de uitwerking kon wat beter.

Up From Below — perfect getiteld, want met deze plaat keert hij terug uit de diepste diepten — is immers een rommeltje. Bij momenten klinken de Magnetic Zeros als een Arcade Fire met een joint te veel op, maar op andere momenten zwalpt de groep de vergetelheid in. Nochtans begint het wel lekker. “40 Day Dream” heeft het soort violen waar ook Win Butler en vrienden graag mee uitpakken, de samenzang is impeccable: folk met een hoge meezingfactor. En ook “Janglin” is puik. Na de ook al leuke titeltrack (omfloerste trompetjes, countryritme) begint het boeltje echter in te zakken als een macrobiotische wortelsoufflé.

De joint te veel kickt in, en algehele meligheid maakt zich van de groep meester. Dieptepunt is “Home”, waarin Ebert — excuseer: Sharpe — een tenenkrullende dialoog met zijn liefje Jade aangaat. Het zijn dat soort hippie-ismen die de plaat naar beneden halen. Jammer, want “Desert Song” heeft dan wel weer zijn sterke punten met een sfeer die wat bij die van Apse aanleunt.

Waarna Up From Below helemaal gaat zwalpen met richtingloos gebazel vol galm in “Black Water”. De groep vindt daarna nooit meer zijn goeie vorm terug. En dus is het verdict hard: hier had meer (en we bedoelen: véél meer) ingezeten. Als dit project voor Ebert ooit meer wil zijn dan een adempauze, een manier om zijn overleven te vieren, dan zal hij bij de volgende plaat wat meer moeten focussen en zich concentreren op het songschrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =