Huit Femmes :: Part 1




Geen
frullen, geen franjes, geen gezever: één man spreekt de harde
waarheid over acht muzikale vrouwen. Enkele oude bekenden passeren
de revue in hun nieuwste creaties, maar ook onbekend talent (?)
wordt niet onberoerd gelaten. Welke dame verdient uw aandacht?
Welke dame krijgt de bons? Twee artikels lang wordt er op enola
rokken gejaagd zoals nooit tevoren!

Eleni Mandell : Artificial Fire ****1/2

De Californische Eleni Mandell is ondertussen al elf jaar lang de
geliefkoosde underdog van de Amerikaanse indiescène: de krant The
New Yorker riep haar in 2001 zelfs uit tot “perhaps the best
unsigned artist in the business
“. Mandell onderneemt geen
pogingen om hier verandering in te brengen. Ze blijft rustig en
lustig platen uitbrengen en de wereld rondtoeren, voornamelijk in
het clubcircuit. Haar zoetgevooisde geluid (denk aan Chrissie Hynde
die de gitaar omgordt in een zandige bar in de Amerikaanse
onderbuik) blijft ook op deze zevende langspeler bloeien. Wanneer
ze in het sluimerende ‘Front Door’ het verhaal vertelt van een
aangekondigde one night stand, krijg je het meteen enkele
graden warmer. Maar wanneer ze op dezelfde manier ook de
christelijke boodschap predikt (‘God Is Love’), hangen wij maar wat
graag onze rozenkrans om onze nek.

Mandell beperkt zich op ‘Artificial Fire’ niet tot één genre. We
horen een Americana-chanteuse (‘Right Side’), we krijgen
countrysoul geserveerd (‘Don’t Let It Happen’), Tarantino-indie
(‘Needle And Thread’) en hier en daar zelfs een streep retrorock
(de onderling inwisselbare ‘Bigger Burn’ en ‘Little Foot’). Ook
verdient ze punten door niet te serieus te willen overkomen. In een
genre dat overstroomt van tragische belijdenislyriek voelt een
prettig gestoord, übercharmant zelfportret als ‘Personal’
(“My eyes are the colour of martini olives, I always drink two,
not three
“) aan als een lekker frisse bries. Door dergelijke
stijlfiguren zit er in elk nummer wel een knipoog, wat resulteert
in een entertainend en bruisend, creatief album.
Chapeau!

Sara Lov : Seasoned Eyes Were Beaming
**1/2

Je zal maar Sara Lov heten en een serieuze carrière willen
opbouwen. Dan kan je inderdaad maar beter je heil zoeken onder een
artistieker verantwoorde groepsnaam. De wereld leerde Sara dan ook
kennen als één helft van The Devics en kon niet anders dan verliefd
worden op haar ontwapenende stem. Wie vreest dat dit soloavontuur
zal leiden tot een cultuurschok, kan echter op beide oren slapen:
in opener ‘Just Beneath The Chords’ herken je al meteen een echo
van ‘Salty Seas’. Ondanks de afwezigheid van haar bandmaat Dustin
O’Halloran, kan dit album zelfs gerust de vierde Devics-plaat
worden genoemd. ‘Seasoned Eyes Were Beaming’ beleeft zijn beste
momenten wanneer de feeërieke melancholie van de groep opnieuw
wordt opgezocht: dat is het geval in het Alex Church-duet ‘Animals’
– prachtig in al zijn meligheid – en in ‘New York’, waarin de hoge
noten als sneeuwvlokken over de stad lijken te dwarrelen.

Tussendoor hoor je bij momenten een popgevoeliger Sara Lov (in het
aardige ‘A Thousand Bees’ lonkt ze naar Sia en The Cardigans), maar
vaak ook een kleurlozer Sara Lov. Haar stem straalt te weinig
karakter uit om vlakke songs als ‘Franky’ en ‘Old Friends’ te
dragen, nochtans eenvoudige composities die beter uit een keelgat
zoals dat van A Girl Called Eddy hadden kunnen ontsnappen. Iets
meer inventiviteit mocht zo nu en dan ook wel, want van het refrein
van ‘Tell Me How’ hebben we ondertussen toch al een driehonderdtal
variaties gehoord. Het geheime ingrediënt van het Devics-recept was
steeds sympathieke eenvoud, maar Lov maakt het zichzelf op haar
eigen debuut soms toch iets té gemakkelijk. In plaats van als een
nieuw begin klinkt dit al te veel als een halfgeslaagde bloemlezing
van tien jaar onuitgebracht materiaal.

Priscilla Ahn : A Good Day *1/2

De goden moeten Priscilla Ahn gunstig gezind zijn, want sinds een
verhuis naar Los Angeles liggen voor deze jonge deerne alle wegen
open, als waren het Breezerdelletjes in het benevelde
ochtendgloren. Haar officiële debuut werd meteen verdeeld door het
prestigieuze Blue Note-label, Jay Leno en Jools Holland inviteerden
haar om een nootje te komen zingen in hun mondiaal bekeken
tv-programma’s en na een rondje Botanique mocht ze als onbekende
eend in de bijt deze zomer al de Werchteraffiche op.

Veel wind voor weinig inhoud is dat. Jaja, ‘Dream’ – ijl stemmetje
bezingt kinderdromen – is een schattig singletje, ‘Astronauts’ een
aardige retrowandeling en ‘Masters In China’ een ballade die een
winteravond wat kan opwarmen, maar daarmee is de kous grotendeels
af. Clichématige countrypop als ‘I Don’t Think So’ schreeuwt
daytime VijfTV, ‘Red Cape’ is de generische versie van een
Dolores O’Riordan b-side en ‘Find My Way Back Home’ lijkt meteen
een tweede zoektocht naar Maria in te luiden.

Het grootste probleem van deze songs in niet het gebrek aan
muzikale inventiviteit of de fletse teksten (hoewel eens mens het
toch even moeilijk zou krijgen bij diarree als “Wallflower, I’m
not here no one sees me, wallflower, I’m by myself, excuse
me
“), maar wel het bleke, persoonlijkheidsloze timbre waarmee
Ahn dit alles brengt. Geen enkele emotie is authentiek, steeds hoor
je haar het rolletje spelen van het lieve zangeresje met de
zogenaamd kleine, fijne liedjes. Priscilla Ahn mag dan met veel
toeters en bellen ten tonele verschenen zijn, met een plaat
waarvoor ‘middelmaat’ een serieus compliment is, zal ze snel weer
in de koffiehuizen staan kwelen.

Costanza : Sonic Diary ***1/2

De naam Costanza Francavilla zal u waarschijnlijk weinig bekend in
de oren klinken, maar toch kent u deze deerne ongetwijfeld als de
hoofdrolspeelster op Tricky’s ‘Vulnerable’. In de vroege
noughties bezorgde zij immers een kort fanbriefje aan haar
idool, en die bombardeerde haar prompt tot zijn nieuwe muze. De
Italiaanse trok naar Brooklyn om zich toe te leggen op visuele en
muzikale kunst. Ze leverde door de jaren bijdragen aan soundtracks
allerhande en bundelde die vorig jaar op een eerste soloplaat. Het
album lijkt de plas maar niet over te geraken, maar toch willen we
u deze intrigerende dame niet onthouden.

Deze schone vrouwe dealt in postmoderne, kille en vaak
nihilistische elektro. De schaduw van Tricky blijft hier en daar
hangen (‘Burqa’, ‘Back Into My Mother’s Womb’), maar domineert
niet. Costanza bewandelt nog steeds de weide van haar leermeester,
maar zoekt meer de uitersten daarvan op. Vaak is dat duisternis,
zoals in de obscure nachtwandeling ‘Where Have You Been’ of een
trance inducerend ‘Coming Home’, maar tussendoor mag daar
ook een lentebriesje doorwaaien, getuige het Klima indachtige ‘In
The Sun’ en het poppy intermezzo ‘God’s Gonna Cut You Down
Today’.

De afwisseling van mechanische parlando en hogere kopzang klinkt
intrigerend, hoewel dit gevoel omwille van enkele
herhalingsoefeningen geen vijftien nummers lang kan blijven duren.
Mits enig snoeiwerk had ‘Sonic Diary’ een uitstekend debuut
opgeleverd, nu worden de oren net te lang belaagd om een
aanhoudende aandachtscurve te garanderen. Niettemin is dit
verplicht voer voor al wie vindt dat Ladytron en Miss Kittin
tegenwoordig te optimistisch klinken!

www.elenimandell.com
www.myspace.com/elenimandell

www.saralov.com
www.myspace.com/saralov
www.priscillaahn.com
www.myspace.com/priscillaahn

www.costanza.tv
www.myspace.com/costanzafrancavilla

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

9 − drie =