Moby :: Wait For Me

Moby-haters, herenigt u. Het grof geschut heeft niet gebaat, de kale veganist uit New York is nog steeds niet uitgeroeid. Sterker zelfs, op zijn nieuwe plaat Wait For Me wordt het terrein van de verzadigde pop verlaten en vindt de voormalige rave-artiest opnieuw een uitweg richting artistieke vrijheid.

Hoe hard je ook je best doet, beste Regi, de meest gehate artiest in muziekland is nog steeds Richard Melville Hall, beter bekend als Moby. Vooral in middens waar groepen als Mercury Rev, Sonic Youth of Radiohead zelfs met een ondermaatse plaat niets van hun status als halfgod verliezen, drijft men maar al te graag de spot met de kleine Amerikaan. Toegegeven, jezelf “little idiot” noemen is niet echt bevorderlijk voor je credibility. Maar straalt pakweg Thom Yorke dan zoveel meer charisma uit? Tien jaar na datum blijkt vooral succesplaat Play een vergiftigd geschenk. Sindsdien reed Moby zichzelf vast in een muzikale impasse: toegevingen aan de vox populi met gewiekste stadionhits als “Lift Me Up” stonden lijnrecht tegenover de new wave-aanpak van zijn vroegere platen. De fanclub breidde razendsnel uit, de geloofwaardigheid brokkelde even snel af.

Met Wait For Me zet Moby voor het eerst in tien jaar opnieuw koers richting muzikale autonomie.
Er wordt afscheid genomen van een major-platenfirma en het nieuwe album werd in eigen beheer opgenomen.
Die autonomie begon al bij de singlekeuze. Sinds Play slaagde Moby er keer op keer in het slechtste — lees: het makkelijkst in het gehoor liggende — nummer van de plaat als single uit te brengen. Denk maar aan “We Are All Made Of Stars”, dat vandaag enkel nog van nut kan zijn als begeleiding bij een Kimberly-grapje. “Shot In The Back Of The Head” is ditmaal, naast het meest atypische Moby-nummer in jaren, een avontuurlijke lap instrumentale post-elektricana. Denk: een geïnspireerd My Morning Jacket dat wakker gehouden wordt door Burial, maar vergeet er zeker niet de vrij ongewone — nuja, hoe kan het ook anders — clip van David Lynch bij te bekijken.

Samen met de zoektocht naar muzikale integriteit, lijkt Moby ook op zoek naar diepgang en misschien nog het meeste naar zichzelf. Geen holle songs meer — haal de tracklist van voorganger Last Night er gerust nog eens bij –, maar centrale thema’s als existentialisme en verval luisteren de plaat op. Op het ingetogen, haast meditatieve “Walk With Me” tekent een jammerende vrouwenstem haar eigen einde uit: “Let me sleep/ Won’t you let me sleep”. De ambient-synthpartijen roepen eeuwige wanhoop op. Wanhoop zoals filmmaker Guy Van Sant die in zijn prent Gerry ensceneerde: berustend en haast onbewogen. Klasse.

Ook de instrumentale nummers “JLTF 1” en “A Seated Night” wekken dezelfde gevoelens op. Heel wat minder pakkend is “Study War”, waar Moby de grote trukendoos van Play nog eens opent; het oeverloos herhalen van een oude soulsample op een loop van piano en strijkers. Been there, done that. Bij dit soort tracks moet je concluderen dat het nog iets te vroeg is om van een volledige wedergeboorte te spreken. Al is het belangrijkste dat Moby eindelijk een weg heeft gevonden om los te komen van zijn verleden, dat het voor het eerst sinds lang weer in de goede richting gaat.

In tijden dat de King Of Pop zichzelf van het leven berooft, komt Moby aanzetten met een plaat over sterfelijkheid en verlies. In tegenstelling tot Michael neemt Richard afscheid van de schijnwereld waarin hij was terechtgekomen. Wait For Me solliciteert opnieuw naar de spannende periferie van het popgebeuren, waar het ooit voor hem begon. De muzikale integriteit ligt opnieuw binnen handbereik en zelfs de haters zullen moeten toegeven dat Moby anno 2009 opnieuw “interessant” in plaats van “voorspelbaar” klinkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 9 =