Audrey :: The Fierce And The Longing

Vier Zweedse vrouwen en een cello. De gemiddelde macho heeft maar een half woord nodig en mag op dit eigenste moment richting platenboer spurten. Gelukkig voor de geletterde niet-Neanderthalen onder u: de dames van Audrey en hun nieuwe album The Fierce And The Longing hebben net iets meer om het fraaie lijf.

Vraagt u zich soms ook af waarom Herman Van Molle zo hoog oploopt met Zweden? Zweden is het land van goedkope knutselmeubelen en goedkope knutselpop. Denken we maar aan Army of Lovers en Ace of Base. Allicht is dat niet de reden waarom crack Herman er zijn hart verloren is. De degelijkheid van SAAB, de wereldklasse van Stina Nordenstam of toch de kristalblauwe ogen van Agneta ? Vrouwenviertal Audrey
tapt duidelijk uit het tweede Zweedse vaatje, al moet de wijn nog even liggen vooraleer hij tot volle rijpheid komt.

“I face myself, and how could I love someone like you? You hurt yourself and how could I sit here and watch you die?” De sfeer is meteen gezet met opener “Big Ships”. Geruggensteund door celliste Emelie Mollin hult de samenzang van de vier Zweedse sirenes zich in een mystieke schaduw. Soms is die schaduw niet meer dan een kanttekeningetje, in het andere geval is ze een dikke lijn mascara die hen de buurmeisjes van Apocalyptica zou kunnen maken. Wie zich aan Scandinavische versie van The Corrs verwacht, gaat die dus beter op een ander zoeken. Wie echter niet vies is van een vleugje introspectie, licht-mysantropische teksten en echo’s van Jeniferever of Sigur Ros, mag gerust verder luisteren.

“Horses Are Honest” is zowat de blauwdruk van het album. Tekstueel een heel hoog Bat for Lashes-gehalte — lees: kop noch staart aan te krijgen. “Count your steps, moonlight shake me. It’s not gonna happen. She’s around where the horses run. I’ll be there, waiting with the night.” Antwoorden op een gele briefkaart naar het gekende adres. Het ijle koortje, de hypnotiserende cello en de doffe basdrum maken van dit stukje poëzie een echter dijk van een nummer.

“Bleak” is dan weer de meest ongepaste titel ooit voor een nummer. Schuchter komt de song uit de startblokken, maar ontsteekt plots in een heuse sabbath, die de geest van opperwica Sinead O’Connor bezweert neder te dalen in de samenzang van de vier dames. Helemaal geen bleek doorslagje, wel integendeel: Sweden, twelve points. Ook “Black Hearts” en “Northern Lights” zullen u allicht niet onberoerd laten. Niet toevallig nummers waar de ijskoude samenzang en de dreigende cello tikkertje met elkaar spelen.

Zal u deze dames voor eeuwig en een dag in uw hart sluiten? Dat is misschien iets teveel gezegd — de gemiddelde goddeau-lezer heeft aan vrouwelijke aandacht namelijk geen gebrek. En de dames van Audrey zijn slechts bij vlagen mysterieus, exotisch en aanlokkelijk. Zo nu en dan kijkt u even geeuwend weg naar de ‘elvendertigste’ re-run van FC De Kampioenen. Komt daarbij dat het einde van de cd beter op een EP was gebundeld. “Dalälven”, het — obligate — Zweedse nummer kraakt immers de laatste twee nummers van het album zoals global warming de Larsen B-ijsschots van Antarctica. Zo valt het afsluiter “Pocket Arms” — een duet met vijf– met Per Tannergård van Once we Were jammerlijk in het water . De Zalm van Corleone? Allicht. Maar (nog) niet het neusje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =