Jeremy Warmsley :: How we became

Houd de dief! Jeremy Warmsley is een beunhaas, een pikkedief, een kleptomaan eerste klas. Alles wat in zijn muzikale kraam past, steelt hij zonder gêne bij collega’s van allerlei pluimage. En het resultaat is in veel gevallen nog stukken beter dan het origineel ook.

De cover van How We Became stelt niet zo heel veel voor. Een close-up van Jeremy himself. Een foto die net zoveel rock-‘n-roll verraadt als de Eerste Communiefoto van uw melkboer. Kers op de taart: een brilmontuur die Roy Orbinson zelfs postuum het schaamrood op de wangen tovert en in elke Vlaamse middelbare school een garantie vormt tot pesterijen tijdens de speeltijd.

Niets laat dan ook vermoeden dat achter die cover een steengoede popplaat schuil gaat. Na debuut The Art Of Fiction hadden degenen die het kunnen weten een batterij grote namen klaar om Jeremy mee te vergelijken. Invloeden kwamen uit alle windrichtingen aangewaaid: Aphex Twin, Sam Cooke en Radiohead. Aan dat lijstje voegt u — naargelang de dikte van uw muzikale encyclopedie — vlotjes: a. Joseph Arthur, b. Merz, c. Clap Your Hands, Say Yeah, d. alle bovenstaande toe. Wars van enige stijlbeperkingen maakt Jeremy een potpourri die heerlijk geurend uw trommelvliezen tintelt. Pop as pop was meant to be. Ook tekstueel is de man een blijvertje. Wat dacht u van “Waiting Room”: “I heard that it’s true that everything is made of little bits of nothing. There’s music in the gaps and colours in the cracks…”

Het heeft dan ook geen enkele zin om met u de hoogtepunten van dit album te overlopen. Integendeel, u heeft veel meer aan een bijsluiter met de belangrijkste bijwerkingen. Na het horen van “Turn Your Back” bijvoorbeeld vertonen sommige patiënten de onweerstaanbare drang hun –beeldschone en uitermate gewillige — lief het bloed vanonder de nagels te halen, enkel in de hoop gedumpt te worden. Indien ook uw deerne de deur achter haar fantastisch achterwerk toetrekt, heeft u meteen het perfecte excuus om het nummer de volgende vijf maanden op repeat te zetten. Ondertussen wentelt u zich in de heerlijk warme deken van zelfbeklag. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek heeft eveneens aangetoond dat Jonathan Legears woede-uitbarstingen het gevolg zijn van een van Jeremy’s ballads: “If he breaks your heart, I will break his legs. If he takes the piss, I will break his face.” Warmsley kwam, zag en overwon.

Smetten op dit schitterend blazoen? Ze zijn zeldzaam. Allicht verdient hij voor de ballad “I Keep The City Burning” op David Carradinese wijze een schoenveter rond zijn glockenspiel gesnoerd te krijgen. Het nummer heeft namelijk een echte wijvenstem nodig. Geef toe, la Rufus — verkleed als keizer Nero — is een zekere winner in deze rol. Ook de aanhef van “Craneflies” zou eerder gediend zijn met een Anthony of een Rufus. En co-producer Markus Dravs zorgt ervoor dat de geest van Gwyneth Paltrows halve trouwboek net iets te nadrukkelijk rondwaart in het tweede deel van de song. Meer dan randkritiek is dit echter niet.

Jeremy Warmsley maakt wat hij noemt “interesting music with an accessible tangent”. Of was het “accessible music with an interesting tangent”? Wij zijn er alvast behoorlijk ondersteboven van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =