SPOT Festival :: 21-22 mei 2009, Arhus

Denemarken is trots op zijn groepen, en dat mag het buitenland geweten hebben. Elk jaar wordt het SPOT-festival georganiseerd, waar die het internationale water mogen testen voor een jury van mensen uit de buitenlandse muziekindustrie. Voor de tweede keer trotseerde ook goddeau de Duitse wegenwerken en trok het naar het verre Arhus.

Maar kun je wel elk jaar vijf goeie Deense groepen ontdekken? Die vraag schoot ons meermaals door het hoofd op SPOT. Het hielp ook niet dat het festival — slachtoffer van zijn eigen succes — zo druk bezocht werd dat het soms onmogelijk was om binnen te raken bij wat achteraf een ijzersterk concert bleek te zijn. Het was dan ook zoeken naar de zeldzame krenten in de pap, want Denemarken telt niet minder middelmatige tot slechte groepjes dan Vlaanderen. Toch was het soms aangenaam opkijken van de internationale klasse die sommige groepen tentoonspreidden.

Bodebrixen bijvoorbeeld; het kleurrijke duo Aske Bode en Andreas Brixen. Aangevuld met nog wat jongens en een meisje in frisse witte outfits (met reuzengrote kleurrijke strikken), maken ze een soort upbeat tweepop met elektronische toetsen dat in al zijn enthousiasme al eens aan The Polyphonic Spree doet denken. "Dead Man" is muzikaal vrolijk huppelen door een Alpenwei, terwijl "Own Company" dan weer de opgefokte vrolijkheid van I'm From Barcelona in herinnering brengt. Goed, het is niets wereldschokkends en zwartkijkers zullen er een broertje aan dood hebben, maar het is wel heel fijne pop en een goed excuus om die Denen Alphabeat toch maar te vergeven.

Nog feestpop: The William Blakes die naar hun niet echt vlot bekkende groepsnaam refereren door net als de grote Britse dichter vooral over de relatie tussen wetenschap en religie te zingen. Muzikaal zwerft dit octet (twee volledige groepen zijn voor de live-ervaring samengesmolten, dubbele drum incluis) ergens tussen Talking Heads en Flaming Lips. De groep durfde het zelf aan om hun debuut simpelweg Wayne Coyne te noemen (zegt zanger Kristian Leth: "Ik gaf hem de cd en vertelde hem dat als er één iemand was waarvan we niet verwachtten dat hij ons zou vervolgen omdat we zijn afbeelding op de hoes zetten, hij het wel zou zijn. Dan kon hij natuurlijk niet meer moeilijk doen.").

"This Is Our Moment" — op plaat een ingetogen nummer dat drijft op Afrikaanse percussie — wordt een hymne, de consecratie van dit topmoment voor de groep. Er is nog werk aan de winkel voor deze groep, maar live beloofde het heel wat meer dan hun platen doen vermoeden.

Goed, Einstürzende Neubauten zijn het niet, maar wat Orka brengt gaat erg in die richting: zelfgemaakte instrumenten, een slijpschijf,… Yann Tiersen was zelfs zo gecharmeerd door het Faroerese gezelschap dat hij met hen ging samenwerken. Ook vandaag staat hij op een zelfgemaakte "viool" (een plank met snaren) mee te spelen. Het tekent voor spannende soundscapes, maar de toevoeging van zangeres lijkt niet helemaal geslaagd: ze zorgt voor een onnodig gothic-element dat de groep niet helemaal de juiste richting uitstuurt. Toch: te volgen, deze eilandbewoners.

Een groep die Kellermensch heet; dat moet wel metal zijn. Nou, ja en neen: de schreeuwen in het refrein van "Black Dress" doen wel aan polsbanden met pinnen denken, de samenwerking met een strijkkwartet geeft hen meer het aura van een metalen Arcade Fire. Dat de groep invloeden citeert van Tom Waits tot Einstürzende Neubauten en begint met een stevig hertimmerd "Old Man" van Neil Young geeft ook al aan dat er meer muzikale breeddenkendheid in het spel is. Helemaal "af" lijkt het nog niet, maar de groep heeft wel een pak interessante ideeën waar nog meer uit gehaald kan worden.

Pure internationale klasse is het allerlaatste optreden dat we dit jaar op SPOT te zien krijgen: Lucy Love komt op, ziet, en pakte de Officers/P3 Scenen in met veel ballen. Over minimale elektronica schiet de ongeveer anderhalve meter hoge achttienjarige haar vlijmscherpe, in perfect cockney afgeleverde, raps af met de cool van een Dizzee Rascal. Met twee dansers en toetsenman Yo-Akim zet ze een perfecte show op waarin geen nummer doel mist en de tent gaat dan ook gaandeweg overstag. Hitje "Daddy Was A DJ" krijgt het grootste herkenningsapplaus, maar we zijn het meest onder de indruk van knappe ingetogen nummers als "Wake Up" of het enthousiaste "Yessss! I'm in love with it". Tegen het ultieme "When I say Lucy, you say: Love" zijn we al lang helemaal ingepakt: Lucy Love kan zo de confrontatie aan met haar Londense tegenhangers.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 13 =