Sarke :: Vorunah

Indie
Recordings, 2009

Aandachtige volgers van Noorse blackmetal kennen Sarke misschien
al. Hij was drummer van bands en projecten als Tulus en Khold, en
brengt nu met ‘Vorunah’ voor het eerst een plaat uit onder zijn
eigen naam. Toch mogen we niet zomaar spreken van een soloproject,
ook al werd de muziek geschreven en ingespeeld door Sarke zelf. In
feite is het een tweemansband, want voor de vocalen wist de
drummer-annex-snarenplukker niemand minder te strikken dan Nocturno
Culto, de enigmatische zanger van het legendarische Darkthrone.
Tijdens de opnames werden beide heren geassisteerd door producer
Lars-Erik Westby.

Uit de eerste luisterbeurten leren we echter dat alleen werken
misschien toch niet zo’n slim idee was. Natuurlijk is het zo dat je
op deze manier geen compromissen hoeft te sluiten tijdens het
creatieve proces. Aan de andere kant ontbreekt ook dat
ondefinieerbare dat bands vaak laat uitstijgen boven zichzelf,
namelijk de chemie tussen de groepsleden. Bovendien klinkt de
muziek op deze plaat behoorlijk gedateerd, want voor ‘Vorunah’
haalde Sarke duidelijk de mosterd bij namen als Celtic Frost,
Bathory en andere oude doom- en trashbands uit de eerste
helft van de jaren ’80.

Toch is dit meer geworden dan een collectie ‘knip-en-plak’-nummers,
ondermeer door het opvallende toetsenwerk.

Opener ‘Primitive Killing’ vliegt er onmiddellijk stevig in.
Nocturno Culto spuwt zijn venijnige zinnen uit met raspende maar
behoorlijk verstaanbare stem, daarbij begeleid door Sarkes hakkende
thrashriff en zijn punky bas- en drumwerk. Een puike song,
die vooral in de smaak zal vallen van fans van Darkthrones
‘Canadian Metal’ of ‘Too Old, Too Cold’. De titeltrack sleurt de
luisteraar dan weer mee in de waanzinnige wereld van het demonische
duo: ‘Vorunah’ kreeg een meebrulbaar refreintje vol misantropisch
nihilisme en een simpele maar pakkende riff mee, en klinkt door het
toetsenwerk ook een pak trager en sfeervoller.

Meteen is de toon gezet voor een hedonistisch metalfeestje, denk je
dan, maar de eerste twee songs leggen ook het grote probleem van
dit album bloot. Het gitaarwerk bestaat hoofdzakelijk uit
krachtige, eenvoudige en efficiënte riffs, tegelijkertijd worden de
nummers echter nodeloos gerekt. Drie nummers duren zelfs langer dan
zes minuten en vooral voor ‘Frost Junkie’ en ‘Cult Ritual’ zijn er
dat een paar te veel. Het sekteritueel in dit laatste nummer is
vast heel bloederig, jammer genoeg lijdt de song zelf aan creatieve
bloedarmoede. We horen een twee minuten durende, clichématige
intro, een betonnen riff, een onverwoestbare baslijn en voor het
overige vooral veel ballast.

’13 Candles’ is een lang en traag nummer – vermoedelijk bedoeld als
ode aan Candlemass – dat dankzij het overvloedige toetsenwerk en de
geladen zanglijnen baadt in een gepaste sinistere sfeer. Ook ‘The
Drunken Priest’ is het vermelden waard. Het nummer stelt het
aandachtsvermogen van de luisteraar voor één keer niet op de proef
en klinkt behoorlijk heavy en sfeervol. Een nummer dat helemaal
afwijkt van het patroon is afsluiter ‘Dead Universe’. De track is
zo kort en krachtig dat hij al helemaal uitgeraasd blijkt wanneer
je denkt net de intro te hebben gehoord.

‘Vorunah’ is een album dat hinkt op twee gedachten: er staan een
aantal geslaagde hommages op aan de metal van 25 jaar geleden,
spijtig genoeg wordt de aanvankelijke belofte van een wild feestje
niet ingelost door een gebrek aan creativiteit en bandchemie. Het
veelvuldige gebruik van piano en keyboards is ook geen onverdeeld
succes. Soms ondersteunen ze de kale riffs en dragen ze
bij tot de juiste, duistere sfeer. Even vaak klinken ze echter
redelijk irritant. Hetzelfde kan trouwens worden gezegd van
Nocturno Culto: zijn rasp klinkt behoorlijk monotoon, hij debiteert
al zijn teksten aan hetzelfde gezapige tempo en begint op die
manier na een tijdje gewoon op de zenuwen te werken.

Pluspunt is wel de sfeer: de songs baden in een opvallend warme,
analoge sound, maar behouden wel hun venijn (dat voor de
verandering niet in de staart zit maar in de kop). De meeste songs
zijn op zich helemaal niet slecht, ze missen alleen nog wat
body. Wie weet komen ze live (met een volledige band) veel
beter tot hun recht, want we kunnen ons best voorstellen dat de
songs in een klein zaaltje, met het volume nét niet op maximum en
ondersteund door wat kale belichting en een rookmachine, wél voor
een verrassing zouden zorgen.

De eerste twee tracks van deze cd klinken alvast vet, laten we dus
hopen dat Sarke er op een volgend album wel van begin tot eind een
feest van maakt.

www.myspace.com/sarkeofficial

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vijf =