Candi Staton :: Who’s Hurting Now?

Parlophone,
2009

Oma’s aan de top! Grace Jones liet ons op haar zestigste en in
string genieten van misschien wel haar sterkste plaat ooit, en ook
Tina Turner – intussen zelfs op tram 7 – gaf in een akoestisch
intermezzo tijdens haar comebacktour haar jongere collega’s lik op
stuk door te tonen dat zij ook met alleen een stem en een ziel haar
toeschouwers kan inpalmen. Beide dames durfden in de jaren tachtig
wel eens verzuipen in kitsch, maar ze staan er op hun derde
leeftijd weer, bulkend van de artistieke integriteit.

Candi Staton wordt door het grote publiek nog steeds in dat vakje
van discocamp geduwd. Laat haar naam vallen in een gesprek
en je hoort de wereldhit ‘Young Hearts Run Free’ of het dankzij The
Source en ‘Sex And The City’ weer opgerakelde ‘You’ve Got The Love’
door de oren suizen. Klassiekertjes natuurlijk, maar niet
representatief voor de artieste Candi Staton, de First Lady of
Southern Soul,
die na zijspongen in country, dance en (haar
jeugdliefde) gospel op ‘Who’s Hurting Now?’ met glans terugkeert
naar het genre waarin ze haar eerste successen behaalde.

Statons nieuwe plaat is allesbehalve smooth en
superficial. De grandioze opener ‘Breaking Down Slow’
borrelt vanuit de diepste crypten van het hart op: terwijl Staton
de muren rond haar hart sloopt, gaat de aanvankelijk rustige
melodie meer en meer kolken tot ze een toonbeeld van de vurige ziel
wordt. Met deze dame valt niet te sollen, zoals ook de ex zal
geweten die met de vinger wordt gewezen in ‘Who’s Hurting Now’
(“You say you want me back, now baby, it’s a little too late
for that”
). Dit nummer was oorspronkelijk uitgedacht als een
samenwerking met Groove Armada, voor wiens ‘Soundboy Rock’ Staton
enkele zanglijnen verzorgde, maar tijdig werd ingezien dat beats
hier niets te zoeken hebben: een vuile jam met vlammende blazers is
de uitgelezen biotoop voor een song als deze!

Voor dit album deed Staton voornamelijk een beroep op covers, maar
in het uitkiezen hiervan lette ze nauwgezet op de connectie die ze
kon leggen met het materiaal. Haar prachtige interpretatie van
Connie Knapps ‘Lonely Don’t’ is op korte tijd dan ook uitgegroeid
tot een persoonlijke bekentenis, een fluweelzachte nuancering van
haar tijdelijke amoureuze eenzaamheid (“Don’t feel bad for me,
this is only temporary
“). Met klasbakken van tijdgenoten,
zoals Bonnie Ryatts ‘I Feel The Same’ en Baby Washingtons ‘I Don’t
Know’, begeeft Staton zich in alle authenticiteit terug naar de
late sixties en vroege seventies, wanneer zij
zelf haar eerste successen kende.

‘Who’s Hurting Now?’ is echter niet uitsluitend een coveralbum.
Tussen de geslaagde recyclages staan hier en daar ook enkele eigen
songs of cadeaus van hedendaagse groten, waarvan de uitblinker het
smeulende, door Bonnie Prince Billy neergepende ‘Get Your Hands
Dirty’ is, waarin het rustige doch standvastige eisenpakket van de
vrouw met ballen wordt voorgelegd (“I want a man on his knees
for me, if that’s silly I don’t care
“).

Net wanneer je het gevoel krijgt naar een modern soul-en
bluesmeesterwerkje te luisteren, krijgt het album naar het einde
toe toch een lichte dip. Het zelfgeschreven ‘Dust On My Pillow’
herkauwt de stereotiepe break-upsong, de countryrocksong
‘Cry Baby Cry’ klinkt niet zozeer nostalgisch als wel ouderwets en
mist de raspende conteralto van Tina Turner. En was het niet dat
het knusse ‘I Don’t Want For Anything’ nog moest volgen, dan mocht
de plaat gerust al veel eerder tot een einde gekomen zijn.

Laat dit echter geen afknapper zijn, want tegenover de middelmatige
staart staat meer dan genoeg straffe kost om deze plaat ten
stelligste aan te raden. Na Bettye Lavette zou Candi Staton wel
eens de nieuwe vergeten diva kunnen worden die in de 21e
eeuw enkele gouden eieren werpt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 1 =