Bill Callahan :: Sometimes I Wish We Were An Eagle

Geen
artistieke hoogte zonder emotioneel dal, het lijkt wel een
onomkoombare wetmatigheid in het land der troubadours. Lieden als
Bonnie ‘Prince’ Billy, Ryan
Adams
, Bon Iver,… en ga zo maar door: ze scheren
vaak pas hoge toppen als hun hart aan diggelen ligt en demonen door
hun mentale ruïnes waren. Bill Callahan vormt allerminst de
uitzondering op de regel. Op ‘Woke On A
Whaleheart
‘, zijn vorige plaat, maakte de getroubleerde bard
even schoon schip in z’n zolderkamertje. ‘s Mans nieuwe plaat laat
er echter geen twijfel over bestaan: Callahan is op z’n best met
een aureooltje van tragiek rond z’n hoofd! ‘Sometimes I Wish We
Were An Eagle’ lijkt op het eerste gezicht dan ook een vergeelde
foto van een gelukkig verleden, maar vergis u niet: de
getormenteerde weemoed en mistroostige wanhoop sijpelen uit elke
pixel.

Naar de hoofdverantwoordelijke voor die roodomrande tristesse hoeft
niet lang gezocht te worden. Met haar toverstafje kan folkfee
Joanna Newsom namelijk niet alleen betoveren, maar ook
harten breken. De Amerikaanse dumpte Callahan, met deze plaat tot
gevolg. Jammer voor hem, maar heuglijk nieuws voor liefhebbers van
bloedstollende weemoed want ‘Sometimes I Wish We Were An Eagle’ kan
zonder schaamrood op de wangen naast het beste van Smog (Callahan’s
vroegere alter ego) staan. Met oogkassen als opgedroogde zoutmeren
verklankt hij schaamteloos z’n hartenpijn en l’amour
krijgt een paar flinke vegen uit de pan: ‘Love is the king of
the beasts/And when it gets hungry, it must kill to eat
‘,
klinkt het illusieloos.

Een copieus vijfgangendiner van fatalisme en naargeestigheid dus,
maar toch blijft de plaat licht verteerbaar. De rijke arrangementen
klinken namelijk verrassend lichtvoetig en het is heerlijk
korenhalmkauwend wegzakken in de grasvelden van strijkers, blazers
en orgeltjes. Luister maar naar de piano die de poel van
melancholie in ‘Rococo Zephyr’ zachtjes doet kringelen of de violen
die als lentebriesjes door de populieren ruisen in het delicate
‘The Wind And The Dove’. De weelderige instrumentatie klinkt
nergens overdadig, waardoor elke song wel een pastoraal tafereeltje
onder een pril lentezonnetje lijkt.

Heel knap, want bij elke luisterbeurt veranderen de folkweides
steeds meer in een moeras van emotioneel drijfzand. Callahans
dertiende plaat grossiert in de dromerigheid van de laatste albums
van Goldfrapp en Andrew Bird, maar zelfs die fraaie bedwelming kan
zijn donkere hart niet verhullen. ‘I used to be darker / Then I
got lighter / Then I got dark again
‘, oreert hij vol zelfbesef
in het kristallijnen ‘Jim Cain’ en met een hoofd vol
zwaarmoedigheid haalt hij uit naar z’n demonen. In ‘Eid Ma Clack
Shaw’ wordt zijn verleden de mantel uitgeveegd ( ‘All these
fine memories are fuckin’ me down
‘), terwijl de bijna
spirituele mantra ‘Faith/Void’ één lange sneer is naar religie
(‘It’s time to put God away‘, banbliksemt Callahan
zacht).

Bij mindere goden zouden dergelijke grieven al snel ontaarden in
aanstellerig geweeklaag, maar dat is buiten Callahans stem
gerekend. Net als Stuart A. Staples beschikt de man over een zacht
brommende bariton die een plaat lang aan de ribben blijft kleven.
Of hij nu natuurtaferelen bezingt in ‘Too Many Birds’ of geestelijk
verval in ‘All Thoughts Are Prey To Some Beast’, met zijn
tegelijkertijd tedere en asgrauwe schuurspons van een stem schraapt
Callahan moeiteloos het eelt van het hart van de luisteraar.

Na een minder geslaagd eerste album onder z’n nieuwe nom de
plume
vindt Bill Callahan met deze plaat opnieuw aansluiting
bij het beste werk van Smog. ‘Sometimes I Wish We Were An Eagle’ is
een fraai staaltje muzikaal escapisme op een bedje van rauwe
realiteit waarin het heerlijk struinen is. Als het platen als deze
blijft opleveren, mag Cupido nog even wachten om een nieuwe pijl
door Callahans hart te boren!

www.myspace.com/toomuchtolove

www.dragcity.com/bands/callahan.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − vijf =