Yevgueni :: We zijn hier nu toch

Bijna vier jaar na de release van Kannibaal is Yevgueni langzaam maar zeker een household name geworden. En ook met zijn nieuwe plaat bewijst de groep eens te meer dat muziek niet altijd de trommelvliezen uit de hengsels hoeft te dreunen om te raken.

Je kan als een blok vallen voor Klaas Delrue. Je kan hem ook afschieten als kneuterige brave jongen, die net niet goed genoeg kan zingen en zijn donkere gedachten net dat tikje te braaf verwoordt. Je kan dat staven met passages uit diverse Yevgueni-songs, maar moet dan wel even voorbijgaan aan de momenten dat hij er knal op zit. Zeker op dit nieuwe album bewijst Yevgueni meermaals niet te voldoen aan het cliché van brave Vlaampjes die wereldvredige liedjes maken om hun schoonmoeder te plezieren.

Haal er bijvoorbeeld even "’t Zal wel niet mogen" bij. Goed verstopt midden in hun nieuwe album, maar een snijdend liefdeslied, over machteloos toezien hoe Zij een ander in haar leven toelaat, terwijl jij alleen buiten achterblijft. Tom Barman zong "I guess it will always be / someone staying and someone gone", Delrue rekt dat gevoel tot een prachtsong van 3 minuten, met een moker van een punchline: "Hij slaapt in mijn bed / gisteren heeft hij mijn lievelingsplaat opgezet".

Of luister even aandachtig naar de verraderlijk vrolijk klinkende titelsong over gezellig kurken laten knallen op dinner parties, non-events en gesprekken tussen mensen die eigenlijk weinig meer omvatten dan ’drink je nog iets?’ ’Welja, we zijn hier nu toch’. Een leegheid waar een romanticus als Delrue maar moeilijk mee om kan.

Het op de vorige albums met veel weemoed bezongen wereldverbeterende nachtbraken uit het studentenleven, is op het eerste gehoor vrij afwezig op We zijn hier nu toch, maar duikt via omwegen toch weer op. In "Stapels en lijstjes" klinkt de zanger bijvoorbeeld wel erg uitgeblust te midden van rekeningen en het ’echte leven’. En ook Robbie is weer aanwezig, ditmaal op de trein van en naar zijn werk, omringd door dromen en weinig aangenaam ruikende medependelaars.

Op muzikaal vlak neemt Yevgueni nog een paar extra grote stappen weg van de gewone Nederpop (het doet de groep oneer aan om nog van kleinkunst te blijven spreken). Met de hulp van Stef Kamil Carlens lieten ze hun muzikale horizon met plezier verbreden. De arrangementen zijn een stuk rijker en er vallen zelfs onmiskenbare indie-invloeden te horen. De bio spreekt van Sigur Ros, maar ook de invloed van Arcade Fire en credibele barden als Conor Oberst of Bonnie ’Prince’ Billy vallen op in songs als "Brand", "Oudstrijder", "’t Zal wel niet mogen" en "Blijf".

Als de groep dan toch de klassieke popkaart trekt, doet hij dat onbeschaamder dan ooit. "Werken in de media" is een vrij gewone stevige popsong en openingsnummer "Nieuwe meisjes" mikt zonder gêne op het vrolijke lentegevoel met zuiderse gitaartjes en ritmes. Op zich de minst memorabele momenten op We zijn hier nu toch maar oorwurmen van jewelste.

Op dit derde album klinkt Yevgueni zelfverzekerder dan ooit. De groep heeft zijn plek veroverd in het Vlaamse muzieklandschap en het juk van de kleinkunst overtuigend van zich afgeworpen. Op de beste songs van We zijn hier nu toch klinken ze als een heuse indieband, al is het natuurlijk veel makkelijker om hen in een Nederpophokje te blijven wegstoppen. De groep verdient echter beter en heeft in nummers als "Blijf", "’t Zal wel niet mogen" en "Brand" het indiegeluid gevonden dat perfect past bij Delrue’s donkerste gedachten en bijwijlen diep snijdende teksten. Yevgueni en zijn zanger zijn tegen hun zin volwassen geworden, maar dat levert prachtige songs op. Mocht u het niet al eerder gedaan hebben: hoog tijd om hen een kans te geven en u te laten overrompelen door oprechte weltschmerz in eigen taal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 8 =