Igor





Met de stemmen van: John Cusack, Steve Buscemi, Sean Hayes, Eddie
Izzard, Molly Shannon e.a.

Alsof het vooruitzicht naar een vierde én vijfde ‘Shrek’ nog
niet erg genoeg was, komt low budget-animatiefilm ‘Igor’ ons ook
nog eens vervelen met postmoderne knipogen. Een flauw doorslagje
van de visuele stijl van ‘The Nightmare Before Christmas’, een
eigentijds wink wink nudge nudge-toontje dat alleen maar
gedateerd overkomt en flauwe personages die aan het gevreesde
‘Madagascar’-syndroom lijden: zo luid, irritant en spastisch
mogelijk over en weer springen op het scherm. Jakkes. Wanneer komt
de nieuwe Pixar alweer uit?

In het land van Malaria – leg dat maar eens uit aan de koters –
draait alles om mad scientists en hun diabolische
uitvindingen. Igor (een miscaste John Cusack) is de bultenaar van
professor Schadenfreude (John Cleese), maar droomt stiekem van een
eigen carrière als uitvinder. Wanneer de jaarlijkse evil
science fair
wordt georganiseerd waagt Igor zijn kans en wekt
hij de monsterachtige Eva (een charmante Molly Shannon) tot leven.
Eén klein probleempje, Eva is een schat van een reuzin met
acteerambities. Oké. Samen met zijn uitvindingen – een
onnozel brein in een bokaal en een suïcidaal, maar onsterfelijk
konijn – probeert Igor zijn creatie alsnog kwaadaardig genoeg te
maken om een kans te maken op de hoofdprijs. En heel misschien
leert hij ook dat je niet per se gemeen moet zijn om het te maken
in de wereld. Wie weet.

Naar het voorbeeld van het met popcultuurreferenties
geïnjecteerde sprookjesuniversum van de ‘Shrek’-franchise doet
Frankenstein-spoof ‘Igor’ een poging om de draak te steken met de
klassieke Universal-horrorfilms uit de jaren veertig. De conventies
worden op hun kop gezet (de niet zo idiote bultenaar is de held) en
clichés worden doorprikt met filmreferenties, woordspelingen (de
‘yes masters degree’, hoho) en andere postmoderne spielerei.
Allemaal geinig bedoeld, maar wanneer alle CGI-animatiefilms van de
laatste acht jaar de hippe ‘heb je onze knipogen allemaal
opgemerkt?-kaart hebben getrokken, komt dat vooral afgezaagd en
déjà-vu over. Bovendien doet ‘Igor’ net iets te hard zijn best om
clever te zijn. Elke vorm van humor komt dan ook onvermijdelijk met
een extra por tussen de ribben om er zeker van te zijn dat iedereen
op de hoogte is van de zelfbewuste, coole attitude. Enkel een
obligaat tromgeroffel ontbreekt nog. Dat werkt bijzonder
vermoeiend, zeker omdat het allemaal helemaal niet zo grappig is
als dat het denkt te zijn. ‘Igor’ zou toch zo graag ‘Shrek’ zijn in
een gotisch Tim Burton-jasje, maar uiteindelijk raakt de bultige
bultenaar niet verder dan het roodkapje van ‘Hoodwinked’.

Het begint nochtans sympathiek en enthousiast. De dialogen
(‘his latest creation, evil lasagna, actually tastes pretty
good
‘, gniffel) van American Dad!-schrijver Chris McKenna
flitsen, de donkere Burtoneske invloeden lijken veelbelovend en de
cynische suicide bunny met de stem van Steve Buscemi is
een scènestelende giller. Maar na een half uur ostentatief grappig,
onconventioneel en wacky te wezen, moet ‘Igor’ plooien.
Een boodschapje rechtstreeks afkomstig uit het grote boek der
levenslessen in animatiefilms wordt gelanceerd, het verhaal moddert
aan en de personages beginnen op de zenuwen te werken, vooral de
luidruchtige. En hopla, nog voor alle conventies van het geviseerde
genre door de mangel zijn gehaald, hangt ‘Igor’ al in het
conventionele net van voorspelbare kid flick met de
standaard knipogen voor de iets oudere kijkers. Hoera voor
ironie!

Die moeilijke wisselwerking tussen toegankelijk familievertier
en snuggere verwijzingen zorgt bovendien voor een schizofrene
filmervaring. ‘Igor’ wil graag een donkere animatiefilm zijn met
dezelfde macabere humor die zo goed werkte in ‘The Nightmare Before
Christmas’, maar mikt tegelijk op een zo breed mogelijk doelpubliek
met een veilig en voorspelbaar verhaaltje. Een fantasiewereld
genaamd naar een infectieziekte verantwoordelijk voor één miljoen
doden per jaar doet vermoeden dat de humor gerust een zwart randje
mag hebben, maar die venijnige momentjes worden steeds agressiever
weggeduwd door het banale levenslesje dat wel heel goedkoop de zaal
wordt ingestuurd. Alles voelt dubbel en geforceerd aan in ‘Igor’,
alsof de kindvriendelijke en volwassen inhoud tegen elkaar werd
afgewogen in excelbestandjes. Een beetje slapstick voor de wee
ones
, een cynisch mopje voor de ouders. Een avontuurlijke
achtervolging om de kindjes op de rand van hun stoel te pinnen,
verwijzingen naar ‘A Clockwork Orange’, ‘Sunset Boulevard’ en
‘Annie’ om de filmjongens te amuseren. In ‘Shrek’ werkte dat spelen
met twee niveaus, omdat je in de eerste plaats ook een meeslepend
verhaaltje en memorabele personages had, ‘Igor’ heeft enkel de
moppen, die dan nog eens sterk hit en miss
zijn.

Op zich is kleine ‘Igor’ niet zo slecht, maar je krijgt absoluut
niks te zien dat nog niet eerder en beter werd gedaan in superieure
animatiefilms. Visueel is het een pover beestje (je hoort de pixels
nog net niet kraken) en inhoudelijk een derivatief samenraapsel van
Disney-conventies en Dreamworks-witzen. Misschien toch nog eens ‘A
Nightmare Before Christmas’ opzetten terwijl we aftellen naar
Selicks langverwachte ‘Coraline’? Yes master!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + negentien =