Mono :: Hymn To The Immortal Wind

Mogwai’s laatste album, The Hawk Is Howling, werd eerder lauw onthaald. Geen wonder ook, aangezien het postrockgenre steeds meer een circusact wordt die op dezelfde paar trucjes steunt. En als een van de grondleggers al niet meer weet te boeien, hoe zit het dan met zijn opvolgers en na-apers? Het antwoord dat Mono geeft, is onverwacht.

Mono is altijd al een beetje de vreemde eend in de postrockbijt geweest: volgens de ene was en is de band een schaamteloze kopie van het betere postrockgeweld, terwijl de andere hem net tussen grootheden/smaakmakers als Mogwai, Godspeed You! Black Emperor en Explosions In The Sky plaatst. De waarheid ligt zoals zo vaak wat meer in het midden. Mono heeft inderdaad de blauwdruk van het genre geabsorbeerd, maar weet tezelfdertijd de concurrentie steevast een stap voor te zijn met zijn perfecte aflevering.

Ook Hymn To The Immortal Wind schittert in de eerste plaats door zijn nauwgezetheid, maar trekt daarnaast de aandacht door een epiek die de vorige platen overtreft. De band heeft zijn plaat namelijk niet alleen geschreven in functie van het gelijknamige verhaal van Heeya So (een prille twintiger), maar heeft ook een heus strijkerorkest ingehuurd om zijn muziek meer kracht te geven en de uitbarstingen nog meer in de verf te zetten. En zo weet "Ashes In The Snow" vooralsnog te verbazen wanneer de strijkers aanzwellen om de eerste explosie kracht bij te zetten. Zo krijgen de typisch ijle, ingetogen knetterende gitaren een extra cachet omdat ze geruggensteund zijn door een bataljon strijkers.

Hoewel het gebruik van strijkers verre van inventief is, weten ze wel de tragiek van "Burial At Sea" te onderstrepen en verlenen ze aan "Silent Fight, Sleeping Dawn" een romantische ondertoon die de gepaste hoeveelheid stroop hanteert. Pas in de tweede helft van "Pure As Snow (Trails Of The Winter Storm)" missen ze hun doel wanneer de song zichzelf klemrijdt in de postrockclichés die de band voorheen vakkundig had weten te vermijden.

Een pure postrockplaat kan Hymn To The Immortal Wind immers niet genoemd worden. Hoewel Mono nog steeds duidelijk schatplichtig is aan het genre creëert de groep hier een instrumentaal verhaal waarbij zowel uit elementen van de postrock als de romantische filmsoundtrack (opgebouwd met strijkers en piano) gepuurd wordt. Een van de beste voorbeelden daarvan is "Follow The Map", dat zonder enige moeite een walgelijk romantisch tafereel voor de geest haalt.

Nog eenmaal gaat de band de mist in met het (opnieuw ridicuul) clichématige "The Battle To Heaven" dat alle verwachtingspatronen invult alvorens het sfeervolle "Everlasting Light" het doek laat vallen over een plaat die best aardig is, maar steunt op een ongelooflijke flutvertelling. Gelukkig hoeft u het bijgesloten verhaal over een onmogelijke liefde niet te lezen om van Hymn To The Immortal Wind te kunnen genieten.

Een breuk met het verleden is Hymn To The Immortal Wind allesbehalve geworden, want daarvoor zijn de postrockelementen te aanwezig en het gebruik van de strijkers te voorspelbaar en voor de hand liggend. Maar Mono weet wel opnieuw het beste uit zichzelf te halen en een plaat af te leveren die binnen het genre mededingers moeiteloos overklast. Wie maar niet genoeg van het genre krijgt, mag de vele witte producten die blijven opduiken negeren en onmiddellijk voor de beste kopie gaan. Mono is zeker niet origineel, maar brengt wel kwaliteit.

Mono speelt op twaalf april op het Domino-festival.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − drie =