The Spirit





USA / 2008 / 102
min.

Met ‘The Dark Knight Returns’ schreef én tekende hij verreweg
het beste ‘Batman’-verhaal aller tijden, zijn ‘Sin City’ is nog
steeds de coolste strip ooit en hoewel het recentere ‘300’ als film
misschien niet even indrukwekkend was, kon die ons met z’n
escapistische macho-onzin wél strijdkreten als “eat sword,
motherfucker!
” ontlokken. En dat voor overtuigd onsportieve
pacifisten als wij: Frank Miller heeft het duidelijk, die
magische toets die alle grote verhalenvertellers kenmerkt en ervoor
zorgt dat ze zelfs een bestelling bij de beenhouwer kunnen opblazen
tot Hitchockiaanse proporties. Des te groter is dan ook de
ontgoocheling rond zijn regiedebuut ‘The Spirit’: hoe indrukwekkend
zijn vertelkunsten op papier ook mogen zijn, hier is-ie duidelijk
in het verkeerde medium beland.

Het verhaal mag dan wel gebaseerd zijn op de ‘Spirit’-strips van
comic godfather Will Eisner, ik kan mij – zonder ook maar
één boek van de man gelezen te hebben – niet voorstellen dat dit
verhaal veel te maken heeft met de plots uit diens graphic
novels
. Miller lijkt een aantal elementen uit de
Spirit-mythologie te hebben genomen om er wat vintage Miller aan
toe te voegen en het geheel vervolgens in een blender te steken.
Daar werd dan schijnbaar – het is onduidelijk of er ook
daadwerkelijk een script aan te pas is gekomen – nog snelsnel een
verhaaltje rond verzonnen.

Dat verhaaltje draait rond Denny Colt, die na zijn overlijden
terugkomt als de regenererende (zou dat nu serieus in die
stripboeken hebben gezeten?) superheld The Spirit, de beschermende
fantoom van de stad Central City. Deze ‘Basin City Revisited’ is
een broedhaard van vuile misdadigers en maffe gangsters, met The
Octopus ruimschoots op kop. De criminele mastermind kruist
op een bepaald moment het pad van Denny’s jeugdliefde, de
anti-heldin Sand Saref. Na een handgemeen zit Sand op het eind van
de dag met de buit die The Octopus voor ogen had – een kruik met
het bloed van Hercules, of wat dacht u? – terwijl die laatste haar
de schat van de Argonauten heeft weten ontfutselen. Vanaf dan gaat
het vooral over onsterfelijkheid, goden, de poep van Eva Mendes en
heel veel pulpactie zonder logica.

Dat het verhaal niets meer dan een narratieve brij is, heeft
meer te maken met Millers gebreken als regisseur dan als scenarist,
hoewel zijn schrijverstalent het hier óók fameus laat afweten. Dat
zijn eigenzinnige en kenmerkende Raymond Chandler-achtige dialogen
zo goed als volledig achterwege blijven om te worden vervangen door
nietszeggende flutdialoogjes is op zich al doodzonde, maar het is
Millers volledige gebrek aan timing en ritme dat de film pas echt
de mist doet ingaan. Scènes lijken op de montagetafel zonder enig
gevoel voor opbouw aan elkaar geplakt zonder dat iemand ook maar
twee seconden heeft nagedacht over de logica van het geheel.
Diepgang wordt vermeden als was het een opvallend agressieve
variant van de vogelgriep en spanning lijkt ondergeschikt aan mooie
plaatjes.

En toegegeven, mooie plaatjes op het scherm toveren, dat kán
Miller. De visuele flair is grotendeels gekopieerd van ‘Sin City’,
maar dan met een duidelijke focus op fel contrasterende witte,
zwarte en rode tinten. Er zitten ook enkele duidelijke visuele
knipoogjes in naar Rodriguez’ meesterwerkje uit 2005, zoals
bijvoorbeeld de schoenen van de Spirit en het stukje met de
Tyrannosaurus Rex, maar als recyclage en verwijzingen naar je eigen
oeuvre zorgen voor de grootste troeven van een voor de rest
compleet oninteressante productie, dan is het tijd om toch eens
diep beginnen na te denken of je wel geschikt bent als regisseur
an sich. Hoe knap sommige beelden ook zijn, het
spreekwoord “schoenmaker, blijf bij je leest” was nooit ver van
onze gedachten en een afleggertje blijft – ook al ziet het er niet
slecht uit – toch altijd maar een afleggertje.

Op de acteurs moet Miller echter ook niet rekenen om de
productie van een gewisse dood te redden. Iedereen lijkt zich veel
te weinig bewust van het feit dat ze eigenlijk in een veredelde
B-film aan het meespelen zijn. Samuel L. Jackson probeert nog te
redden wat er te redden valt door zijn rol te injecteren met wat
humor, maar het effect is meestal nogal grotesk. Op een slechte
manier. Ach wat, Samuel L. Jackson speelt gewoon voor de zoveelste
keer Samuel L. Jackson, alleen staat hij hier nog iets meer in
overdrive
dan anders. Daar komt nog bij dat Gabriel Macht van
de Spirit een volledig kleurloze held maakt en dat Eva Mendes wel
érg slecht staat te acteren. Daar sta je dan met je film. Als je
drie hoofdacteurs al niet meewillen… De leukste vondst is dan nog
de gekloonde en ten allen tijde idioot grijnzende henchman
van The Octopus, maar die staat er dan weer tussen als een gek met
een pompje op een zinkend schip: best grappig, maar veel haalt het
niet meer uit. En Scarlett Johansson, tenslotte, krijgt buiten een
mooie cleavage-scène amper schermtijd. Frankie Loosveld zei het
ooit al: “Zever! Gezever!”

Voor diehard Miller-fans blijft de film nog wel het
bekijken waard: zijn visuele handtekening is overduidelijk aanwezig
(de nazi-scène!) en zorgt voor enkele indrukwekkende beelden, maar
die hadden we ook al eerder én beter gezien. Dat de man ook de
tekeningen bij de aftiteling verzorgt, zal de gemiddelde kijker
worst wezen, net als de rest van de film eigenlijk. Het verhaal
hangt met haken en ogen aaneen, zonder enige narratieve expertise,
gevoel voor ritme of talent voor montage en – erger nog – ook de
dialogen stellen diep teleur. Alles voelt goedkoop en tweedehands
aan – niet alleen de acteurs, maar zelfs de decors – nogal een
tour de force als je weet dat alles weer helemaal
computergenerated is. All in all lijkt dit nog
het meest op een B-kantje van ‘Sin City’, een afleggertje waarvan
we begrijpen waarom het de uiteindelijke versie niet gehaald heeft.
Wij houden ons hart in ieder geval vast voor ‘Sin City 2’ en, tot
het zover is, hopen we dat ‘Watchmen’ onze inner geek nog
even tevreden weet te stellen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 3 =