Watchmen




Ze hebben er lang op moet wachten, maar de fans kunnen eindelijk
in dat strakke spandexpakje glijden voor de verfilming van
‘Watchmen’, de legendarische graphic novel die zowat alle
conventies van de klassieke comic books onderuit haalt en
tegelijk een nieuwe revisionistische aanpak van het genre
introduceerde. Na wat toch wel één van de langste ‘productions in
limbo’ moet geweest zijn, heeft het onverfilmbare project dan toch
de weg van de stilstaande plaatjes naar het bewegende scherm
gevonden. Iets wat de afgelopen vijfentwintig jaar maar niet wou
lukken. Terry Gilliam wou er een grootschalige miniserie van maken,
producer Joel Silver had de rechten, maar de ballen niet om er geld
in te steken, Darren Aronofsky koos op het laatste nippertje voor
zijn eigen labour of love ‘The Fountain’ en net
voor Paul Greengrass wou beginnen filmen werd ook hij
teruggefloten. En toen was Zack Snyder daar, jong talent dat opviel
met een opvallend geslaagde ‘Dawn of the Dead’-remake
en het tot geek darling schopte met zijn holle, maar
populaire bewerking van die andere graphic novel waarin Gerard
Butler zijn Spartaanse tanden blootgrijnsde en Perzische hommels
aan zijn speer rijgde.

Snyder nam de taak bloedserieus en beloofde een film die trouw
zou blijven aan het bronmateriaal. Geen compromissen om het
commercieel toegankelijker te maken, geen gezeik om het geweld af
te zwakken en zeker geen verwaterde versie van de thematiek waarin
beschouwingen omtrent politiek, oorlog, filosofie, technologie en
de condition humaine samengebald worden tot een deconstructie van
de superheld in al zijn glorie. Een fameuze boterham voor Zackie en
de kans dat hij op zijn bek zou gaan lag beduidend hoger dan de
kans dat dit de ‘Citizen Kane’ van de comic
book-
verfilmingen zou worden. De frustratie is dan ook groot,
want ‘Watchmen’ valt krék tussen die twee uitersten. Snyder heeft
een bewonderenswaardige poging gedaan om de baanbrekende kronkels
van Alan Moore naar het scherm te vertalen en doet vooral visueel
lekkere dingen, maar mist een stevige narratieve structuur om het
allemaal even vlot te bolwerken. Niet onverfilmbaar dus, die
watchmannen, maar ook niet de onmisbare parel die het had kunnen
zijn.

Het verhaal speelt zich af in 1986, waar een alternatieve
tijdslijn wordt opgetrokken. Nixon is nog steeds president van de
Verenigde Staten en heeft – met de hulp van ‘Amerikaanse’ superheld
Dr. Manhattan (Billy Crudup) – de Vietnamoorlog gewonnen, terwijl
de Koude Oorlog tussen Amerika en Rusland een crisispunt bereikt
waarop een nucleaire oorlog onafwendbaar lijkt. De tijden zijn
onheilspellend, het doomsday-klokje tikt steeds luider en de ooit
geliefde gemakserde vigilantes zijn uit de gratie gevallen. Wanneer
de Comedian (Robert Dean Morgan), een voormalige masked
avenger
, brutaal wordt vermoord, vermoedt collega-wreker
Rorschach (Jackie Earle Haley) dat er een grootschalige
samenzwering op poten is gezet om alle superhelden van weleer uit
te schakelen…

Vertrekkende vanuit een film noir-achtige whodunnit
incluis geraspte voice-over – trekt Snyder een omvangrijk relaas
open waarin plot volledig ondergeschikt is aan sfeer, thematiek en
de psychologie van de personages. Net zoals in het boek hangt
‘Watchmen’ grotendeels aan elkaar met lange, gedetailleerde
flashbacks waarin de verschillende protagonisten worden voorgesteld
en zijn hun voorgeschiedenis en onderlinge relaties belangrijker
dan hun handelingen. Er is een rode draad – wie heeft Comedian
vermoord en waarom? – maar hij is dun en bedolven onder een nooit
aflatende stroom van maatschappijkritiek en ironische
popcultuuranalyse die jammergenoeg minder subversief uit de hoek
komt in de filmversie. Snyder is trouw – misschien zelfs iets te
trouw – en doet keihard zijn best om zowel de moeilijke chronologie
als de vele ideeën uit het boek te behouden, ook al loopt hij het
risico dat niet-ingewijden hopeloos verloren zullen lopen in het
complexe wereldje van de meest onconventionele antihelden die je
ooit zal tegenkomen in dit soort pulpcinema. Een wijs besluit om de
symbolische comic in de comic ‘Tales of the Black Freighter’ eruit
te vissen, maar dan nog voelt ‘Watchmen’ aan als een uitputtende,
lange zit die tussen de hip gefilmde actie- en montagescènes durft
aan te slepen. Ontevreden hardcore fans of niet, een iets strengere
kill your darlings‘-aanpak mocht wel.

Maar ook al mist het soms verstikkend tjokvolle ‘Watchmen’
ademruimte om écht tot leven te spatten en onder de huid te
sluipen, dan nog krijg je een intrigerend superheldenepos dat op
clevere wijze een karikaturaal comic book-universum
koppelt aan relevante maatschappelijke issues. De rol van
vigilantes in de strijd tegen misdaad wordt in vraag gesteld, de
koude oorlog vormt een perfect kader om politieke machtspelletjes
en moreel verderf tegenaan te kletsen en Snyder heeft ook die
cynische eighties-zeitgeist succevol geïntegreerd. Als ‘Watchmen’
narratief wat puft, tuft en rammelt, dan wordt veel goedgemaakt
door de dreigende sfeer en de gestileerde vormgeving die van de
film bijna letterlijk een bewegende comic book maken. Pluspunten
trouwens voor de eclectische, maar passende soundtrack. Van de
schitterende begingeneriek annex openingsmontage op Dylans ‘the
times are a-changin’ over de bezwerende tonen van Philip Glass tot
Cohens ‘Hallelujah’ , dat voor de verandering eens een hitsige
seksscène mag opvrolijken. Kijk, dat kregen we dus niet te zien in
‘The Dark
Knight’
.

En dan hebben we nog niks gezegd over de schaarse – verwacht
geen rollercoaster van non-stop actie – maar brutale
gewelduitbarstingen die even hard opwinden als afstoten. Gebroken
botten priemen door vlees, kogels doorboren benen, boeven worden
met een vingerknip getransformeerd tot een kleverige poel van
ingewanden en een hakmes wordt met veel sadistisch geweld in een
hoofd gekliefd. Het is visceraal, zwartkomisch en gortig,
regelrecht uit de zieke koker van Alan Moore en met veel plezier in
beeld gebracht door Zack Snyder, ook al heeft hij de neiging om
iets te vaak op die slowmotionknop te duwen. Onze favoriet?
Rorschach, frietketel en één iets te farse patser. Ouch
time.

De personages zelf – naast heldenperiflages ook getormenteerde
zielepoten van vlees en bloed – worden overtuigend vertolkt door de
ensemblecast. Vooral een intense Jackie Earle Haley steelt de show
als de gestoorde Rorschach (zijn inktmasker is geweldig) en brengt
een welkome energie en urgentie naar het verhaal dat wel eens
vergeten wordt door de regisseur. Ook chapeau voor Billy Crudup die
er toch maar in slaagt om tussen de hoogdravende
filosofisch-existentiële mijmeringen van de blauwgloeiende Dr.
Manhattan – de enige superheld met échte superkrachten trouwens –
sympathie en medelijden weet te smokkelen. Enkel lichtgewicht Alin
Akerman stelt wat teleur en mag dan ook van geluk spreken dat ze
halverwege de film haar echte talenten in een nauw aansluitend
pakje mag hijsen om het goed te maken.

Uiteindelijk zou het zonde zijn om ‘Watchmen’ volledig af te
rekenen op zijn – bijna onvermijdelijke – flaws. Neen, het
is niet de ultieme comic book movie en de innoverende
factor van de graphic novel is ondertussen ook al lichtjes
achterhaald, maar het is en blijft een intelligente genrefilm die
een uitdagende brug slaat tussen kunst en kitsch. Zeker niet voor
iedereen, maar wie dacht dat ‘The Dark Knight’ de
enige volwassen stripverfilming was, moet toch eens binnengluren in
het fucked up wereldje van ‘Watchmen’ en zijn helden van
paranoïde misantropen, fascistoïde moordenaars en pafferige
impotentielijders.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =