I’m a Cyborg, But That’s Ok





Scenario : Park Chan-wook en Jeong Seo-gyeng
Met : Lim Su-jeong, Rain , Choi Hie-jin, Kim Byeong-ok, Lee
Yong-nyeo e.a.
105 min. – Zuid-Korea – 2006

Al die ogen om ogen, tanden om tanden… Na zijn excellente
wraaktrilogie had de Koreaanse regisseur Park Chan-wook blijkbaar
genoeg wraak genomen voor een heel JSA-leger. Met zijn opvolger uit
2006, het cybersprookje met de guitige titel ‘I’m a Cyborg, But
That’s Ok’ liet hij de rondvliegende tanden, bloedspetters en
octopus-pus dan ook mooitjes in de folterkast zitten en borduurde
hij lustig voort op de vrouwelijke en overgestileerde afslag die
hij al behoedzaam met ‘Lady Vengeance’ was
ingeslagen. ‘Cyborg’ is een romantische komedie geworden, maar wie
Park Chan-wooks creaties een beetje kent, weet dat we hierbij best
ver buiten het Hollywoodcliché mogen denken. Wie zijn deurtje
wagenwijd openzet voor de prachtige, breekbare figuren en
knotsgekke nevenverhaaltjes die de man weer voor ons heeft
uitgeknobbeld, wordt beloond met een subtiel doch bijzonder
liefdesverhaaltje, gekleurenspoeld in een regenboogshampoo aan
visuele splendeur, absurde humor en curieuze details. Park
Chan-wook die zich volledig laat gaan in kleurrijke metaforen? Daar
worden wij helemaal chacha van!

En waar kan je beter de remmen losgooien dan in een gesticht? In
deze scheefgetrokken omgeving laat onze filosoof van hoofdberoep
twee tieners op elkaar verliefd worden: Young- goon (‘A Tale of Two
Sisters’) en Park Il-soon (popster ‘Rain’ in zijn eerste hoofdrol).
Young-goon is een vastberaden meid. Ze zit misschien in een
zothuis, maar is – zoals ze het zelf zegt – geen psycho, maar een
cyborg. En aangezien vechtrobotten nu eenmaal niet eten, maar zich
opladen, weigert ze elke vorm van voedsel. In de plaats daarvan
likt ze met haar tongetje aan batterijen, spreekt ze in geheimtaal
met de lampjes in de koffieautomaat en volgt ze de gruwelijke
instructies die de radio haar doorgeeft. Haar gedrag is iets minder
verwonderlijk als je weet dat ze werd grootgebracht door een
grootmoeder die dacht dat ze een muis was. Wanneer de kleptomane
copycat Park Il Soon de valse tanden van haar oma steelt,
is Young-goon aanvankelijk heel boos (alleen met die tanden kan ze
met de lampjes praten), maar Park Il-soon is misschien wel juist
wat ze nodig heeft. De jongen raakt gefascineerd door de steeds
zwakker wordende Young-goon die dringend een held nodig heeft om
haar van een platte batterij te redden.

Klinkt vreemd? En dat is nog maar de hoofdlijn… De helft van
de gebeurtenissen in de film zijn dan ook niet zozeer de waarheid
zoals ze zwart op wit op een verpakking van ons favoriete
Delhaizeproduct zouden staan, maar wel zoals ze aangedikt en licht
verwrongen uit een kindermond zouden komen gerold. Eerlijk? Dat
blijkt een pak boeiender om naar te kijken. Het is eens een andere
manier om een anorectisch meisje dat zich nergens thuis voelt en
een kleptomaan met angstaanvallen in beeld te brengen. Want dat is
het eenvoudige verhaal dat er achter schuilgaat: twee pubers op
zoek naar de ‘zin van het leven’. In de schoot van Chan-wooks
verfrissende en geniale vertelstijl wordt het verhaal veel rijker.
Door het te vernissen met een dikke vette laag aan magisch realisme
en de film te vertellen door de fantasiegulzige ogen van zijn
mentaal gestoorde personages, ontstijgt hij de routineuze formule
van de romcom zodanig ver, dat er misschien zelf een nieuwe term
voor bedacht moet worden: een magische waankomedie misschien? Park
Il-soons actieplan om zijn cyborgje van de verhongeringsdood te
redden is vertederend mooi om te zien (dat deurtje in haar rug!),
maar het verhaaltje wordt nergens zo melig tot slagroom opgeklopt
als in de doorsnee romcoms, alleen al de bizarre eerste kus getuigt
daarvan. De vertelstijl is misschien dromerig, de inhoud die
erachter zit is verre van gladgepolijst. Young-goon en Park Il
-soon blijven in hun eigen wereld rondtuffen en zijn beslist geen
lieverdjes.

Zelfs binnen de grote metafoor van de twee weirdo’s die elkaar
binnenlaten in hun eigen respectievelijke universums, weet
Chan-wook nog inventief te zijn in vertelfratsen zonder het verhaal
(al) te ingewikkeld te maken. Net als bij ‘Lady Vengeance’
verlangt hij wel weer de volle concentratie van zijn kijkers. De
overload aan informatie wordt doorgegeven aan de hand van
metaforen, flashbacks en fantasiescènes. Daarnaast
goochelt hij met de nodige zijsprongetjes (zoals de vrouw die
verhalen verzint over de patiënten) en haalt hij ook zijn toverdoos
aan clichédoorbrekende dialogen boven. Denk aan het gesprek waarin
Park Il-soon de snikken van Young-goon vertaalt in woorden: zo
eenvoudig en toch mooi. Jeong Ji-hoon alias Rain leefde zich
duidelijk volledig uit in de rol van rare kwast die van nervositeit
krulletjes draait in zijn haren en ook Lim Sue-jeong valt nergens
uit haar rol als wannabe-robot. Met haar grote, vragende ogen en
koele maniertjes zet ze een bevreemdend en ongrijpbare lady neer
waar je toch sympathy voor gaat voelen.

Dat de lovers niet de enige freaks zijn in de show had je, met
de gevangenisscènes uit ‘Lady Vengeance’ in het
achterhoofd, wel kunnen raden: zo is er ook nog de
achteruitwandelende sorry-man, de corpulente Gop-dan die
Young-goons eten opeist en stiekem kan vliegen met haar statische
sokken en een meisje dat denkt dat ze een Jodelend Edelweissje is.
Hun interactie zorgt ervoor dat er danig wat plukken absurde humor
in het rond vliegen.

Waar Chan-wook met deze film uiteraard het allerhoogst op scoort
is de visuele flair waar ondergetekende helemaal dolletjes van
wordt. De extreem gestileerde beelden die Chan-wook met zijn
digitale camera onze richting in slingert, zijn verbluffend en
leunen perfect aan bij het onnatuurlijke sfeertje van een
cyborgwereld. De voorbeelden van eye candy zijn niet te
tellen, alleen al de openingssequentie waar we het zoeken naar de
credits bijna een spelletje wordt, is een lekkernij. De camera
huppelt door de pastelkleurige ziekenhuisgangen langs de licht
futuristische design (het praatkwartier in de tuin!) en decors (de
Klimtboom op de eetzaalmuren!) en gekke rekwisieten (de
konijnenmaskers) op de passende twinkeltonen van een nauw
aansluitende soundtrack.

Ja, het scenario kent een klein dipje drievierde ver en het vage
einde liet ons wat onbevredigd achter. Een tweede kijkbeurt is
zeker geen overbodige luxe, al is het maar om je in alle rust op de
details te kunnen concentreren. Maar het is zeker zonde dat na
‘Lady V’ ook
deze film niet tot in de zalen is geraakt en maar weinig erkenning
krijgt wereldwijd, want het mag dan geen meesterwerk zijn, geeft
toe: wat een wonderlijke wereld heeft Chan-wook hier weer uit zijn
hoofd gebroed! ‘Cyborg’ is een grappige lovestory verpakt in het
knettergekste snoeppapiertje dat je maar kan verzinnen. Wij willen
méér van dit, veel méér mister Chan-wook! Nu!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 4 =