Traitor




109 min. / USA /
2008

Nog maar enkele maanden geleden bracht Ridley Scott ‘Body of
Lies’ in de zalen, een techno-thriller waarin Leonardo DiCaprio een
Amerikaanse agent in het Midden-Oosten speelde, op het spoor van
een wijd vertakte terroristische organisatie. De film was een
poging om de war on terror vanuit de loopgraven te
bekijken – hoe organiseren moslimterroristen hun jihad
eigenlijk? Hoe vervoeren ze wapens en mensen? Hoe krijgen ze
rekruten zo ver hun leven te geven? – en had als dusdanig best wel
een boeiend thema. Maar, geregisseerd door Ridley Scott of niet, de
prent was hopeloos ongeloofwaardig en leed aan een terminaal gebrek
aan focus. Nu krijgen we ‘Traitor’, een prent die met veel
minder fanfare in roulatie wordt gebracht en zichzelf veel minder
pompeus profileert, en verdomd als het niet exact de film is
geworden die ‘Body of Lies’ had moeten zijn. Regisseur Jeffrey
Nachmanoff neemt immers exact hetzelfde onderwerp, om het
vervolgens veel verder uit te diepen. ‘Body of Lies’ dacht het iets
te vertellen had. ‘Traitor’ hééft effectief iets te vertellen.

Don Cheadle speelt Samir Horn, een toegewijde moslim die rond
z’n achtste zijn vader verloor door een autobom (volgens de film is
het nooit duidelijk geworden wie er voor de moord verantwoordelijk
was, wat een interessant ambigu terzijde oplevert). Tegenwoordig is
Samir een undercover-agent voor de Amerikaanse overheid, die diep
betrokken is geraakt in een terroristische groepering. Via true
believer
Omar (een uitstekende Saïd Taghmaoui) is hij kunnen
binnendringen in een internationaal netwerk aan fundamentalisten,
dat een grote aanslag voorbereidt tegen de VS. Niemand behalve zijn
contactpersoon Carter (Jeff Daniels) weet echter dat Samir voor de
Amerikanen werkt, zodat hij onderhand de hele FBI achter zijn kont
heeft zitten. Vooral agent Roy Clayton (Guy Pearce) heeft zich in
de zaak vastgebeten en is vastbesloten om Samir te pakken te
krijgen.

Dat klinkt als de premisse van een simplistische actiefilm met
duidelijk afgebakende helden en schurken, maar Nachmanoff (die het
verhaal schreef met niemand minder dan Steve Martin – dé Steve
Martin, jawel) weet er verrassend veel complexiteit uit te halen.
Enerzijds is er natuurlijk het gegeven dat Samir een praktiserende
moslim is die strijdt tegen het terrorisme. Je kunt dat beschouwen
als neerbuigend – nergens willen ze immers zo krampachtig politiek
correct zijn als in Hollywood – maar dat lijkt me dan weer een iets
te gemakkelijke kritiek. Je kunt het weglachen, maar zeg eens zelf:
wanneer heb je voor het laatst een film gezien waarin de held vijf
keer per dag op z’n knieën viel voor Allah? Ook de échte
terroristen worden verrassend evenwichtig in beeld gebracht. Omar,
de man die Samir introduceert in het terroristische netwerk, wordt
een echte vriend van Samir – hij is intelligent, welbespraakt,
speelt graag een potje schaak en heeft ergens in Frankrijk een
vriendin zitten waar hij van houdt. Opnieuw kun je dezelfde kritiek
leveren: naïeve Hollywoodiaanse political correctness.
Maar… tja… zouden veel van die terroristen niet effectief
ergens een lief hebben zitten, en graag lachen met hun vrienden?
Feit is dat ik kon geloven in die personages. Hun positieve
kenmerken dienen niet enkel als schaamlapje voor een film waarin de
helden uiteindelijk volbloed Amerikanen zijn (zoals dat in ‘Body of
Lies’ wel het geval was, met strategisch geplaatste sympathieke
moslimpersonages die zich ten alle tijden geroepen mochten voelen
om braafjes in de schaduw van DiCaprio te blijven staan).
Nope, hier is het karakter van die moslims – terrorist of
niet – fundamenteel verweven met het verhaal. De film gààt juist
over die ambiguïteit, dat is één van de belangrijkste thema’s.

Anderzijds is er ook de vraag hoe diep een agent undercover kan
gaan vooraleer hij een medeplichtige wordt van de criminelen die
hij uiteindelijk moet oppakken. Samir werkt voor de Amerikanen,
maar ondertussen voorziet hij de terroristen wel van bommen en
ontstekers – hoe blijf je dat rationaliseren? Er komt een punt
waarop je de agent niet meer van de terrorist kunt onderscheiden,
omdat zijn daden toch op hetzelfde neerkomen.

Die ideeën zitten in een film die erg beheerst geregisseerd
werd: we krijgen maar weinig actiescènes te zien, en voor zover ze
er wél in zitten, zijn ze kort en to the point. Maar
Nachmanoff weet wél een contante spanning in zijn film te stoppen,
gewoon door nooit het centrale conflict van het verhaal uit het oog
te verliezen: om niet door de mand te vallen, wordt Samir telkens
opnieuw verplicht om dingen te doen die hij niet wilt doen. We zien
hem worstelen met die beslissingen en continu concessies maken
tegenover zichzelf. In essentie zitten we twee uur lang te kijken
naar een man die een bom in zijn handen heeft, die de bom niét wilt
laten exploderen, maar heel goed weet dat hij vroeg of laat niet
anders zal kunnen. Dat is inherent dramatisch en spannend, en
Nachmanoff melkt die situaties goed uit.

In tegenstelling tot Ridley Scott met ‘Body of Lies’, hoeft hij
ook niet terug te vallen op semi-begrijpelijke technische tovenarij
om zijn verhaal verteld te krijgen. De terroristen van ‘Traitor’
gebruiken eenvoudige trucs om veilig met elkaar te communiceren.
Wat dacht u van deze: je maakt voor al je bommenleggers een
e-mailaccount aan, en je geeft hen de login en het password. Je
schrijft vervolgens de instructies voor de bomaanslag in een
e-mailbericht dat je niet verstuurt, maar gewoon bewaart als
concept. Daarna hoeft de bommenlegger enkel bij zijn niet-verzonden
berichten te gaan kijken om de instructies terug te vinden – er is
niets verstuurd, dus er kan ook niets onderschept worden door de
autoriteiten. Kijk, dàt is nu eens een tactiek die ik begrijp en
waarvan ik me kan voorstellen dat ze zou werken, in tegenstelling
tot de overgecompliceerde techno mumbo-jumbo waar we in
dit soort thrillers vaak mee rond de oren worden geslagen.

De kracht van ‘Traitor’ zit ‘m voor een groot deel in het feit
dat Nachmanoff weet waar hij moet kiezen voor eenvoud (de
eigenlijke plot is eigenlijk vrij simpel en ook de werkmethodes van
de terroristen worden erg inzichtelijk uitgelegd) en waar voor
complexiteit (de personages en de behandeling van de link tussen
islam en terrorisme). De prent verliest wel punten voor een te
braaf, te veilig en vooral ook te prekerig einde (Don Cheadle en
Saïd Taghamoui krijgen aan het slot van de film een dialoog waarvan
het een wonder mag heten dat ze ‘m tout court wel uit hun
mond geperst hebben gekregen). Maar niettemin is dit een strakke
thriller, die door iedereen gezien mag worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − zes =