Doubt




Tussen 1962 en 1965 werd in Rome het Tweede Vaticaans Concilie
georganiseerd, een uitgebreide bijeenkomst van meer dan 2.500
bischoppen, die tot doel had om de kerkelijke leer te moderniseren.
Paus Johannes XXIII wilde de veranderende tijden bijbenen door de
regels van de kerk aan te passen aan het leven van de mensen. Het
gevolg was onder andere dat missen mochten worden opgedragen in de
landstaal, dat er meer respect en openheid kwam voor andere
religies (vooral het jodendom), en dat de kerk per definitie een
pro-democratisch standpunt innam bij alle politieke conflicten.
Enfin, de christelijke leer moest humaner en toegankelijker worden.
Dat was een evolutie die niet door iedereen werd aanvaard – de
huidige paus Benedictus, bijvoorbeeld, is momenteel druk bezig een
aantal van de maatregelen van toen stilletjes terug te schroeven –
en die ontegensprekelijk heeft geleid tot de ergerlijke gewoonte om
‘De Wereld is een Toverbal’ te zingen bij elke Eerste Communie,
maar ze is waarschijnlijk de voornaamste reden waarom er
tegenwoordig toch nog een paar mensen zijn die elke zondag naar de
kerk trekken.

‘Doubt’, de eerste film van John Patrick Shanley sinds hij in
1990 de alom vergeten komedie ‘Joe Versus the Volcano’ draaide,
speelt zich af tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen. Het is
1964 – zuster Aloysius (Meryl Streep) is een conservatieve non die
met tirannieke hand een lagere school in New York leidt. Eén blik
van haar is genoeg om al haar leerlingen, en zelfs de meeste van de
andere nonnen, de stuipen op het lijf te jagen. Ze heeft een
natuurlijke afkeer voor priester Flynn (Philip Seymour Hoffman), de
liberale, flamboyante en populaire geestelijke leider van de
parochie, die alles vertegenwoordigt wat zij veracht: moderniteit,
menselijkheid, humor. Wanneer op een dag de jonge, naïeve zuster
James (Amy Adams) naar Aloysius komt met het vermoeden dat Flynn
een leerling zou hebben aangerand, springt Aloysius dan ook gretig
op de zaak. Ze is vastbesloten om de vermeende pedofilie van Flynn
te gebruiken om hem definitief buiten te werken, maar heeft hij het
nu gedaan of niet?

In de handen van zowat elke andere regisseur had die premisse
allicht aanleiding gegeven tot een eenvoudig drama rond schuld:
heeft meneer pastoor met z’n fikken aan zijn koorknaapjes gezeten,
ja of nee? Maar de kracht van de film schuilt ‘m juist in het feit
dat die vraag meer en meer naar de achtergrond verschoven wordt,
naarmate de prent vordert. Ze is enkel de aanleiding om het over
andere, meer fundamentele dingen te hebben. Wie een sentimenteel
jankfestijn verwacht over misbruikte kindjes, woedende ouders en
perfide geestelijken die hun soutane gebruiken als dekmantel, is er
dan ook aan voor de moeite. We krijgen geen courtroom
drama,
geen tranerige bekentenissen of andere stokpaardjes van
de doorsnee Hollywoodfilm. Nee, waar ‘Doubt’ over gaat is… nu
ja… twijfel.

Shanley is in de eerste plaats geïnteresseerd in het conflict
tussen Aloysius en Flynn, respectievelijk de vertegenwoordigers van
de kerk vóór en na het Tweede Vaticaans Concilie. Aloysius is een
antipathieke bitch, die het niet meer dan normaal vindt
dat al haar leerlingen schrik van haar hebben: “Dat is mijn job.”
Ze is zelfs tegen balpennen, omdat je daar een lelijk handschrift
van krijgt. Flynn, daarentegen, is open, modern, houdt van lekker
eten en goede wijn en behandelt de jongens op de school als
vrienden. Die twee levens- en geloofsopvattingen clashen tegen
elkaar. Het pedofilieschandaal is weinig meer dan een aanleiding om
dat conflict te laten plaatsvinden.

Tegelijk gaat het ook over zekerheid tegenover twijfel –
Aloysius wéét, hoewel ze geen tastbare bewijzen heeft, absoluut
zeker dat Flynn schuldig is. Ze vertegenwoordigt een vorm van
religie die geen ruimte laat voor aardse twijfel. De meer wereldse
Flynn twijfelt constant, en beschouwt juist dat als een positieve
karaktertrek. Wat is er immers zeker in de wereld – àls je om te
beginnen al in de wereld leeft?

Shanley, die hier zijn eigen Tony Award-winnende toneelstuk
bewerkt, gebruikt een hot issue dus eigenlijk als
voorwendsel om het over andere dingen te hebben. Let’s face
it,
wie komt er nu naar een film of stuk kijken over de
botsing tussen twee geloofsovertuigingen? Een verhaal over een
pedofiele pastoor, daarentegen, dat is al iets heel anders. Het
gebrek aan voor de hand liggende emotionele pay-offs zal
er waarschijnlijk wel voor zorgen dat een deel van het publiek
afhaakt – we zijn het zodanig gewend geraakt om tranerige
bekentenissen en rechtbankscènes en ga zo maar door te zien in dit
genre films, dat heel wat mensen zich bedrogen voelen wanneer een
regisseur een andere richting durft in te gaan, weg van de clichés.
Maar de ideeën en gevoelens die Shanley wél oproept, zijn eigenlijk
veel interessanter.

Van de toneelorigines van ‘Doubt’ voel je overigens betrekkelijk
weinig, buiten dan het feit dat er eigenlijk maar drie belangrijke
personages zijn. Zonder het al te ver te gaan zoeken, weet Shanley
zijn film mooi open te trekken. Als regisseur is hij wel net iets
te gretig met de symbolen: zuster Aloysius die zichzelf vergelijkt
met een kat die een muis gaat vangen, subtiel. Of een gloeilampje
dat de eigenaardige neiging heeft om op precies het juiste moment
kapot te springen. Een duif die rondvliegt onder de kerkkoepel. De
manier waarop overal in de school de ramen openstaan. Ja hoor,
Shanley is helemaal gék van symbolen, maar hij wrijft ze ons zo
hard in ons gezicht dat ze na een tijdje vooral gaan storen. Zeker
omdat hij ze eigenlijk niet nodig heeft: de intrige en de dialogen
zijn meer dan genoeg om de inhoud duidelijk te maken.

Het centrale trio acteurs vormt op zich al een reden om te gaan
kijken: Meryl Streep introduceert haar personage als een karikatuur
van een gefrustreerde non, maar over de loop van de film ontdooit
ze langzaam maar zeker, en krijgen we haar menselijke kant meer en
meer te zien. Streep bouwt haar prestatie zorgvuldig op, en laat
zich maar één of twee keer verleiden tot de overacting die
dit soort rol nogal makkelijk uitlokt. (De scène waarin ze tegen
Flynn schreeuwt dat ze hem zal buitenkrijgen, “ook al sluiten de
deuren van de kerk daarna achter mij!” is er bijvoorbeeld net een
tikkel over.) Philip Seymour Hoffman, de man die tegenwoordig
Oscarnominaties verzamelt à ratio van minstens één per jaar, is
indrukwekkend als altijd en roept stilaan de vraag op of hij ooit
minder dan lichtjes briljant zal zijn in eender welke rol. Amy
Adams maakt de overstap van Disney- en ander licht voer, en voelt
zich sporadisch nog onwennig tegenover zoveel acteergeweld, maar
juist die onwennigheid past ook wel weer bij haar rol. In die zin
is ze dus perfect gecast. Viola Davis heeft de enige belangrijke
bijrol als de moeder van het (al dan niet) misbruikte jongetje. Ze
heeft maar één scène – een tien minuten durende dialoog met Meryl
Streep – maar is zo sterk dat ze tot lang na het einde van de film
nog door je hoofd spookt.

‘Doubt’ is zonder twijfel één van de beste films van dit jonge
jaar, en één van de weinige grote Oscarfilms die écht weten te
overtuigen. Erg sexy is het onderwerp niet, maar wie geen schrik
heeft van serieuze, volwassen films, moet hier naartoe. En bekijk
het ook even zo: de kans dat je bij ‘Doubt’ een roedel popcorn
knabbelende veertienjarigen tegenkomt, lijkt me bijzonder
klein.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =