Eugene McGuinness :: Eugene McGuinnes

‘Dertien in een dozijn’ is zo een van die uitdrukkingen die de
muziekliefhebber spijtig genoeg veel te vaak moet zien passeren bij
het doorbladeren van recensies. Des te leuker is het natuurlijk als
hij temidden van al die eenheidsworst geconfronteerd wordt met
jonge, eigenzinnige artiesten. Over enkele maanden komt het debuut
van typevoorbeeld FrYars uit, nu reeds kunnen we genieten van de
eerste plaat van de evenzeer angstaanjagend getalenteerde Eugene
McGuinness.

Eugene bracht in 2007 al een ep uit die in onze regionen jammer
genoeg onopgemerkt bleef. Vooral het sympathieke nummer ‘Monsters
under the Bed’ was een schot in de roos en typeerde de jonge
Engelsman met Ierse roots als een creatief en intelligent muzikant.
Sindsdien was het al uitkijken naar een eerste full-cd van de
jongeman.

Die kwam er in de vorm van een zelfgetitelde cd met twaalf
interessante, doch niet allemaal even sterke nummers. Qua
referenties kunnen we alle kanten op. Uiteraard spreekt de
vergelijking met Eugenes hierboven reeds genoemde generatiegenoot
FrYars voor zich, maar we kunnen evengoed gelijkenissen trekken met
de retrosound van Last Shadow Puppets of de georchestreerde gekte
van Wolf Parade. Zonder tot overhaaste conclusies te
willen komen, kan je McGuinness zelfs omschrijven als een jonge
Morrissey (luister naar die stem!) of een meer gesofisticeerde Adam
Green.

Als we helemaal eerlijk zijn, sprak de ep ons net ietsje meer aan
dan dit volledige album, misschien omdat dat charmante kleinood nog
wat ontwapenender voor de dag kwam. Anderzijds zouden we onszelf
voor de gek houden, moesten we niet toegeven dat McGuinness ook met
deze cd een knap visitekaartje afgeeft.

Uitschieters zijn ‘Moscow State Circus’, ‘Those Old Black And White
Movies Were True’, ‘Crown the Clown’ en ‘Not So Academic’.
Eerstgenoemde is een fijnzinnig genuanceerde song met zoveel
laagjes dat het soms moeilijk wordt om alles te absorberen. In
‘Those Old Black And White Movies Were True’ waagt Eugene zijn kans
als crooner en brengt hij het er verbazingwekkend goed van af.
‘Crown the Clown’ blinkt vooral uit door het schitterende
sixtiesrefrein dat Eugenes stem als gegoten zit. ‘Not So Academic’
is entertainer McGuinness ten voeten uit: catchy, pienter en als
het ware flirtend met cabaret.

Zelden klinken debuutalbums zo zelfverzekerd en uitgekiend als dat
van Eugene McGuinness, maar dat wil niet zeggen dat er voor de
22-jarige Londenaar helemaal niets meer bij te schaven valt. Zo is
ieder nummer op zich wel boeiend, maar niet altijd even krachtig
qua opzet. Op die manier komen songs als ‘Knock Down Ginger’ en
‘Disneyfield’ eerder pretentieus over.

Een ander puntje van kritiek betreft Eugenes vocale prestaties.
Uiteraard is de man gezegend met een bijzondere stem, maar hij
speelt ze niet altijd ten volle uit. De wisselingen in toonhoogte
die hij regelmatig tentoonspreidt zijn leuk en kunnen zijn
stembanden absoluut aan, maar door te veelvuldig gebruik ervan
wordt het hier en daar een beetje voorspelbaar.

Tenslotte kunnen we ook bemerken dat de plaat bijwijlen zo creatief
uit de hoek komt dat de emotionele beleving te ver naar de
achtergrond verdrongen wordt. Eugene weet ons keer op keer te
verbazen en te vermaken, maar zelden echt te ontroeren.

Maar nu genoeg gezeurd. Eugene McGuinness is een talent van het
soort dat je niet elke dag tegen het lijf loopt en aan zijn
debuutalbum te merken, weet hij goed om te gaan met die
begaafdheid. Met deze knappe prestatie overtreft Eugene nu reeds
vele artiesten die al heel wat langer in het vak zitten, maar toch
is er ook voor hem nog werk voor de boeg. Perfectionistisch als
deze cd klinkt, zou dat echter geen probleem mogen vormen voor
McGuinness. Hou hem zeker in de gaten!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 4 =