The Wrestler






Wham Baam. Van een dubbele comeback gesproken. Darren
Aronofsky, laatst gezien toen hij met zijn meest ambitieuze en
risicovolle werk ‘The Fountain’ zowel kritisch als commercieel in
het ijle bleef zweven. Mickey Rourke, laatst gezien toen hij de
hele wereld wou leegzuipen, opsnuiven en aan diggelen slaan. Oké,
dat laatste is misschien wat overdreven, maar het valt niet te
ontkennen dat Rourke de laatste twintig jaar van zijn leven en ooit
beloftevolle carrière stevig door het toilet heeft gesast met alle
miserieclichés die je maar kan indenken. Om van zijn poging tot een
professionele bokscarrière maar te zwijgen. Na zijn kleine comeback
als Marv in ‘Sin City’, keert The Human Ashtray terug langs de
grote poort met ‘The Wrestler’ en maakt Aronofsky zijn meest
‘normale’ film uit zijn carrière. Geen overgestileerde beeldtaal,
geen opgefokte camerabewegingen, geen epileptische montages en geen
Rachel Weisz als transcendentaal boompje. En wat krijg je dan,
naast een onverwachte Gouden Leeuw in Venetië en een vroege
Oscarbuzz? Een eenvoudig, maar intimistisch portret van een eenzame
worstelaar op zijn retour dat zo compleet anders is dan wat we
gewend zijn van Aronofsky dat het toch weer inslaat als een
verrassing.

Mickey Rourke haalt zijn asfaltkauwende stem en innerlijke
demomen boven om Randy ‘The Ram’ Robinson te spelen, een
ex-professionele worstelaar die twintig jaar geleden de absolute
ster was binnen het circuit. Ondanks zijn nog steeds
indrukwekkende, maar ook tanende fysiek en populariteit binnen het
amateurcircuit, is Randy al lang niet meer de held van het volk en
heeft hij de grootste moeite om rond te komen. Hij woont in een
trailerpark, werkt in het magazijn van een supermarkt en vindt in
het weekend troost bij Cassidy (een fragiele Marisa Tomei gaat nog
eens moedig naakt) ,een stripper in een nachtclub. Zijn dochter
(een vlakke Rachel Evan Wood) moet niks van hem weten en wanneer
hij niet in de ring staat, wordt Randy geconfronteerd met zijn
onbeige bestaan. Wanneer hij te horen krijgt dat hij om
gezondheidsredenen beter zou stoppen met worstelen, onderneemt de
vergane glorie dan toch een poging om iets te maken van de rest van
zijn leven.

Laat één ding duidelijk zijn, Mickey Rourke ís Randy ‘The Ram’
Anderson en er is niet veel verbeelding nodig om het verhaal van
‘The Wrestler’ te zien als spiegel voor de woelige op- en ondergang
van Rourke. Ooit was Nicolas Cage en zijn haarstukje in de running
om de hoofdrol te spelen, maar wanneer je Rourke en zijn
scheefgemepte, gehavende tronie voor het eerst ziet verschijnen –
na een ‘Rocky’-achtige begingeneriek – als de afgeleefde en
pijnlijk eenzame worstelaar, dan weet je gewoon dat dit zijn film
is, zijn wederopstanding, zijn zwanenzang. Met een verbazende
eenvoud creëert Aronofsky een rauw en bebloed podium voor Rourke,
die op zijn beurt een intense prestatie neerzet als een uitgeblust
specimen van de mens die liever zou sterven als een gladiator onder
het applaus van anderhalve man en een paardenkop, dan te moeten
uitdoven in de echte wereld waarin hij charcuterie moet verkopen
met een lullig haarnetje.

Maar ook al schuilt de existentiële tragiek achter elk
metaforisch hoekje (het leven als een meedogenloze arena, jawadde),
toch is ‘The Wrestler’ géén deprimerende ‘Rosetta’ met een
geblondeerd extensionskapsel geworden. Aronofsky wisselt de
melancholische toon af met lichtvoetige accenten waardoor de film
soms meer aanvoelt als een tragikomische kijk op het leven van
iemand die nog steeds met zijn hoofd in de versleten jaren tachtig
is blijven hangen. Zo durft er wel eens foute eighties
rock
op de soundtrack kruipen en speelt Randy maar al te graag
een videogame – waarin hij één van de karakters is – op een
oldskool Nintendo 8-bit. Het actiefiguurtje van The Ram op
zijn dashboard maakt de geforceerde poging tot nostalgie af. Hij
mist zijn gloriedagen en haat de jaren negentig, net zoals de
acteur achter het personage. Op die manier waagt Aronofsky zich
enigszins op glad ijs door van de over the hill-kampioen
bijna een typetje te maken dat grenst aan het karikaturale. Zo
mocht het hoorapparaat en de leesbril net iets subtieler
aangebracht worden. Gelukkig houdt Rourke’s vertolking het
voorspelbare parcours van het scenario steeds boeiend, net zoals de
eerlijke blik achter de schermen van de worstelsport een
ontwapenend beeld van camaraderie en relativering laat zien. Zo
krijgen we een geestige scène waarin de catchhelden afspreken
welke moves ze gaan hanteren in de show, die later een
bittere naklank krijgt bij een wel erg zielige fandag ergens in een
polyvalent zaaltje in nowheretown.

Visueel gooit Aronofsky radicaal het roer om. Weg is de
zinnenprikkelende overrompeling van zijn drie vorige films en zelfs
huiscomponist Clint Mansell houdt met een ingetogen
rockgitaardeuntje de epische strijkers in toom. Met de camera op de
rusteloze schouder, een zachte korrel en een tempo waar de
Dardennes patent op hebben, gaat Aronofsky resoluut voor de
onafhankelijke, pseudo-documentaire aanpak, die enkel doorprikt
wordt door de luchtige, geromantiseerde toon die ‘The Wrestler’
ervan weerhoudt om écht aan te komen als een uppercut. Ook de
scènes binnen de worstelring voelen meer documentair dan filmisch
aan. Uiteindelijk lijkt ‘The Wrestler’ visueel veel meer op
Dardennes-cinema dan op het werk van iemand die Wolverine
kaalschoor en hem liet mediteren in een zeepbel in de ruimte. Dat
is lef in de omgekeerde richting, maar er zullen wellicht meer
mensen verlangen naar een pulserende aha-erlebnis dan naar de
bewonderenswaardige low-key-filmstijl die hier wordt aangewend.

‘The Wrestler’ zal wennen zijn voor de vaste Aronofsky-aanhang
en laat ons hopen dat de regisseur van waaghalscinema als ‘Requiem
for a Dream’ en ‘The Fountain’ niet vergeet om ons in de toekomst
nog eens goed van ons sokken blazen. Wie zich toch over de
misleidende verwachtingen en associaties met de huisstijl van de
cineast kan zetten, krijgt met ‘The Wrestler’ een intiem en sober
sportdrama dat volledig gedragen wordt door Mickey Rourke, die
eigenlijk de laatste twintig jaar van zijn leven kan zien als
excuus en voorbereiding op deze weergaloos vertolkte spiegelrol.
Drink daar maar eentje op, Mickey.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =