Speed Racer




Je moest al gezegend zijn met een sterk ontwikkeld zesde zintuig om
te voorspellen dat ‘Speed Racer’, de nieuwe blockbuster van de
Wachowski’s, zo goed als onmiddellijk zou verdwijnen met een
gênante straight-to-dvd-release. Terwijl Batman, Indiana Jones en
een obesitaspanda de bioscoopkassa’s lieten rinkelen, werd de
flashy live-action cartoon neergesabeld door de Amerikaanse critici
en haalden ook de hyperactieve koters de schouders op. Ondertussen
heeft ‘Speed Racer’ zonder veel bocht- en wringwerk een felbegeerd
plekje kunnen veroveren op hetzelfde flopbusterlijstje waar ook
kleppers als ‘Cutthroat Island’, ‘Catwoman’ en ‘Battlefield Earth’
naar werden verbannen. Pijnlijk.

Voordat de met pek en veren besmeurde film voorgoed verdwijnt in de
schemerzone – ook wel gekend als de onderste, onbereikbare laag van
de grabbelbakken – zijn we nog snel in de cockpit van ‘Speed Racer’
gekropen om te achterhalen of al de haters wel gelijk hadden. Werd
het vitriool terecht bovengehaald voor die bastards die
‘The Matrix’ verpest hadden met sucky sequels? Niet
helemaal. Zal ‘Speed Racer’ uitgroeien tot de kleurrijke tegenpool
van die andere cultgroeier ‘Blade Runner’? Goh, wie weet. Zal u
epilepsiegewijs tegen elke deurstijl knallen na het aanschouwen van
deze netvliesverschroeiende kauwgombal? Gegarandeerd!

Gebaseerd op het lekker klinkende ‘Mach GoGoGo’, een Japanse
mangaserie waar de Wachowski’s dol op waren in hun kindertijd,
trekt ‘Speed Racer’ een psychedelische wereld open die bestaat uit
retecoole racewagens. Speed Racer (een onwennige Emile Hirsch met
vetkuif) is geboren om te racen en mag zich dan ook de snelste op
het parcours noemen. Wanneer de populaire Speed een lucratief
aanbod van Royalton Industries afwijst, komt zijn carrière en leven
in gevaar. Samen met zijn ouders (John Goodman met een Super
Mario-snor en Susan Sarandon), zijn vriendinnetje Trixie (Christina
Ricci) en de mysterieuze Racer X – te herkennen aan de gigantische
X op zijn kop – gaat Speed de strijd aan met de grote, gemene
sponsor (Roger Allam) en zijn trawanten. Go Speed Racer!
(maal drie)

Je kan de Wachowski’s veel verwijten, maar het valt niet te
ontkennen dat de broertjes ballen en lef hebben om zich volledig te
smijten in een vers geperst en uit greenscreens
opgetrokken universum. Neem het retro-futurisme van ‘The Jetsons’,
de snelheid van een Wipeout-game en gooi het in een waanzinnige
time warp waar zowel manga, fifties rockabilly
als andere uiteenlopende genres (check die westernoutfits van de
gangsters) elkaar ontmoeten en je bekomt de hyperrealistische look
van ‘Speed Racer’. Het is erover, in gelijke mate spuuglelijk fake
en eye candy-lekker, maar er schuilt altijd een
uitgekiende visie achter het op hol geslagen spektakel.

Zo is ‘Speed Racer’ is nog maar net uit de startblokken of we
sjezen al in vijfde versnelling door een zwaartekracht- en
logicadoorbrekend raceparcours waar auto’s door onmogelijke
haarspeldbochten flitsen, in slowmotion overkop tuimelen en
agressief tegen elkaar indeuken (say hello to car-fu). En
dat allemaal in de meest felle fluorkleurtjes die je maar kan
inbeelden. Welkom aan boord de caleidoscopische springbal waar
‘Speed Racer’ hyperkinetisch op rondspringt, een geflipte love
it or hate it
-trip die je ofwel een pompende adrenalinestoot
bezorgt ofwel kotsmisselijk naar de toiletpot laat waggelen. ‘Speed
Racer’ is de overtreffende trap van style over substance
en een flipperkast die geen nanoseconde stilhangt. Kortom, het is
de eerste live-action manga en zolang de rubber burning
bolides langs het scherm scheuren kickt ‘Speed Racer’
ass. Hard.

Maar – en dat is een ‘maar’ die ze met een tientonner komen leveren
– je kan geen veel te lange twee uur vullen met een goed versus
kwaad-verhaaltje op vier wielen. De kleurtjes mogen nog zo fel
schitteren, de montage mag nog zo hip en flashy zijn, uiteindelijk
moet er ook iets onder die blinkende motorkap schuilen dat de
aandacht en interesse kan vasthouden. En daar falen de Wachowski’s
grandioos. Zo overgecompliceerd en navelstarend pseudo-filosofisch
de ‘The Matrix’-trilogie was, zo simplistisch en flinterdun is het
verhaaltje dat ‘Speed Racer’ moet samenhouden. Het met flashbacks
vooruitgestuwde eerste half uur bolt nog lekker enthousiast, maar
eenmaal de miniplot van ‘Speed versus de slechteriken’ wordt
vastgepind, moet de film van de ene set-piece naar de andere
springen om te overleven. De vlakke personages komen nergens tot
leven, de dialogen zijn kig (‘Coolie beans!’, euhm,
wat?) en uiteindelijk zit je gewoon te geeuwen van verveling tussen
de eyepopping actiescènes. Alles wat de racescènes (check
die half uur durende rally) zo gestroomlijnd en creatief maakt is
volledig afwezig in de narratieve draad, die wanhopig met haken en
ogen aan elkaar hangt en nergens in de buurt komt van een
samenhangend geheel.

Daarnaast is ‘Speed Racer’ duidelijk gericht op de jongere kijkers
en maken de Wachowski’s de vaak terugkerende fout om ervan uit te
gaan dat jeugdfilms debiel, kinderachtig en pedant moeten zijn. En
zo worden die coole races allemaal een beetje minder tof omdat het
onmogelijk is om je niet te ergeren aan het irritante kleine
broertje en zijn spastische chimpansee in peuterkledij. Het werkte
misschien in de tekenfimserie, maar in real life brengt
die aap alleen maar slechte herinneringen aan foute
waspoederreclames uit de jaren tachtig naar boven.

Uiteindelijk is sugar rush ‘Speed Racer’ een rommelige
mixed bag die even hard enerveert als overdondert. Een
live-action cartoon in de meest letterlijke betekenis van het woord
en een regelrechte blitzkrieg op de zintuigen. Visueel valt er te
genieten en met racende vikings die strijdvlegels uit hun
achterbumper lossen scoor je sowieso extra punten, maar het is
allemaal veel te kiddie om kijkers ouder dan twaalf jaar
te overtuigen. En dan is er nog die aap, die fucking
aap…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =