Daniel Martin Moore :: Stray Age

Singer-songwriters zonder franje: het blijft een heikele bedoening. Ze lijken immers slechts in twee variaties te bestaan: zij die dodelijk vervelen, en zij die geniaal zijn. En daar tussenin: De Leegte. Af en toe blijkt er echter iemand rond te lopen die met een en dezelfde plaat binnen de tijdsspanne van enkele luisterbeurten van het eerste naar het tweede kamp weet te springen.

Weer zo’n tokkelaar. Toegegeven: de eerste reactie bij het horen van Stray Age was er niet een die je kan omschrijven als laaiend enthousiast. Dat komt ervan wanneer je platen op basis van hun hoes uitkiest. Maar kijk, enkele lange winteravonden later blijkt de tokkelaar toch in de smaak te vallen, al was het maar doordat hij die bewuste avonden, bijna per ongeluk, net iets minder donker wist te maken.

Die toevalsfactor blijkt tot nu toe ook een cruciale rol gespeeld te hebben in het leven en de carrière van Moore. In die zin zelfs, dat hij in de verste verte geen carrièreplan lijkt te hebben. Zo stuurde hij, gewoon om te zien wat er zou gebeuren, een demo met enkele nummers naar Sub Pop. Het meest voor de hand liggende in zo’n geval is volstrekt niets, maar op wonderlijke wijze belandde de opname bij het label in een afspeelmachine, waarna een zoektocht naar de jongeman een aanvang kon nemen. De Amerikaan Moore heeft immers een tijdje in Kameroen vertoefd, als onderdeel van het Peace Corps. Na een horecagerelateerde tussenstop in Costa Rica belandde de jongeman opnieuw in zijn thuisland.

Een gelukzoeker, zouden sommigen smalend zeggen bij zo’n cv, maar geef de man eens ongelijk wanneer dat doolgedrag leidt tot een prachtsong als "That ’ll Be The Plan". Het is net dat nummer dat de toegangssleutel tot Moores debuut vormt. Met zijn intentie om naar een hoger tempo over te schakelen neemt "That’ll Be The Plan" de argeloze luisteraar bij de hand en leidt hem behoedzaam het universum van Moore binnen: een plaats waar doodeenvoudige folk regeert.

Dat maakt dat de plaat aanvankelijk op enige weerstand stoot, zeker wanneer je niet zo’n adept bent van de hele rustige beweging, maar uiteindelijk is het moeilijk niet te zwichten voor de eenvoudige schoonheid van nummers als "In These Hearts" en "The Old Measure". Enkel opgebouwd uit fluwelen akoestische gitaarlijnen en bijna fluisterend gezang eisen de songs vroeg of laat je volledige aandacht op. De enige frivoliteiten die Moore zich permitteert, zijn zo subtiel dat ze bijna niet opvallen, zelfs niet wanneer het, zoals in laatstgenoemd nummer, gaat om tedere backing vocals van Jesca Hoop — zelf een niet onverdienstelijke folkzangeres — en een prikkelende vioolpartij.

Bovendien lijkt Daniel Martin Moore zich helemaal niks aan te trekken van de hele freak-, anti-, pro-, en weird-folktoestanden die vandaag het mooie weer maken. De man lijkt gewoon mooie, zachte deunen te willen schrijven, soms zo zacht als een lentebries ("Restoration Sketches"), andere ("The Hour Of Sleep") troostend als een beste vriend. En ja, in zo’n geval is er een naam die op de lippen brandt, de onvermijdelijke referentie: Nick Drake. Het is tijdens het beluisteren van Stray Age bij momenten moeilijk om niet aan Drake te denken, zeker niet tijdens moois als "The Hour Of Sleep" en "Who Knows Where The Time Goes". Maar vergelijk het met Daft Punk en Boys Noize: Drake en Moore verhouden zich op dezelfde manier tot elkaar: de ene als muzikale erfgenaam van de andere, iemand die de traditie voortzet. En dat doet Moore, ondanks het aanvankelijke scepticisme, op zijn debuut Stray Age met verve.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − zes =