Two Lovers




110 min. / USA /
2008

“Misschien wordt het eens tijd dat Gray zich uit dat donkere
misdaadmilieu wurmt en met zijn rastalent nieuwe gebieden verkent.
Want nog zo’n grimmig stadsdrama met deprimerende fronskoppen zou
er echt één te veel zijn.” Met die woorden sloot Peter De Backer
zijn bespreking af van James Gray’s ‘We Own the Night’, een
zeer behoorlijk misdaaddrama, dat wel opgezadeld zat met wat je het
“Guy Ritchie-syndroom” zou kunnen noemen: een lastige neiging om
keer op keer dezelfde film opnieuw te maken. Alleen had Gray wel
het voordeel dat in zijn geval die ene film wel een goeie was (wat
je van Ritchie niet kunt zeggen). Hij maakte in 1994 ‘Little
Odessa’, een sfeervolle thriller over de lagere regionen van de
Russische maffia in New York. In 2000 volgde ‘The Yards’, een
verhaal dat thematisch en stilistisch meer dan verwant was, en in
2007 dus ‘We Own the
Night’
. Allemaal degelijke films, maar ook allemaal verhalen
die wat al te gretig uit dezelfde vijver visten. Maar kijk: net
toen Gray een one-trick pony dreigde te worden, doet hij
wat pakweg M. Night Shyamalan al drie films geleden had moeten doen
en hij gooit het roer om. De deprimerende fronskoppen zijn er nog
steeds en de setting is nog altijd het vunzigste New York sinds
‘The French Connection’, maar ditmaal waagt Gray zich zowaar aan
een liefdesdrama, waar geen mafioso aan te pas komt.

Gray’s fetisjacteur Joaquin Phoenix speelt Leonard Kraditor, een
man van in de dertig wiens leven zo goed als stil ligt. Na een
pijnlijke breuk met zijn verloofde is hij in een depressie
gesukkeld die tot verschillende zelfmoordpogingen heeft geleid. Hij
woont terug bij zijn goed bedoelende, maar betuttelende ouders
(Moni Moshonov en Isabella Rossellini) en werkt in de stomerij van
zijn pa. Alsof zijn leven nog niet moeilijk genoeg is, maakt hij op
korte tijd kennis met twee vrouwen: Sandra (Vinessa Shaw) is de
dochter van een zakenpartner van zijn vader. Ze is knap, lief,
ongecompliceerd en duidelijk verliefd op hem. Maar zijn hormonen
slaan pas echt op hol van Michelle (Gwyneth Paltrow), een buurvrouw
die een relatie heeft met een getrouwde man, met een drugprobleem
zit en die Leonard vooral gebruikt als schouder om op uit te
huilen.

Vanuit die premisse ontwikkelt Gray een liefdesverhaal met de
allures van een noodlotsdrama. Leonard moet in principe dezelfde
keuze maken als de personages van 101 banale Hollywood-romances:
volgt hij zijn hart (door achter Michelle aan te blijven lopen), of
zijn verstand (door de veilige geborgenheid van Sandra te kiezen)?
In die banale Hollywoodfilms zou het simpel zijn: de personages
maken enkele voor de hand liggende crisissen door, kiezen
uiteindelijk tóch voor hun hart en leven nog lang en gelukkig. In
de echte wereld werkt het zo niet, en ‘Two Lovers’ is één van de
weinige films die dat onder ogen durft te zien. Leonard weet dat
Michelle onbereikbaar voor hem is, dat ze hem niks anders dan
miserie bezorgt, en tóch is zij het die hij wil. Net als die
Hollywoodpersonages volgt hij zijn hart, tegen beter weten in –
maar ditmaal volgt hij het regelrecht over de rand van een
emotioneel ravijn. ‘Two Lovers’ is een verhaal over mensen die
weten dat ze fouten aan het maken zijn, maar die ze tóch maken.
Niet omdat ze dom zijn, maar omdat ze niet anders kunnen. Liefde
heeft immers de akelige gewoonte om je verstand en zelfs – in
zekere zin – je vrije wil irrelevant te maken, en van dat procédé
is ‘Two Lovers’ een prachtige illustratie.

Daarom ook dat er ongetwijfeld wel weer reacties zullen komen
van mensen die klagen dat de film “voorspelbaar” is. Uiteraard is
hij dat. De grote kracht van ‘Two Lovers’ is juist dat je vanaf het
begin wel min of meer weet hoe het allemaal zal aflopen, net zoals
de personages dat eigenlijk wel weten. Met de tragische
onvermijdelijkheid van een auto-ongeluk eens je de controle over
het stuur verloren hebt, crashen de personages tegen elkaar. Als
publiek mag je toekijken hoe de splinters glas in het rond vliegen.
Voorspelbaar, misschien, maar pijnlijk logisch en gruwelijk
fascinerend.

‘Two Lovers’ zit boordevol nauwkeurig geobserveerde momentjes
van compleet overtuigend menselijk gedrag. Iedereen die ooit op de
verkeerde persoon verliefd is geworden (iedereen, dus) zal
regelmatig pijnlijke momenten van herkenning meemaken. Leonards
reactie wanneer Michelle hem zegt dat hij “als een broer voor haar
is”, ouch! Zijn onhandig eerste gesprek met Sandra. Het flauwe
excuus waarmee hij Sandra dumpt om toch maar zo snel mogelijk naar
Michelle toe te kunnen gaan. Zijn ongemak wanneer hij met Michelle
én haar getrouwde vriend (een ultra-slijmerige Elias Koteas) uit
gaat eten. Het zijn allemaal scènes die zo uit het leven gegrepen
zijn (zij het dan wel de meer pijnlijke en genante momenten van het
leven), en door de voltallige cast gespeeld worden met een perfecte
subtiliteit. Lichaamstaal – de houding van de acteurs, de manier
waarop ze hun ogen afwenden, het gebruik van hun handen – zegt in
‘Two Lovers’ vaak veel meer dan de dialogen en zorgt voor een
onrustwekkende waarachtigheid. James Gray is een relatief jonge
regisseur (nog geen 40), die duidelijk niet op de kar van modern
cynisme of postmoderne ironie is gesprongen: hij maakt telkens
opnieuw films uit z’n hart. Hij méént alles wat hij filmt, met een
oprechtheid en een waarheidsgetrouwheid die je niet zo vaak meer
aantreft.

Eigenlijk is dat vreemd: Gray begon te filmen in de vroege jaren
negentig, net toen Tarantino volop bezig was de Amerikaanse
independent cinema te definiëren. Elke wannabe
onafhankelijke regisseur sprong mee op die kar (denk maar aan Roger
‘Killing Zoe’ Avary, Troy ‘Boondock Saints’ Duffy enz.), maar Gray
deed al vanaf het begin zijn eigen, opvallend klassieke ding. Zijn
camerawerk en montage zijn ongegeneerd rustig en gecontroleerd.
Geen opvallende bewegingen, traditionele cuts en – ook hier weer –
een belichting en setting die vaagweg doet denken aan de
Amerikaanse cinema van de jaren zeventig. Sepiatinten domineren de
flat van Leonard en zijn ouders, koel blauw geeft de onherbergzaam
koude New Yorkse winter buiten aan. Net zoals in zijn vorige films,
vertelt Gray zijn verhaal ook hier weer aan een rustig,
gedisciplineerd tempo – je moet wàchten op de pay-off, maar die is
dan ook de moeite waard. Zoals Peter het al schreef over ‘We Own the Night’: de
aanpak van Gray is oldskool, maar je ziet dat tegenwoordig
zo weinig dat net dat weer verfrissend is.

Toch kritiek? Ja hoor: zo maakt Gray net iets te gretig gebruik
van symbolen (de handschoenen, de ring) en had vooral ook de
allerlaatste minuut gewoon helemaal geknipt mogen worden. Wàt er
gebeurt, is precies zoals het moest zijn, maar het had volgens mij
beter gewerkt als Gray het ambigu had gelaten. Door expliciet te
tonen wat Leonard aan het einde doet, ontneemt Gray de kijker de
kans om die laatste minuut zelf in te vullen en er zijn eigen
conclusies uit te trekken. Nu lijkt het alsof hij alle losse
eindjes compulsief toch maar aan elkaar wilde knopen.

Maar goed, dat is detailkritiek. ‘Two Lovers’ is en blijft
echter een ijzersterk, en bovenal onthutsend eerlijk drama met
geweldige acteerprestaties. Moge Joaquin Phoenix zijn dreigement om
te stoppen met acteren maar snel weer vergeten. Hell,
zelfs een tegen haar type gecaste Gwyneth Paltrow is goed, kun je
nagaan. Vergeet de zeemzoete kerstkomedies en geef je rustig over
aan deze droevige zielskreet van een film. Je zult het je niet
beklagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 7 =