Poltergeist

Het gebeurt regelmatig dat er controverse ontstaat over wie een
film geschreven heeft – auteurs komen en gaan, dragen enkele scènes
bij en vertrekken dan weer. Maar ‘Poltergeist’, gemaakt in 1982, is
zowat de enige film die ik kan bedenken waarbij de identiteit van
de regisseur ter discussie staat. De naam op de aftiteling is Tobe
Hooper, de man die midden jaren zeventig zijn naam maakte met ‘The
Texas Chainsaw Massacre’. Toen Steven Spielberg aan het begin van
de jaren tachtig met twee scripts zat die hij graag wilde verfilmen
– de warme kinderfantasie ‘E.T’ en het veel meer angstaanjagende
‘Poltergeist’, besloot hij de regisseursstoel voor ‘Poltergeist’
aan horrorexpert Hooper over te laten, terwijl hij zelf het meer
persoonlijke ‘E.T.’ ging draaien. Maar al tijdens de preproductie
werd het duidelijk dat Spielberg en Hooper heel andere ideeën
hadden over de richting die het project moest uitgaan. Het gevolg:
Spielberg pendelde over en weer tussen ‘E.T.’ en ‘Poltergeist’, tot
Hooper, naar alle getuigenissen van mensen die er bij waren,
quantité negligeable werd op de set. Spielberg was elke
draaidag aanwezig, gaf aanwijzingen aan de acteurs en monteerde
achteraf de film met zijn vaste monteur Michael Kahn (ondertussen
werd Carol Littleton uitzonderlijk aangenomen om ‘E.T.’ te
monteren). In de ruim 25 jaar die ondertussen verstreken zijn, is
de vraag nooit definitief opgehelderd: heeft Steven Spielberg
‘Poltergeist’ nu geregisseerd of niet? De betrokkenen praten er ook
niet graag over, wat één van de redenen is dat een fatsoenlijke
making of-documentaire niet op de dvd is terug te vinden.
Hoe het ook zij, de vingerafdrukken van Spielberg staan op elk
frame van ‘Poltergeist’.

Het verhaal speelt zich af in Cuesta Verde, een nieuwbouwwijk in
Californië die vooral bevolkt wordt door white collar
bedienden. We volgen het gezin Freeling: vader Steve (Craig T.
Nelson) verkoopt onroerend goed, moeder Diane (JoBeth Williams) is
een huisvrouw en samen hebben ze drie kinderen. Dana (Dominique
Dunne) is een vroegrijpe tiener, Robbie (Oliver Robbins) een door
‘Star Wars’ bezeten jongetje en de vijfjarige Carol Anne (Heather
O’Rourke) is gewoon vijf, blond en schattig. Alles gaat z’n
gangetje tot er in het huis van de Freelings bizarre fenomenen
plaatsvinden: stoelen en tafels verschuiven vanzelf, lichten
flikkeren aan en uit en kleine Carol Anne hoort stemmen uit de tv
komen. Na een hevig onweer verdwijnt de kleuter plotseling
spoorloos. Haar ouders kunnen alleen haar stem nog horen via de tv.
Uit wanhoop zoeken ze hulp bij parapsychologen.

‘Poltergeist’ heeft een reputatie opgebouwd als één van de
ultieme Halloweenfilms, en terecht: een kind dat ontvoerd wordt
door spoken, stroboscopisch licht dat uit een klerenkast komt,
mediums van nog geen anderhalve meter groot die dingen zeggen als:
“Go into the light!” en (mijn favoriet) “This house is
clean”…
Yup, ‘Poltergeist’ heeft alle elementen van een –
relatief kindvriendelijk – haunted house-verhaal. Maar
zo’n films zijn er nog, en daar wordt 25 jaar na dato heel wat
minder naar gekeken. Wat ervoor zorgt dat mensen juist deze
scary movie hebben onthouden, is denk ik vooral de humor
van de film en de subtiele parodie op het kleinsteeds leven.

Spielberg (en/of Hooper, neem het zoals je wilt) gebruikt immers
het eerste half uur van ‘Poltergeist’ om een sympathieke por in de
ribben te geven van de bewoners van de suburbs. We krijgen
de indruk dat Steve en Diane Freeling in de jaren zestig deel
uitmaakten van de love generation, maar dat ze nu hebben
toegegeven aan de conventies van een gezin en een huiselijk leven.
Er wordt in de film gezegd dat Diane 32 is, terwijl hun oudste
dochter 16 is. Ze waren er dus vroeg bij. Tijdens een vroege scène
zien we hen een joint roken – wanneer ze denken dat de kinderen
slapen, natuurlijk – en Diane verwijst naar “vroeger, toen we voor
alles open stonden”. Er wordt niet op het punt gehamerd, maar je
krijgt het idee dat Steve en Diane vroeger wel wat hebben
meegemaakt. Nu, daarentegen, verkoopt Steve huizen in de voorstad,
die allemaal op elkaar lijken. Diane mag bedden verversen en
schielijk overleden kanaries door het toilet spoelen. Hun
occasionele jointje ‘s avonds laat is al wat er nog van hun rebelse
jaren overblijft. En uiteraard domineert de tv hun hele wereld: van
‘s morgens tot ‘s avonds staat het ding aan. Wanner Carol Anne op
enkele centimeters van een tv naar sneeuw zit te kijken, zegt
Diane: “Doe dat niet schat, daar gaan je ogen van kapot”. En ze zet
een andere zender op, zonder het kind voor het scherm weg te halen.
De filmmakers veroordelen de personages daar niet voor – we moeten
ze nu eenmaal sympathiek blijven vinden voor het spookverhaal –
maar knipoogt wel duidelijk naar het publiek.

Daarna is het echter tijd voor de horrorshow, en wat voor één.
‘Poltergeist’ biedt een nagenoeg perfecte mengeling van humor en
gruwel, inclusief een briljant in beeld gezette sequens waarin
Diane, gezekerd aan een touw, achter haar dochtertje aangaat.
Strobe-licht zet het scherm in vuur en vlam en maakt van de
personages enkel nog silhouetten die elkaar moeten toeschreeuwen
over het geluid van de geesten. Het is één van de grote
Hollywoodmomenten uit de hedendaagse cinema. Los daarvan krijgen we
nog heel wat effectieve scares, waaronder een droomsequens
waarin een personage zijn eigen gezicht aan flarden rukt (yummie!)
en een geweldig boe!-momentje, dat alleen maar met het geluid wordt
gecreëerd, waarin Diane de deur van Carol Anne’s slaapkamer
opendoet.

De enige ernstige kritiek op ‘Poltergeist’ is dat het laatste
kwartier er te veel aan is. Nadat Diane achter Carol Anne aangaat,
heeft de film eigenlijk zijn climax bereikt, maar daarna gaat het
nóg voort, met een tweede climax die alle losse eindjes van het
verhaal aan elkaar knoopt. Ergens is dat begrijpelijk – die
plotelementen moesten nu eenmaal worden afgerond – maar die laatste
sequens kan niet tippen aan wat er aan vooraf ging en voelt aan als
een te zwaar dessert na een maaltijd waar je al meer dan genoeg aan
had.

Terwijl John Williams bezig was met ‘E.T.’ van muziek te
voorzien, werd Jerry Goldsmith ingehuurd voor wat een iconische
score zou blijken te zijn. Een ironisch gebruik van het Amerikaanse
volkslied, een kinderkoortje voor het begin en einde, en tussendoor
enkele staaltjes van de beste suspensemuziek die je ooit hebt
gehoord.

Is ‘Poltergeist’ nu van Spielberg of van Hooper? Geen idee, ik
was er niet bij. De fascinatie met suburbia, het gebruik
van humor, de personages en zelfs de shotkeuze dragen allemaal
Spielbergs stempel. Voor de rest mag je de crappy sequels
gerust vergeten en simpelweg genieten van één van de meest clevere,
spannende griezelfilms ooit gemaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 10 =