Ben Reynolds :: Two Wings

Wie een akoestische gitaar ter hand neemt, stapt in een rijke traditie van getroebleerde troubadours en romantische zielen. Vergelijkingen liggen bij voorbaat vast en determineren de jonge held(in) nog voor de eerste snaar aangespannen is en de eerste noten weerklinken. Zelfs zij die geloven in de eigenheid van een artiest, kunnen niet voorbij de canon kijken.

Verwijzingen naar de jonge Bob Dylan en het te vroeg gestorven godenkind Nick Drake zijn dan noblesse oblige, tenzij men het kampvuurgevoel (ditmaal niet pejoratief bedoeld) inruilt voor een vakkundig snarenplukken dat alle aandacht opeist, en het emotionele inruilt voor een esthetisch genot. Deze tweede traditie is net zo rijk als de eerste, en kent evengoed zijn grote voorbeelden aan wie eenieder getoetst wordt die het waagt meer dan alleen de noodzakelijke akkoorden te spelen en die alle emoties via technisch uitdagende wegen bewandelt.

Uiteraard kan er niet naast de heilige Tacoma-drievuldigheid John Fahey, Leo Kottke en Robbie Basho worden gekeken. Met hun drieën hebben zij voor de volgende decennia vastgelegd hoe gitaarkunstenaars met hun akoestische gitaren dienden om te gaan en welke structuren vereist zijn bij het bespelen ervan. Ook hun troonpretendenten Peter Lang, Sir Richard Bishop (Sun City Girls) en in mindere mate Glenn Jones (Cul De Sac), Jack Rose (Pelt) en James Blackshaw hebben ondertussen een naam voor zichzelf weten te maken.

Met Two Wings doet de Schot Ben Reynolds een opmerkelijke poging om ook tot het pantheon van deze gitaarhelden toe te treden. In tegenstelling tot het gros van de voornoemde, treedt hij niet zozeer in de voetstappen van de alomtegenwoordige Fahey maar zoekt hij, net als de Brit Blackshaw, aansluiting bij de meer etherisch spelende Basho. Vijf songs lang, die samen niet minder dan veertig minuten bestrijken, tast hij de mogelijkheden van zijn instrument af waarbij een zekere hang naar hogere sferen niet ontkend kan worden.

Het meest duidelijk wordt dit in het Oosterse, naar New Age neigende (maar dan boeiend) “Gravity Never Wins” — hoe treffend kan een titel overigens zijn? — dat middels een inventief gitaargepluk de wereld van soefi’s, yogi’s en andere op verlichting gerichte geesten weet weer te geven. Het vergt niet veel verbeeldingskracht om Reynolds tijdens dit nummer in lotushouding gezeten te zien in een ashram of zelfs een drukbezochte meditatieplaats.

Ook “Ewige Weisheit (For Meister Eckhart)” wil zichzelf verheffen. Gejaagd starten schijnbaar meerdere gitaren, hoewel het er eigenlijk maar een is, alvorens Reynolds gas terug neemt en zichzelf in verschillende, breed uitwaaierende gitaarlijnen verliest alsof hij de Duitse mysticus bij monde van zijn gitaar wil laten spreken. Wanneer hij in de laatste minuten — het nummer duurt bijna tien minuten — opnieuw aansluit bij zijn vertrekpunt is de cirkel rond en kan hij samen met de luisteraar opnieuw aardser oorden opzoeken.

Gek genoeg kunnen die in “Holy Spirit” gevonden worden, waar de mogelijkheden van de akoestische gitaar voorzichtig verkend worden. Zowel blues als folk vallen erin te horen, zonder dat een van beide de overhand neemt. Het openingsnummer neemt nergens een specifiek standpunt in, maar laat de luisteraar kennismaken met het album zonder deze, in tegenstelling tot de andere songs, onmiddellijk met een bepaald idee of sfeer op te zadelen.

In contrast daarmee laat “Revolution” een veel donkerder geluid horen dat pas na de tweede minuut de eerste zonnestralen door een wolkendek laat schijnen en gaandeweg alle duisternis bant voor een hoopvol einde, dat te horen is in het pastorale “Here Touchet Blues”. De afsluitende song klinkt verrassend opgewekter dan zijn titel laat vermoeden en laat een goedgeluimde Reynolds horen die knikkebollend aan de visvijver zit of vrolijk fluitend voorbij enkele wiegende korenvelden slentert.

Hoewel Ben Reynolds zowel solo als met Motor Ghost al verschillende releases op zijn naam staan heeft, is Two Wings niet alleen de eerste waarop hij voluit voor de akoestische gitaar gaat, maar ook de eerste die niet in beperkte oplage van enkele honderden exemplaren uitgegeven is. Het geeft aan Two Wings de allure van een buitenbeentje binnen zijn oeuvre, maar het maakt de plaat niet noodzakelijk bijzonder. De plaat wordt wél noodzakelijk door het schijnbare gemak waarmee Reynolds zichzelf van een plaatsje verzekert tussen de rechtmatige opvolgers van Fahey, Kottke en Basho.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 6 =