RocknRolla




Niet kapot te krijgen, die Guy Ritchie. Na het afleveren van
twee fenomenale stinkers (‘Swept Away’ en ‘Revolver’) die zelfs de
carrière van een getalenteerde filmmaker zouden kelen, is Madonna’s
teefje terug met zo goed als dezelfde film waarmee hij doorbrak.
‘RocknRolla’ tapt zo hard uit hetzelfde vaatje van ‘Lock, Stock and
Two Smoking Barrels’ en ‘Snatch’ dat je bijna zou denken dat
Ritchie een zelfparodiërende pastiche op zijn eigen werk heeft
gebricoleerd. Het is dat of de man toont ernstige symptomen van
vroegtijdige dementie waardoor hij constant vergeet welke films hij
al heeft gemaakt. Anyway, ‘RocknRolla’ is ongetwijfeld een
niet te versmaden smorgasbord voor de rabiate Ritchie-fans. Een
blits gefilmde misdaadkomedie waarin excentrieke gangsters met al
dan niet vuistdikke cockney-accenten de ene clevere dialoog na de
andere uitspuwen, terwijl ze zich een weg moeten banen doorheen een
vermoeiend kluwen van irrelevante plotdraden. Ja, het is beter dan
Ritchie’s vorige twee pelliculeverspillingen, maar het is ook het
definitieve bewijs dat Ritchie nog zo stevig in het hippe zadel mag
zitten, hij blijft een one trick pony die absoluut niks te
vertellen heeft.

Ritchie keert als een wezel in de nacht terug naar zijn
vertrouwde terrein: de criminele onderbuik van Londen die bevolkt
wordt door de meest ongeloofwaardige boeven sinds Anatool, Kwak en
Boemel Zonnedorp onveilig maakten. Lenny (Tom Wilkinson) is de
oldskool gangsterbaas die samen met zijn trouwe nummer
twee Archie (Mark Strong) een lucratieve vastgoeddeal wil sluiten
met de newskool Russiche gangster Uri (Karel Roden).
Uiteraard loopt alles in de war en raken de meest uiteenlopende
sjoemelaars betrokken bij de steeds absurder wordende criminele
activiteiten. Zo is er de sexy boekhoudster Stella (Thandie Newton)
die maar al te graag haar eigen deel van de koek neemt, een
crackverslaafde rockster (Toby Kebbell) die met een schilderij gaat
lopen en de charmante boef One Two (Gerard ‘Spartaaaa!’ Butler) die
gewoon pech heeft dat hij op het verkeerde moment zaken doet met de
verkeerde mensen. Gooi daar nog wat psychopathische Russische
huurlingen tegenaan, laat een gay ritselaar uit de kast
komen en moffel er nog wat belegen straat- en gangsterfilosofieën
tussen en je krijgt iets wat steeds meer begint te lijken op het
luidruchtige, maar weinig originele ‘RocknRolla’.

Het goede nieuws is dat ‘RocknRolla’ wellicht de beste Guy
Ritchie-film is sinds ‘Lock, Stock and Two Smoking Barrels’, de
genietbare, maar overroepen misdaadkomedie waarmee Ritchie nogal
modieus bestempeld werd als het Britse antwoord op Quentin
Tarantino. Het slechte nieuws is dat Ritchie met zijn debuut
volledig uitverteld was en dat ‘RocknRolla’ niks meer is dan een
zoveelste herkauwing van belegen Ritchie-elementen. Fans zullen
goedkeurend grijnzen, de rest zal al blij zijn dat Madonna nergens
in beeld verschijnt en dat Ritchie het pretentieuze gewauwel
achterwege laat. Het maakt van ‘RocknRolla’ een sporadisch
entertainende genrefilm die echter zo veilig en braaf op alle
voorspelbare clichéknopjes (je weet gewoon dat Ritchie een twist in
de staart gaat knopen) duwt dat het allemaal al lang niet meer zo
cool en hip is als Ritchie ons wil doen geloven. En een
sarcastische voice-over zou heel misschien nog plezant zijn mocht
het niet al een dozijn keer gebruikt zijn in dit soort films de
afgelopen tien jaar.

Terwijl Tarantino ondertussen al drie of vier genres verder is
gesprongen, blijft Ritchie dus in diezelfde gangsterpoel vissen
naar gekunstelde personages waarvan de diepgang zich beperkt tot
goed bekkende nicknames (Cookie, One Two, Mumbles, Tank, Handsome
Bob en Showbizz Bart om er maar een paar op te noemen), hippe
dialogen die vaak niks terzake doen en een slordige plot die
grossiert in willekeurige intriges die nergens toe leiden. Op geen
enkel moment voelt ‘RocknRolla’ als een samenhangend geheel aan en
het gebrek aan een echt hoofdpersonage of een sterke narratieve
drive (een gestolen schilderij als McGuffin gebruiken is
niet genoeg) laat alleen maar een fragmentarische indruk na. Net zo
met de vele personages, die eens ze opgevoerd zijn bijna niks meer
om handen krijgen omdat Ritchie al volop bezig is met het
introduceren van nieuwe nevenpersonages, die op hun beurt helemaal
niks om handen krijgen.

Visueel staat Ritchie net iets steviger in de schoenen. Een
energieke beeldvoering ondersteund door een goed in de oren
klinkende soundtrack helpen ‘RocknRolla’ te verkopen als het
flitsende filmpje dat het eigenlijk niet is. De montage is snedig
en bij momenten goed getimed (check de seksscène van vijf seconden)
en je moet Ritchie ook niet leren om een film vooruit te laten
gaan, ook al is er van een verhaal weinig of geen sprake. Echt veel
memorabele momenten vallen er trouwens niet te sprokkelen, met als
uitzondering de absurde achtervolging na een overval waarin Gerard
Butler zijn belagers van zich af moet joggen en een geeky
dansscène tussen Butler en Thandie Newton.

De ensemblecast doet wat ze kan met grotendeels oninteressante
personages en vooral een kale Tom Wilkinson geniet zichtbaar van
zijn gezonnebrilde gangsterkarikatuur die in de jaren zeventig is
blijven hangen. Voor de rest laat sexy Schot Gerard Butler zien dat
hij met een beetje geluk kan uitgroeien tot charismatische
leading man, terwijl een niet onaantrekkelijke Thandie
Newton een verdienstelijke femme fatale-light neerzet.

Een paar leuke scènes en een hipper dan hippe filmstijl die
eerder thuishoort op een muziekzender dan op het grote scherm
kunnen niet verbergen dat ‘RocknRolla’ niks meer is dan vintage
gebakken lucht uit de veel te beperkte koker van Guy Ritchie. Het
stinkt misschien niet zo hard als zijn twee vorige exploten, maar
het is en blijft nietszeggende bullshit in een flashy verpakking.
Zo cool dat het al lang niet meer cool is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =