Suspicion

Er zijn maar weinig grote filmmakers die hun hele carrière lang
zo’n consistente output van films hadden als Alfred Hitchcock – tot
aan het begin van de jaren zestig maakte hij er zo goed als
jaarlijks één, met het begin van de jaren veertig, kort na zijn
oversteek naar Amerika, als hoogtepunt van zijn productiviteit. In
1940 ging hij in de VS van start met twee films (‘Rebecca’ en ‘Foreign
Correspondent’), gevolgd door nog eens twee in ’41: ‘Mr. And Mrs.
Smith’ (niet te verwarren met de Brangelina-versie, uiteraard) en
deze ‘Suspicion’. In veel opzichten is ‘Suspicion’ een inhoudelijke
zielsverwant van ‘Rebecca’ – Joan Fontaine
speelt opnieuw de hoofdrol, maar wat belangrijker is, is de
terugkeer naar thema’s zoals trouw en ontrouw en de onmogelijkheid om
iemand anders ooit helemaal te kennen. Zelfs al ben je met iemand
getrouwd, toch blijven er altijd kamers in het hart en de geest van
je geliefde die op slot blijven.

Fontaine speelt Lina McLaidlaw, een braaf meisje van de Britse
upper class die stilaan begint uit te groeien tot een oude
vrijster, tot ze kennis maakt met playboy Johnnie Aysgarth (Cary
Grant). Johnnie is alles waar Lina van droomt: knap, vlot en
geestig (kortom: hij is Cary Grant) en enkele vochtige reeënogen en
schuchtere gesprekjes over kussen in een auto later zijn de twee
getrouwd. Het is echter dan dat de waarheid over Johnnie langzaam
maar zeker aan het licht komt: hij is helemaal niet rijk en leeft
al zijn hele leven van leningen die hij afbetaalt met andere
leningen. De gedachte om te gaan werken voor zijn geld komt zelfs
niet bij hem op. Hij gokt, flirt met andere vrouwen en blijkt op
een bepaald moment zelfs 2.000 pond verduisterd te hebben om uit
zijn financiële zorgen te raken. Lina wordt steeds meer paranoïde
over het gedrag van haar man, tot ze hem er zelfs van begint te
verdenken dat hij haar en anderen wilt vermoorden om het
verzekeringsgeld op te strijken.

Net zoals vrijwel alle films van Hitchcock werd ook ‘Suspicion’
uitgebracht als een thriller, met ditmaal als centrale vraag of
Cary Grant nu een moordenaar was of niet. Maar daarmee gingen ze
wel voorbij aan het meest fascinerende aspect van de film. Tijdens
het eerste uur is er van moord immers nog helemaal geen sprake, en
krijgen we simpelweg het verhaal van een vrouw die haar kansen op
de huwelijksmarkt zienderogen zag slinken met elk jaar dat ze ouder
werd, en dan maar overhaast in het bootje stapte met een man die ze
bij nader inzien helemaal niet zo goed bleek te kennen. Da’s een
herkenbaar verhaal, vergelijkbaar met de typische situaties rond
mannen die alcoholici blijken te zijn, of charmante kerels die als
het er op aankomt losse handjes blijken te hebben. De centrale
vraag is hoe goed we onze partners kennen – de vluchthuizen van
deze wereld zitten vol met mensen die daarvan kunnen meespreken. In
‘Suspicion’ vloeit het moordverhaal op een erg natuurlijke manier
voort uit dat eenvoudige huiselijke gegeven: mijn man blijkt te
gokken, en ik wist dat niet voor ik met hem trouwde. Mijn man
blijkt schulden te hebben, en ook dat wist ik niet. Mijn man blijkt
mensen af en toe te bedriegen als hem dat goed uitkomt, en dat wist
ik niet. Zou mijn man dan ook een moord kunnen plegen?

Cary Grant speelt hier op een bijzonder knappe manier met zijn
eigen imago. Johnnie is een personage dat zelf weet dat hij
charmant kan zijn en die charme ook doelbewust uitspeelt. Dat houdt
in dat Grant zijn gebruikelijke imago van charismatische gentleman
langzaam maar zeker laat wegzakken naar iets anders, iets
dreigend. Een scène waarin hij Lina de les spelt omdat ze hem
wil tegenhouden een zoveelste idioot get rich
quick-
plannetje uit te voeren, komt hard aan voor haar en voor
het publiek – ineens valt de charmante façade van Johnnie helemaal
weg, en komt er een harde, egoïstische, koude man te voorschijn.
Het was Joan Fontaine die een Oscar kreeg voor haar vertolking,
maar het is Cary Grant die het meeste indruk maakt, met een
subtiele vertolking die die overgang perfect geloofwaardig maakt.
In contrast daarmee blijft Fontaine te veel in dezelfde noot van
vermoorde onschuld hangen, die met vochtige oogjes de camera
inkijkt en in alles wat ze doet afhankelijk lijkt te zijn van haar
man. Misschien heeft dat ook wel te maken met het evoluerende
vrouwbeeld sinds de jaren veertig – destijds was een vrouwelijk
personage dat zo tam was, misschien perfect normaal. Nu wil je haar
regelmatig een trap verkopen: doé dan toch wat, en zit daar niet zo
het slachtoffer uit te hangen!

Visueel geeft Hitchcock de overgang van huwelijksdrama naar
thriller aan met een steeds frequenter gebruik van diepe schaduwen
in zijn fotografie. Let er op hoe, in de tweede helft van de film,
de schaduw van een raam wordt gebruikt om een soort spinnenweb te
suggereren waar Fontaine in vast zit. En dan is er natuurlijk nog
het beroemdste shot uit de hele film: Cary Grant die een glas melk
naar Fontaine brengt, dat fluorescerend opgloeit in het donker –
een effect dat werd bereikt door een gloeilamp in het glas te
stoppen. Is de melk vergiftigd of niet?

Wie de film nog niet heeft gezien en het einde niet wil weten,
moet nu stoppen met lezen – de teneur van de bespreking zal
onderhand wel duidelijk zijn, maar de ontknoping van ‘Suspicion’ is
zo doorslaggevend voor elke waardering ervan, dat ze niet onvermeld
kan blijven. Want (hier komt-ie) in tegenstelling tot het boek
waarop de film gebaseerd is, blijkt hier dat Cary Grant de hele
tijd onschuldig was en Fontaine simpelweg paranoïde was.
Oorspronkelijk wilde Hitchcock het originele einde bewaren, maar de
studio maakte bezwaar – Cary Grant als moordenaar, onmogelijk. Het
gevolg was dat er snel een alternatief einde verzonnen moest
worden, dat niet werkt. Het happy ending van ‘Suspicion’ voelt
geforceerd aan en klopt ook niet met de thematiek van de film.
Opeens gaat de film niet meer over de dubbele natuur van de mens –
hoe je één ding kunt lijken, en iets helemaal anders kunt zijn –
maar over paranoia tussen echtgenoten. Om nog maar te zwijgen van
de vele hints in het verhaal, die plotseling nergens meer naartoe
leiden. Later in zijn carrière zou niemand Hitchcock nog tot zulke
concessies kunnen dwingen – jammer dat het in 1941 nog niet zo ver
was.

‘Suspicion’ blijft een boeiende film, zij het wel één die je in
de context van zijn tijd moet kunnen zien – naar huidige normen
zijn de sociale rollen die man en vrouw hier tegenover elkaar
spelen uiteraard verouderd – en één die wordt ontsierd door een
einde dat maar weinig met de rest van de prent te maken heeft. Een
Hitchcock die een meesterwerk had kùnnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − drie =