Strangers on a Train

Alfred Hitchcock sprak regelmatig over zijn ambitie “pure cinema”
te maken – cinema waarvan de beelden zo krachtig zijn, dat ze geen
tekst nodig hebben om het verhaal duidelijk te maken. Ondanks het
feit dat Hitchcock regelmatig samenwerkte met schitterende
dialoogschrijvers, die verantwoordelijk zijn voor onder andere de
heerlijke replieken van Thelma Ritter in ‘Rear Window’ en de
double entendres in ‘North By Northwest’, was hij
fundamenteel een regisseur die de informatie over zijn personages
en zijn plot liever in de beelden stak dan in de gesproken teksten.
Pure cinema moet je zelfs kunnen volgen als je het geluid afzet.
‘Strangers on a Train’, Hitchcocks eerste meesterwerk van de jaren
vijftig (bij uitstek hét Hitchcockdecennium, waarin hij de ene
voltreffer na de andere afleverde), is meteen ook één van de beste
voorbeelden van zijn pogingen pure cinema te maken. Zijn beheersing
van mise-en-scène, montage en tempo waren hier op een niveau dat
meteen duidelijk maakt waarom ze hem de master of suspense
noemden.

Farley Granger (eerder al te zien in Hitchcocks ‘Rope’) speelt Guy
Haines, een tennisser die verwikkeld is in een lastige
echtscheiding. Op een dag ontmoet hij in de trein Bruno Anthony
(Robert Walker), een gladde jonge man die alles over Guy, zijn
carrière en zijn persoonlijke problemen lijkt te weten. Al snel
neemt de conversatie een morbide wending: Bruno heeft namelijk een
theorie over de perfecte moord. ‘Stel dat twee vreemden elkaar
ontmoeten, zoals wij. Ze hebben allebei iemand die ze liever kwijt
dan rijk zijn. Jij je vrouw, ik mijn vader. Dus wisselen ze van
moord – ze vermoorden allebei een volslagen vreemde, en zo kunnen
ze nooit gepakt worden.’ Guy lacht de theorie weg en zorgt ervoor
dat hij zo snel mogelijk uit het compartiment van Bruno wegraakt,
maar enkele dagen later blijkt dat Bruno het plan toch heeft
uitgevoerd. Guy’s bijna-ex is vermoord, en nu verwacht Bruno dat
hij zijn deel van het plan uitvoert door Bruno’s dominante vader
het hoekje om te helpen.

Die plot is klassieke Hitchcock, met zijn thematiek van de
onschuldige man die zich plotseling in de klauwen van een
psychopaat bevindt, hoewel het verhaal werd gebaseerd op de
debuutroman van Patricia Highsmith (de schrijfster van de ‘Mr
Ripley’-boeken). De regisseur verlegt de nadruk van het verhaal,
door één doorslaggevend plotelement te veranderen (spoiler ahoi!).
In de roman krijgt Bruno het immers zo ver dat Guy effectief zijn
vader vermoordt. In het universum van Highsmith is iedereen
corrumpeerbaar, iedereen is in staat tot moord onder de juiste
omstandigheden. Het universum van Hitchcock, daarentegen, is
uiteindelijk moreler, met goeden die overwinnen en slechteriken die
gestraft worden. Wat niet betekent dat er helemaal geen ambiguïteit
overblijft: het concept van schuld is essentieel voor het hele
oeuvre van Hitchcock, en wordt ook hier zijdelings onderzocht. Guy
vraagt niet aan Bruno om zijn ex-vrouw te vermoorden en hij
gedraagt zich geschokt wanneer ze toch dood opduikt – maar hij laat
ook geen traan voor haar. De hele film lang is hij bezorgd om de
mogelijke gevolgen van de moord voor hemzelf – want hij is nu,
ondanks alles, wel de hoofdverdachte. Hij is echter niet rouwig om
haar dood. Wat de regisseur daarmee suggereert is dat Guy, al van
tijdens dat eerste gesprek met Bruno in de trein, zich onbewust
aangetrokken voelt tot het idee zijn vrouw te vermoorden. Hij zou
het nooit zelf kunnen uitvoeren, maar ergens diep vanbinnen is hij
misschien opgewonden of zelfs blij dat hij iemand als Bruno heeft
ontmoet.

Nog dieper verborgen in de subtext van de film is de latente
homoseksualiteit van Bruno. Hitchcock had al eerder met dat thema
gespeeld (het meest opvallend in ‘Rope’), en voelde zich
duidelijk aangetrokken tot de link tussen seksualiteit en misdaad –
‘Marnie’, vele jaren later gemaakt, was de culminatie van die
obsessie met seks en criminaliteit. Dat wilt niet zeggen dat
Hitchcock het cliché van de immorele homo wilde uitspelen – hij
wilde homoseksuelen niet demoniseren als allemaal criminelen, maar
hij zag wel een parallel tussen de twee vormen van heimelijkheid.
In de jaren veertig en vijftig waren mensen per definitie heimelijk
homoseksueel. De maatschappij aanvaardde homoseksualiteit op geen
enkele manier, wat ervoor zorgde dat ze sowieso een meer of minder
verborgen identiteit erop na hielden. Criminelen doen uit noodzaak
hetzelfde, en Hitchcock heeft die connectie meer dan eens gemaakt
in zijn carrière. Maakt dat hem of zijn werk homofoob? Gezien de
tijdsgeest en de fijnzinnigheid waarmee de regisseur te werk gaat,
zou dat sterk overdreven zijn. In ieder geval, de eerste ontmoeting
tussen Guy en Bruno knettert van de homoseksuele spanningen – Bruno
komt oncomfortabel dicht tegen Guy zitten, laat zich daarna
genoeglijk achterover zakken in zijn zetel en spreekt op een
vertrouwelijk, bijna verwijfd toontje tegen hem. Het is niet
openlijk of makkelijk te definiëren, maar de gay ondertoon
is wel aanwezig, en wordt versterkt wanneer we Bruno in een latere
scène samen zien met zijn moeder. Hij laat zijn nagels door haar
veilen, laat zich door haar in de watten leggen en we krijgen de
indruk dat de oude dame net zo geschift is als hij (‘Je hebt dat
domme plannetje toch laten varen om het Witte Huis op te blazen,
hè?,’ vraagt ze betuttelend, alsof hij een kind is dat zijn
groenten niet wilt opeten). Die bizarre relatie tussen moeder en
zoon (die kan gezien worden als een vroege voorganger van ‘Psycho’), draagt bij
aan het seksuele mysterie rond Bruno.

Bruno wordt overigens gespeeld door Robert Walker, één van de
meest memorabele schurken die Hitchcock ooit heeft opgevoerd. De
subtiliteit van zijn vertolking gaat nooit ten koste van zijn
dreiging: dit is een psychopaat van het zuiverste water, die
charmant kan zijn als hij daar zin in heeft, maar van wie we nooit
twijfelen dat hij in staat is tot gruwelijke, gewetenloze moord.
Farley Granger was in ‘Rope’ daarentegen al de
zwakke schakel in de cast, en hoewel hij hier iets beter is, blijft
hij een ietwat kleurloze acteur die een afdoende, maar
oppervlakkige vertolking aflevert. Telkens Robert Walker in de
buurt is, wordt hij dan ook grandioos naar huis gespeeld.

Dat alles wordt verpakt in één van de spannendste films die
Hitchcock ooit gemaakt heeft. De pure cinema waar de regisseur het
steeds over had, komt duidelijk naar voren in drie perfect
uitgevoerde suspensescènes: de eerste is die waarin Bruno de
ex-vrouw van Guy achtervolgt door een pretpark en haar uiteindelijk
vermoordt. Hitchcock laat ons tergend lang wachten tot het
onvermijdelijke gebeurt, maar in de hele sequens, die ruim vijf
minuten duurt, wordt geen woord van belang gesproken. Met scheef
gekadreerde shots, diepe schaduwen en veel low angles
(waarin de camera opkijkt naar de personages), weet Hitchcock een
geweldige spanning op te wekken, die eindigt met waarschijnlijk het
beste shot in de film: we zien de moord gebeuren in de reflectie
van de bril van het slachtoffer, die op de grond gevallen is. Dat
is dan pure cinema.

De latere suspensescènes zijn net zo goed: de eerste is een
tennismatch die Guy moét winnen in drie sets, opdat hij het spel op
tijd zou kunnen verlaten om Bruno te onderscheppen. Je zou je
kunnen afvragen of het niet gewoon veel makkelijker zou zijn om te
verliezen in drie sets, maar dat hoor je niet te doen. Die scène
wordt afgewisseld met beelden van Bruno die onderweg is om
bewijsmateriaal op de plaats van de moord te gaan neerleggen, dat
Guy achter de tralies kan doen belanden. Door goed getimede
intercutting en een inventief gebruik van
camerastandpunten, krijgen we opnieuw een meesterlijk stukje
suspense. De climax van de film is het derde grote set
piece:
een gevecht op een op hol geslagen paardenmolen. Dit is
meer een traditionele actiescène, maar dan wel een erg knappe,
waarin vooral het morbide gevoel van humor van de regisseur naar
boven komt: let op het jongetje dat de hele tijd gierend van
plezier op zijn paard blijft zitten, zich absoluut niet bewust van
het gevaar of het gevecht dat bezig is.

Op die manier wordt ‘Strangers on a Train’ één van de absolute
Hitchcock-meesterwerken, één van de films die verklaart waarom de
regisseur nu nog zo goed gekend is. Hitch draait hier op volle
toeren, met een clevere plot waar licht-anarchistische
ondertoontjes door lopen, magnifieke suspensescènes en een
fantastisch efficiënte visuele stijl. Een klassieker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + vijftien =