Rope

Er zijn maar weinig misdaden zo invloedrijk geweest op de
populaire cultuur als die van Leopold en Loeb. Nathan Leopold en
Richard Loeb vermoordden in 1924 een 14-jarige jongen, enkel omdat
ze zichzelf, volgens een verbasterde Nietzscheaanse interpretatie,
“supermensen” vonden, moreel superieur aan anderen en bijgevolg
gerechtvaardigd om minderwaardige mensen om te brengen. De absolute
willekeur van hun daad (zonder motivatie, zonder gevoel), zorgde
tijdens de jaren twintig voor een schokgolf in de VS. De zaak werd
sindsdien gebruikt als inspiratie voor verschillende boeken,
toneelstukken en films, waaronder ‘Compulsion’ en de Sandra
Bullock-stinker ‘Murder By Numbers’. ‘Rope’, gemaakt door Alfred
Hitchcock in 1948, is wellicht nog steeds de meest opmerkelijke
bewerking van het verhaal.

In deze versie van de feiten krijgen we Brandon (John Dall) en
Phillip (Farley Granger), twee studenten die beïnvloed worden door
de filosofie van Nietzsche en de sarcastische commentaren van hun
professor Rupert Cadell (James Stewart) om te proberen de perfecte
moord te plegen. Vanuit hun intellectueel en moreel
meerderwaardigheidsgevoel wurgen ze een medestudent en verbergen ze
het lichaam in een kist, die ze vervolgens gebruiken om eten van te
serveren op een feestje. De gasten: hun professor, de ouders van
het slachtoffer, zijn vriendin en de ex-verloofde van die vriendin.
Geef toe, als groots gebaar van overmoed kan dat tellen. Brandon
twijfelt geen moment dat het plan zal lukken en niemand hen zal
verdenken, maar Phillip is bang. Naarmate de avond verder gaat,
begint hij fouten te maken.

Het eerste waar iedereen naar verwijst die ‘Rope’ gezien heeft,
is de visuele stijl. De film werd gebaseerd op een toneelstuk, en
in plaats van te proberen om die herkomst te verbergen door de
actie open te trekken voor de film, legt Hitchcock er nog eens
extra de nadruk op. De hele prent speelt zich af op één locatie (de
flat van Brandon en Phillip), en werd bovendien geconstrueerd om
het gevoel te geven dat alles in één lang shot werd gefilmd.
Hitchcock gebruikte acht takes van ongeveer tien minuten lang (zo
lang als je met een 35 millimeter filmrol kunt draaien), die hij zo
onopgemerkt mogelijk in elkaar liet overvloeien. Op die manier
wilde de regisseur de indruk geven dat de hele film uit één lang
shot bestond, wat de illusie versterkt dat je naar een toneelstuk
zit te kijken.

Critici hebben verscheiden gereageerd op die techniek – sommigen
vonden het een briljante vondst, anderen zien er het nut niet van
in. In ieder geval geloof ik niet dat Hitchcock een diepzinnige
reden had voor zijn visuele spielerei, behalve dan om te
zien of het hem zou lukken. Het theatrale van ‘Rope’ werkt
gedeeltelijk om een claustrofobische sfeer op te wekken, maar dat
had Hitchcock ook kunnen bereiken zonder alles naadloos in elkaar
te laten overvloeien, enkel door de actie in de ruimte te beperken
tot de flat. Nee hoor, de truc met de camera lijkt mij veeleer een
experiment op zichzelf, iets dat de regisseur introduceerde om het
productieproces interessanter te maken voor hemzelf. Een experiment
dat overigens niet geheel geslaagd is: uiteindelijk ziet Hitchcock
zich toch verplicht om drie gewone cuts te maken, en bovendien moet
hij de overgangen tussen de filmspoelen op wel erg opvallende
manieren zien te verbergen. Zo zoomt hij bijvoorbeeld in op de rug
van één van de personages, zodat daar de overgang naar het volgende
filmspoel kan komen, waarna hij weer uitzoomt en de actie verder
kan gaan. Het kleinste kind kan zien waar de naden zich bevinden.
Het idee is interessant en de mise-en-scène tijdens die
onafgebroken segmenten van tien minuten is bijzonder knap, maar
uiteindelijk vestigt de techniek te veel de aandacht op zichzelf om
echt de moeite waard te zijn.

Inhoudelijk is ‘Rope’ voornamelijk interessant door een seksuele
ondertoon die destijds scandaleus was, hoewel ze nooit wordt
uitgesproken. Hitchcock was erg goed in het nonchalant zinspelen op
de seksualiteit van zijn personages, met homoseksuele suggesties in
‘Strangers on a
Train’
en (veel nadrukkelijker), het oedipuscomplex van Norman
Bates in ‘Psycho’. Hier is het
(voor een hedendaags publiek) duidelijk dat Brandon en Phillip een
relatie hebben met elkaar, die niet alleen homoseksueel is, maar
waarschijnlijk ook sadomasochistisch (al was het maar op een
mentaal vlak). Brandon is de dominante persoonlijkheid, die Phillip
onder de knoet houdt en soms zelfs bedreigt. Eén van de eerste
dingen die we Phillip horen zeggen aan het begin van de film is:
You scare me. You always have. Maar Phillip speelt de
sadistische spelletjes van Brandon wel mee. Het spreekt voor zich
dat in een film uit 1948 niets van dit alles openlijk aan bod komt,
maar het is wel een subtext die altijd aanwezig is.

Los daarvan is het wel jammer dat Hitchcock aan het einde van
zijn verhaal toch voor een veilig, conventioneel moralistisch slot
kiest. Een lange monoloog van James Stewart moet de kijker
duidelijk maken dat moord écht niet oké is en dat de schuldigen
gestraft zullen worden, terwijl er zoveel meer interessante vragen
te stellen waren. Wat is bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van
professor Cadell in de hele zaak? Want hij is toch maar degene die
– zij het dan onbedoeld – bepaalde ideeën in zijn studenten hun
hoofd heeft gestoken. Cadell wast zijn handen echter in onschuld en
heeft het plotseling over de maatschappij, waarin niemand superieur
is aan een ander. Da’s schijnbaar niet wat hij tijdens zijn lessen
zei. Het zou interessanter zijn geweest om even na te denken over
de manier waarop Cadell medeplichtig is aan de moord van de twee
jongens, maar dat gebeurt niet.

De acteerprestaties zijn van wisselend niveau, met James Stewart
als betrouwbare rots in de branding die nauwelijks moeite lijkt te
moeten doen de show te stelen. Zijn rol laat dat natuurlijk ook
toe: Cadell mag de hele film lang de ene cynische one-liner na de
andere afsteken, om op het einde in extremis toch nog het morele
centrum van de film te worden. Stewart amuseert zich duidelijk.
John Dall is ook goed als Brandon, één van de meest arrogante
filmpersonages die ooit het scherm heeft gehaald – hij speelt het
personage met een geloofwaardige olieachtige charme, die het
aannemelijk maakt dat hij inderdaad het soort persoon is dat zijn
hele leven lang al met kleine en grote leugens is weggeraakt.
Farley Granger overacteert de paniek van Phillip dan weer, in een
onsubtiele vertolking die één van de voornaamste zwaktes van de
film blijkt te zijn.

‘Rope’ is een boeiende film, daar niet van, maar het is ook een
film van gemiste kansen. Het is een vormelijk experiment, maar dat
experiment blijkt uiteindelijk niet echt ergens naartoe te leiden.
Het bevat inhoudelijk interessante ideeën, maar (misschien door de
tijdsgeest waarin hij gemaakt werd), worden die ideeën nooit ten
volle uitgebuit. Geen Hitchcock van de bovenste plank dus, maar wel
één waarin we hem duidelijk zien evolueren in de richting van zijn
grote klassiekers uit de jaren vijftig en zestig. Voor Hitch moest
het beste nog komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =