Sunn O)))

29 januari 2020 De Kreun, Kortrijk

Een Sunn O)))-optreden altijd een speciale beleving. Altijd luid, altijd enigmatisch, altijd overweldigend. Maar nooit sereen, laat staan ‘mooi’. Dat maakte de verrassing in Kortrijk alleen maar groter.

Als het aan Joke Schauvliege had gelegen, had dit optreden nooit mogen doorgaan. Sunn O))) heeft een intussen rijk gedocumenteerde reputatie van oorverdovend luide concerten te spelen. Dat klopt uiteraard: de band haalt live gemiddelde volumes van 120 dB en meer. Met de huidige geluidsnormen in verschillende Europese landen (waaronder dat van ons) is het dus niet eenvoudig om Sunn O))) hier op een podium te zien. De groep verontschuldigde zich eind vorig jaar zelfs op sociale media voor de teleurgestelde fans die weer maar eens een passage door hun neus geboord zagen, en plaatste een oproep aan concertorganisatoren om samen met hen te zoeken naar oplossingen. En godzijdank, daar was dan ineens Het Wilde Westen die ervoor zorgde dat het podium van De Kreun nog eens mocht kreunen onder het gewicht van vijftien (!!) enorme Sunn O)))-versterkers.

Om het publiek al een voorproefje te geven van wat het zoal te wachten stond, werd eerst de Duitse underground-gitaarvirtuoos Caspar Brötzmann het veld ingestuurd. Met zijn soloproject Bass Totem ruilt hij zes snaren voor vier, maar die bespeelt hij een vlotte veertig minuten met evenveel bravoure en creativiteit als zijn gitaar met zijn band Massaker. Brötzmann de body, hals, kop, voor-, achter-, boven- en onderkant van die basgitaar, en slaagt erin om uit dat ganse instrument een ongewoon divers en rijk klankenpalet te toveren. Een echt organisch geheel wordt de set nooit, en echte samenhang in de vorm van riffs, lijnen of structuren zijn er niet te ontwaren. De sporadische vocalen van Brötzmann zijn donker en zwaar, en worden met een Scott Walker-achtig gevoel voor pathos en drama gebracht. Voor het publiek is deze vrije improvisatie-oefening niet bepaald een amuse-gueule voor een stevig hoofdgerecht, maar het applaus is zeker niet ongemeend.

Een optreden van Sunn O))) begint steeds met het volpompen van de zaal met tonnen rook. En hoe vaak je dit ook al hebt meegemaakt, het blijft een bevreemdend, imponerend moment. Wanneer de lampen de rook van een egaal paarse schijn voorzien, en de eerste machtige gitaaraanslagen de Kreun vullen, waan je jezelf meteen in een vreemdsoortige dimensie zonder vaste vorm, enkel bestaand uit klank en licht. 

Uiteindelijk doemt er een gitaar en een opgeheven and, gehuld in een zwarte pij op uit de mist. Het is Greg Anderson, die samen met Stephen O’Malley de openingsdrones uit hun gitaren laten daveren. Het heeft steeds iets weg van een primitief ritueel: de ultralage gitaartonen worden aangeslagen en eindeloos aangehouden, tot de armen van beide heren synchroon de lucht in gaan, en weer naar beneden komen om een volgend dreinend akkoord aan te vatten. Het gebrek aan zicht ontneemt je niet alleen van je oriëntatie, maar de traagheid van de muziek tast ook je gevoel van tijdsbeleving aan. Alsof de ganse wereld vertraagt, terwijl de fysieke aanwezigheid van het geluid door je lijf zindert. 

Het is duurt dan ook bijna een half uur vooraleer je de eerste keer subtiele orgelklanken ontwaart, die aanzwellen tot een sonisch contrapunt tegen de kolossen van gitaaraanslagen, die zelfs nog versterkt worden door de zoemende basgitaar van sessiemuzikant Tim Midyett, die ook al meedeed op Life Metal, één van de twee uitstekende platen die Sunn O))) vorig jaar uitbracht. Het geheel van gitaar, bas en keyboards (met quasi vast bandlid Tos Nieuwenhuizen die weer vakkundig de Moog bedient) kolkt al een vloedgolf in slow motion door de zaal, die nog steeds in een hardnekkige vreemdkleurige misbank is gehuld. 

En dan gaat plots het volume naar beneden. De distortion- en gainpedalen worden afgeklikt en het publiek, dat tot dan toe het trage tempeest muisstil onderging, kan even naar adem happen. En plots haalt toetsenist en vaste livemuzikant Steve Moore zijn trombone boven, en improviseert schijnbaar moeiteloos een beklijvend mooi, warm, ronduit prachtige brok muziek bij elkaar. Het bewijst nog maar eens dat Sunn O))), ondanks het schijnbaar beperkt muzikaal vocabularium, je steeds weer weet te verrassen.

Het einde daarentegen verloopt zoals gewoonlijk weer volgens vast stramien. Het volume gaat weer onheilspellend de hoogte in, net als de gitaren die boven de hoofden worden getild, en het geheel mondt uit in een waanzinnige, kolkende geluidsclimax. Het applaus komt als een ontlading bij zowel publiek als muzikanten, die de dankbetuiging voldaan in ontvangst nemen.

Optredens als die van Sunn O))) zijn niet zomaar concerten, maar totaalbelevingen die je met je ganse lijf ervaart. Hopelijk beletten de oorreglementeringen niet dat deze band snel terugkomt. We hebben op tijd en stond wel eens zo’n heilzaam sonisch lavement nodig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 3 =