L’empreinte de l’ange




Dit mogen ze ons elk jaar wel lappen. Tussen de blockbusters
door een kleine, maar fijne Franse film met de crème de la crème
van Frankrijk – de sensuele Cathérine Frot- in de hoofdrol. In 2006
trakteerde Denis Dercourt ons nog op ‘La Tourneuse de Pages’,
een kruising tussen een thriller en een psychologisch drama waarin
ons Belgische Déborah François serieus rammelt met de pianotoetsen
van Cathérine Frot. ‘L’empreinte de l’ange’, de tweede langspeler
van Safy Nebbou, levert een gelijkaardige kruisbestuiving af, die
eveneens met een goede dosis spanning de ogen op het scherm en van
het horloge weet te houden. Ditmaal gaat Cathérine Frot de
onderhuidse strijd aan met collega-actrice Sandrine Bonnaire. De
uitkomst is een psychologische vrouwencatch die zelfs
zonder modder of minuscule bikini meer dan appetijtelijk
is.

‘L’empreinte de l’ange’ vertelt het verhaal van de gescheiden
Elsa Valentin (Cathérine Frot) die haar zoontje gaat ophalen op een
verjaardagsfeestje en plots volledig van haar stuk gebracht wordt
bij het zien van het zesjarige meisje Lola. Ze raakt geobsedeerd
door haar, kan er niet meer van slapen. Overtuigd dat Lola haar
eigen dochter is, dringt ze zich op aan het gezin en wrikt ze zich
in hun leven. Onder het voorwendsel dat Elsa’s zoon en Lola’s broer
kameraadjes zijn, loopt ze hen steeds vaker tegen het lijf, gewoon
om Lola te kunnen zien. Tot ze steeds slordiger te werk gaat en
Lola’s moeder (Sandrine Bonnaire) iets in het snotje krijgt.
Iedereen verklaart Elsa voor gek – haar depressies in het verleden
logen er niet om – maar ze blijft volhouden. Binnenkort vertrekt
het hele gezin van Lola naar Canada, dus ze zal snel moeten
handelen. In haar blindheid naar haar nieuwe dochter en haar
zoektocht naar de waarheid dreigt ze wel het hoederecht over haar
zoon te verliezen, is het dat wel allemaal waard?

Wat volgt is een confrontatie tussen twee sterke personages, twee
moeders die vechten om een kind. Een strijd die onderhuids wordt
geleverd, een verbale, psychologische battle van
jarenlange ingehouden emoties die op ontploffen staan. De twee
straffe madammen uit de acteurswereld, Sandrine Bonnaire en
Cathérine Frot maken er met hun innerlijk borrelende, maar
uiterlijk koele vertolkingen voor de kijker een spelletje van om te
raden wat nu de echte waarheid is. Ze weven een mysterie rondom
hen, dat met flashbacks en droomsequenties laagje per laagje wordt
afgepeld. Cathérine Frot zet in haar complexe rol van depressieve
moeder, wanhopige vrouw en verwarde ex Bonnaire volledig in de
schaduw. Ze is niet alleen mooi om naar te kijken, ze doet ons ook
geloven wat de regisseur wil dat we geloven. Is ze gek of gewoon
hoog sensitief? Ziet ze door haar psychologische problemen spoken
uit het verleden die er niet zijn? We proberen het met ons gezond
verstand zelf uit te vissen, maar worden hierin op een geslaagde
manier gemanipuleerd door de thrillerachtige opbouw van het
verhaal. Een aanpak die de film boven het rijtje Vijftv-films’ doet
uitstijgen.

Nebbou doseert namelijk mooi de informatie en houdt de spanning er
gelijkmatig over de hele film gespreid in. Hij gebruikt hierbij
vooral de muziek als een narratieve verteller. De hele film door
voel je vanuit de muziek een bepaalde dreiging, een geheimzinnige
ondertoon waarop het verhaal wordt voortgestuwd, een leemte die
moet worden opgevuld. Muziek die niet storend begint te werken of
te opvallend is, maar net een sluimerend onderdeel wordt van het
verhaal. Zeker tijdens het balletoptreden waarbij Elsa vanin de
coulissen Lola’s bewegingen gadeslaat, krijgen de blikken tussen de
twee vermeende bloedverwanten een extra gelaagdheid en brok
spanning mee door de dreigende score die tegelijk het ritme
opdrijft en druk op de ketel zet. Hitchcock kijkt op die momenten
goedkeurend over Nebbous schouder mee.

Nebbou combineert slim de voordelen van beide genres: voor een
drama is de spanning zodanig goed opgebouwd dat de verveling nooit
toeslaat en het dramatische aspect nergens de kans krijgt om
onnodig sentimenteel of huilerig te worden. Als thriller krijgt de
film dan weer meerwaarde dankzij de psychologische diepgang van het
drama en het doorleefde spel van de twee actrices. Nebbou haalt het
beste uit beide genres, maar aan de finish gokt hij nét iets te
veel op het melodrama. Het hoogtepunt waar de hele film
uiteindelijk op afstevent, had iets meer mogen knallen en ook de
eindsituatie is iets te afgevlakt en gladgestreken om geloofwaardig
te zijn. Maar we kunnen dat nog net door de vingers zien. De
regisseur heeft ons toch maar mooi op een hoogst entertainende
manier de hele film lang op het verkeerde been weten zetten en dat
was een slachtofferrol die we graag vervulden. Tot de
volgende!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =