Don Caballero :: Punkgasm

Twee jaar geleden was het bang afwachten wat World Class Listening Problem, het eerste album van 90’s helden Don Caballero sinds 2000, zou opleveren. Het resultaat was een degelijke plaat die echter suggereerde dat Don Caballero zich in een doodlopend straatje gemanoevreerd had. Met Punkgasm worden, in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, geen andere oorden opgezocht en kiest de band voor een creatief status quo.

Punkgasm belooft meer directheid, rauwheid en snelheid. Koppel dat aan de geruchten dat de band met zijn zesde album meer voor improvisatie zou kiezen, en minder voor structuur en compositie, en het zag er even naar uit dat Don Cab een bommetje op de oververzadigde markt zou droppen. Zo is het niet gelopen: Punkgasm loopt dan wel niet gebukt onder de loodzware karweien die de songs van zijn voorganger waren, er is bezwaarlijk sprake van meer directheid. De songs zijn doorgaans wat korter, wat minder gebonden aan structuur, maar ze blijven staaltjes van ingenieusheid die met schaamteloos gemak aan de man gebracht worden.

Opener “Loudest Shop Vac In The World” herhaalt de cumulatieve aanpak van World Class Listening Problem door de ene loop op de andere te stapelen en zo te zorgen voor een song die gestaag evolueert, verbreedt en zijn eigen krachtpatserijen tot doel stelt. Het gebeurt echter met zoveel inventiviteit én geduld dat je hier niet opgezadeld wordt met een steriele wendingenindigestie die hun collega’s de luisteraar bezorgen met hun barokke eclecticisme. Ook “Bulk Eye” is Don Cab zoals we ‘m graag hebben: energiek, grillig, maar met een visie, een gevoel voor richting, en een pay-off in de vorm van enkele scheurpartijen en aurale kopstoten.

Nu en dan laat de band ook horen dat hij meer oog heeft voor transparantie: “Lord Krepelka” is vintage Don Caballero, maar ook te herkennen als een song, eerder dan als een opeenvolging van stukken, wendingen, akkoorden en tics. Even goed is het onnozel getitelde “Slaughbaugh’s Ought Not Own Dog Data”, waarmee opnieuw het braakland tussen Rush, Slint, Tortoise en de King Crimson van “Red” wordt opgezocht: een repetitieve baslijn neemt het op tegen ielende gitaarpartijen en, halverwege de song, gerotzooi met loops dat het hoofd aan het duizelen brengt. Het is dit soort songs dat van Punkgasm een uitstekende plaat had kunnen maken.

Helaas zijn ze in de minderheid, aangezien de band even vaak aan het experimenteren is geslagen op een manier die minder geslaagde vruchten afwerpt. Voor het eerst in zijn geschiedenis zijn er zangpartijen terug te vinden op een van zijn albiums, en op een enkele uitzondering na, zijn ze het geheel nergens ten goede gekomen. “Celestial Dusty Groove”, naar hun normen een popsong, bevat immers zweverige vocalen die in de vroege jaren negentig nog gekund hadden, maar nu hopeloos achterhaald klinken. Een vergelijkbaar scenario doet zich voor bij “Why Is The Couch Always Wet?”, een pastoraal aandoend niemendalletje dat enkel zijn titel echt mee heeft. De enige song met zang die echt aanslaat is de afsluitende titelsong, die meer gemeen heeft met de hoekige gitaarrrock van The Fall en Fugazi dan de moderne progvariant van deze band.

Pijnlijk mislukte experimenten vallen er niet veel te ontwaren. Het probleem is gewoon dat de band heeft nagelaten om zijn eindredactie in te schakelen. “The Irrespective Dick Area” heeft vaag iets van het gefriemel van Buckethead, maar blijft uiteindelijk bij niet meer dan… gefriemel, “Pour You Into The Rug” en “Challenge Jets” leiden eigenlijk nergens heen, en “Who’s A Puppy Cat” gaat op in het niets. Een slechte plaat is Punkgasm daarom niet, maar zelden geeft het album een reden waarom ze boven de middenmoot van de experimentele rock zou uitsteken. Er zijn een paar songs die opvallen in positieve zin, maar voor elk succesje is er ook een tegenhanger die niet had gehoeven. Met zo’n dunne spoeling is de conclusie dan ook dat Don Caballero (opnieuw) een stap achteruit heeft gezet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =