Kiko C. Esseiva :: Sous les étoiles

Drie jaar had de Spaans-Zwitserse Kiko C. Esseiva nodig om zijn tweede album af te werken, al zullen de meesten opmerken dat hij die tijd beter had kunnen spenderen. Sous les étoiles is immers niet direct een hapklare brok popmuziek, in zoverre er ook maar van muziek gesproken kan worden.

Esseiva is nog steeds de componist van de moeilijke weg voor wie instrumenten en omgevingsgeluiden samen iets geheel nieuws kunnen vormen dat zich niet gebonden moet weten door zulke vastgeroeste concepten als ritme, noten of melodie. In die schijnbaar willekeurige opeenvolging en opeenstapeling van geluiden schuilt echter een doordacht systeem dat zich slechts met mondjesmaat laat kennen aan hen die bereid zijn zich er voor open te stellen.

De “Prélude” laat alvast het ergste en het beste vermoeden. De opbouw van strakgespannen, barstende snaren klinkt veelbelovend, maar wordt de mond gesnoerd door stemmen, gelach en achtergrondgeluiden die impliceren dat hier een performance gegeven wordt. In de volgende nummers wordt dat gevoel nog versterkt, zo is er het zonder meer vreemde “Voyage en brise-glace” dat opnieuw minutenlang touwen en snaren strak aanspant alvorens een klaaglijke stem zijn rituele gezang mag invoegen.

In “Quelque part sous les étoiles” volgen dan holle, galmende slagen en fijne kristallen bellen die langzaam opgaan in andere onbestemde klanken, gecreëerd door de rekwisiteur van een luisterspel. De musique concrète krijgt een extra intellectualistische injectie in “Tout tourne” (niet veel meer dan een vrouwenstem) en het chaotische huzarenstukje “Danse des toupilles” dat zelfs zonder duidelijke melodie of structuur de aandacht weet vast te houden.

De avant-gardistische compositie “En rêve” grijpt terug naar strijkers, rommelende grondtonen en de bekende onbestemde geluiden van alledag om zijn verhaal te vertellen waarna de grote sprong uitblijft in het verrassend stille “Le grand plongeon”. Het is haast onmogelijk om dieper in te gaan op “Pont”, “Sous les étoiles toujours” (ondanks de mooie pianomelodie) of “Fanfare du fin” zonder eenzelfde onduidelijke taal te gebruiken. Want hoe intrigerend Sous les étoiles ook klinkt, het is geen plaat die zich omschrijven laat zonder in postmodern, pseudo-intellectueel of vaag gewauwel te vervallen.

Het lijkt wel of Esseiva er een vreemd genoegen in schept om zijn luisteraars op stang te jagen. Wie aandachtig luistert en de geluiden van alledag weet te vertalen naar “klassieke instrumenten” hoort immers de muzikale pracht en compositorische inventiviteit die achter de schijnbare chaos van geluiden ligt. Sous les étoiles kan gemakkelijk als snobistische, intellectualistische of vergezochte moeilijkdoenerij afgedaan worden en dat zijn ongetwijfeld terechte verwijten, maar de achterliggende structuur van de nummers verraadt wel een visie die in de meeste popsongs niet te vinden is. Esseiva weet perfect waarmee hij bezig is, de vraag is alleen hoevelen bereid zijn hem te volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − een =