Sigur Rós :: Með Suð í Eyrum við Spilum Endalaust

EMI, 2008

Oorschade, het is ons wat. Terwijl sommigen denken van oorschade
last te hebben terwijl ze naar Sigur Rós luisteren, geven de leden
van Sigur Rós aan er zelf mee te kampen want ‘met een gezoem in
onze oren spelen we eindeloos’. Tenzij we de titel ‘Með Suð í Eyrum
við Spilum Endalaust’ minder letterlijk moeten nemen, natuurlijk.
Het vijfde studioalbum van de IJslandse alternatieve lievelingen
Sigur Rós lijkt behoorlijk snel te komen door het akoestische slash
livealbum Hvarf/Heim, maar is
dat niet zozeer als je weet dat Takk… alweer drie
jaar oud is.

Er zijn heel wat nieuwigheden over dit album te melden: zo is het
niet volledig in hun thuisland opgenomen maar zijn sommige delen in
Havana, Londen en New York ingeblikt. Ook hebben ze met Mark
‘Flood’ Ellis (Depeche Mode,
Nine Inch
Nails
, U2, PJ
Harvey
,…) een andere producer onder de arm genomen en heeft
Sigur Rós met ‘All Alright’ voor het eerst een Engelstalig nummer
op cd gebrand. Niet dat je daar veel van merkt, maar kom. Negen van
de elf songs zijn trouwens in het Ijslands, één in hun zelf
bedachte Hooplands.

Je kan gerust beweren dat ‘Með Suð í Eyrum við Spilum Endalaust’
een logische opvolger van ‘Takk…’ geworden is. Waar ‘Von’ (1997),
‘Ágætis Byrjun’ (1999) en vooral ‘( )’ (2002) een experimenteel en
melancholisch Sigur Rós lieten horen, was Takk… een sprong
richting joligheid en toegankelijkheid, een beweging die het nieuwe
full album verderzet. Dat wordt al zeer duidelijk op de wat
atypische eerste en gratis aangeboden single ‘Gobbledigook’. Het
nummer bruist en werkt aanstekelijk door het gejaagde ritme en de
voortdurende drive die de percussie creëert. Het ongeremde dat je
op de cover van het album ziet – dit zijn trouwens niet de leden
van Sigur Rós zelf – wordt perfect weerspiegeld in ‘Gobbledigook’,
al kan onze mening beïnvloed zijn door de bijbehorende
videoclip.

Dezelfde sfeer krijgen we in ‘Inní mér Syngur Vitleysingur’ (“in
mij zingt een geschifte”), dat al veel meer klinkt als de Sigur Rós
die we sinds ‘Takk…’ gewend zijn en een zomerse vrolijkheid deelt
met het radiohitje ‘Hoppípolla’. Koperblazers en een traag
stijgende spanning bouwen de song uit tot een van de betere
momenten op dit album. Ook ‘Við Spilum Endalaust’ bevat hun gekende
praal met koperblazers, telkens verzorgd door een vijftal
muzikanten.

De grootste en eigenlijk enige teleurstelling op ‘Með Suð í Eyrum
við Spilum Endalaust’ heet ‘Festival’. De tweede helft van het
lange nummer mag dan al iets goedmaken, de eerste is veel te
langdradig en gevoelloos. Neen, geef ons dan maar ‘Ára Bátur’
(“roeiboot”), misschien wel hét prijsbeest van deze release. Het is
de meest imposante onderneming die Sigur Rós ooit op plaat heeft
gezet , want de song wordt ondersteund door een symfonisch orkest
en een jongenskoor, waarbij een totaal van 90 mensen dit nummer in
één take heeft opgenomen. Vooral de epische finale is
adembenemend.

‘Góðan Daginn’ (“goede dag”) is rustig, sprookjesachtig en bijna
religieus. ‘Fljótavík’, een IJslandse plaats, is sterke pianopop
met een fantastische zanglijn voor de falset van Jónsi, die de
confrontatie met de strijkers van Amiina aangaat. Het album sluit
af met ‘All Alright’, het Engelstalige nummer. Het pianospel is
minimalistisch en melancholisch, en de koperblazers en trage,
gedeeltelijk gefluisterde vocals van Jónsi versterken dit alleen
maar.

Dat de band met hun vijfde langspeelplaat nog meer de poprichting
opgaat, neemt niet weg dat het album nog steeds volledig de gekende
en door bijzonder velen geliefde sfeer van Sigur Rós uitademt. Op
een aantal momenten na horen we hier weinig vernieuwing, maar dit
neemt niet weg dat ‘Með Suð í Eyrum við Spilum Endalaust’ een
fantastische plaat geworden is. Het is niet Sigur Rós op haar best
maar het is nog altijd wonderlijk mooi.

http://www.sigurros.com

Sigur Rós staat op 5 juli op Rock Werchter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 4 =