Bruce Springsteen & The E-Street Band :: 23 juni 2008, Sportpaleis

Was Bruce Springsteen bij zijn vorige passage in december wat ziekjes en had hij een plaat te promoten, dan was dat maandagavond niet aan de orde. Met een setlist die rijkelijk uit bijna veertig jaar carrière putte en een concert dat nooit minder dan “dik ok” was, bediende The Boss zijn fans uitstekend.

Nu David Bowie het toeren blijkbaar definitief achter zich heeft gelaten, blijft Bruce Springsteen zowat de laatste legendarische superster die nog blijft toeren. En dat doet hij alsof zijn leven ervan af hangt: de voorbije jaren alleen al stond hij hier drie keer op de planken, en dat telkens voor een volle zaal. Hell, zelfs als The Boss een klein en intimistisch concertje wil geven moet hij nog Vorst Nationaal afhuren.

”Mag het een beetje meer zijn?”, vroegen de boekers: na een uitverkocht optreden in het Sportpaleis afgelopen december, kon er nog wel een stadionnetje bij, zo ging de redenering. Het bleek fout gedacht, en de tegenvallende verkoop dwong The Boss dan toch weer een bloedheet Sportpaleis in. In het hem ondertussen vertrouwde decor (ook The Seeger Sessions-tour in 2006 bracht hem al langs Antwerpen) gaf the hardest working man in rock zich nog maar eens zo hard als kon.

Al begon het allemaal nog wat mak. Misschien was het de warmte, maar “So Young And In Love” was een verre van straffe opener, eerder een opwarmer voor het heerlijke “Radio Nowhere”. “I just wanna feel some rhythm”, schreeuwt Springsteen, terwijl zijn band meteen het gevraagde voorziet. Met “The Ties That Bind” en “Promised Land” dat er zonder veel commentaar meteen strak achteraan worden gegooid, komt het concert eindelijk wat los.

Goed, Springsteen haalt niet altijd het einde van zijn zanglijn en ontwijkt al eens de hoge noten, toch kan hem vanavond geen gebrek aan inzet verweten worden. Al moet die inzet ook voor een deel gaan naar het opzoeken van alle hoeken van het podium. Daar kan hij de fans begroeten, verzoekjes in ontvangst nemen — hij gaat er vanavond gretig op in –, en al eens door de knieën zijgen. The Boss blijft een publieksmenner pur sang voor wie een Sportpaleisje doen als een huiskamerconcert voelt.

Sneren aan het adres van president Bush vliegen tijdens enkele aankondigingen in het rond. Het nieuwe Magic is dan ook een plaat die geboren werd vanuit de verontwaardiging over de oorlog. Tweeëntwintig jaar na Born In The U.S.A. is het opnieuw een kwaad statement over het leed dat oorlog de gewone man aandoet. Het daaraan opgehangen Last To Die wordt dan ook met de kracht van de woede gespeeld en moet niet onderdoen voor het ouder voer dat al werd opgedist.

Zoals daar zijn: een machtig “Trapped”, een met de honger van een jonge minnaar gezongen “Prove It All Night” (inclusief een geweldig soleerduel met Miami Steve), het onverwoestbare “Because The Night”, het op een boogiewoogiepiano drijvende “She’s The One”. “Sandy” dat op verzoek werd bovengehaald, klonk helaas wat rommelig en ongeïnspireerd. Jammer, maar de leuke startstop-spelletjes van “Fire” maken alweer veel goed. ”The E-Street Band is always ready”, pocht Springsteen dan ook. Om meteen te nuanceren: “meestal toch”. Genoeg om zich vierklauwens op een imposant donderend “Badlands” (die intro!) te storten vooraleer de coulissen op te zoeken.

Coulissen? Na twee uur al? Dat zou geen echte Bruce Springsteenshow zijn: met onder andere “Born To Run” en “Thunder Road” wordt nog een stevige bisronde gegeven. Met een jolig gefiedeld en meegezongen “American Land” van op We Shall Overcome – The Seeger Sessions wordt dan toch de slotbuiging gemaakt. The Boss had het weer eens allemaal onder controle. Nog altijd — goeie pogingen op de laatste Arcade Fire ten spijt — doet niemand Springsteen als Springsteen zelf. De laatste van een afzwaaiend ras supersterren houdt moedig stand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =