Elbow

Het was een hete junidag zoals we er in tijden meer hebben gehad,
die dinsdag in Brussel. Het zou nog uren duren voordat de zon
onderging, maar de drukkende hitte had toch al z’n beste tijd
gehad. Op zulke momenten weten wij geen betere plek om te vertoeven
dan de tuinen van de Botanique, waar we op een rustig bankje even
genoten van de late middagzon. Bob Dylan zong in mijn oor iets over
zilveren saxofonen en een vrouw die hij zo graag wil. Ik vroeg me
af over wie hij het had, en of dat er eigenlijk toe doet. Plots
werd het samenzijn van Bawb en mij verstoord door een
nogal luid telefonerende man die ons net passeerde. ‘Yeah, I’ve
fixed you a ticket for Saturday, right. I miss you too.

Bye, love.’ Hij draaide zich om, en toen zag ik ook zijn
gezicht. Hij leek wat op een kruising tussen Ricky Gervais en
Stephen Fry. Plots besefte ik dat Guy Garvey, de zanger van Elbow,
voor me stond. Hij knikte vriendelijk toen hij zag dat ik hem had
herkend, en ik glimlachte terug. Deels uit beleefdheid, maar vooral
om de geruststelling dat Garvey zelf ook iemand in gedachten heeft
wanneer hij die avond zou zingen over iemand die hij kust ‘like we
invented it’. Het zou doodzonde zijn als de schrijver van een
prachtnummer als ‘Mirrorball’ het in het echte leven zonder liefde
zou moeten doen.

‘Mirrorball’. Het is maar een van de vele hoogtepunten op ‘The
Seldom Seen Kid
‘, de vierde Elbow-langspeler. Te pas en te
onpas worden de vijf Britten er door journalisten aan herinnerd dat
ze ooit een van de belangrijkste bands in de slipstream van
Coldplay waren, maar dat de grote doorbraak altijd een
beetje uitgebleven is. De verklaring daarvoor is nochtans simpel:
wars van de commercie is Elbow altijd koppig zichzelf gebleven. Dat
leidt tot minder toegankelijke nummers (en bijgevolg ook wat minder
commercieel succes) dan pakweg Keane.
Wat het tot dusver wel opleverde, zijn vier cd’s die telkens
misschien meer van hetzelfde bieden, maar die we toch voor geen
enkele Snow Patrol-plaat zouden willen ruilen. Elbow is groot
in iets kleins, en het was dan ook geen verrassing dat de
Orangerie-zaal van de Botanique al een tijdje helemaal uitverkocht
was.

Na een opvallend hartelijk en lang applaus begon Elbow aan de set
met ‘Starlings’, de vreemde opener van ‘The Seldom Seen Kid’. Bijna
de hele nieuwe plaat werd voorgesteld, met een zelfverzekerdheid
die je als band enkel kan hebben als je zoals Elbow al zeventien
jaar samen speelt. De nieuwe nummers hoefden helemaal niet onder te
doen voor oudere fan favourites als het nog steeds even
geweldige ‘Station Approach’.

Het nieuwe ‘One Day Like This’ was zelfs het absolute hoogtepunt
van het concert. We noemden het al een song met
stadioncapaciteiten, en live kwam het in zo’n vlekkeloze uitvoering
alleen maar beter tot z’n recht. ‘Newborn’ was opgedragen aan het
pasgeboren kindje van iemand uit het publiek. Misschien lag het aan
die extra dimensie, maar in Brussel beseften we pas goed hoe
prachtig die verborgen schat is.

Het concert was dan ook een mooi voorbeeld van hoe de interactie
met het publiek livemuziek tot een hoger niveau kan brengen dan de
plaat. Elbow speelde zeer degelijk en vrijwel foutloos, maar het
was de zeer warme sfeer in de Botanique die er echt een mooie avond
van maakte. Het publiek bestond vrijwel alleen uit fans, die de
band al op voorhand in hun hart hadden gesloten. Dat merkte je aan
het enthousiasme wanneer het nodig was, aan de stilte wanneer de
muziek intiemer werd, maar ook aan de oprechte dankbaarheid vanwege
de groep zelf.

Elbow is op de top van zijn kunnen, en zal wel nooit meer veel
groter worden dan ze vandaag zijn. Maar Garvey en co vinden het wel
goed zoals het is, en dit geeft hen een artistieke vrijheid die al
bijna twee decennia tot prachtige muziek en dito optredens in
kleine, stemmige zaaltjes leidt. We blijven ‘Elbow’ een wat lullige
groepsnaam vinden, maar na dit optreden weten we het wel zeker: het
is een wereldband.

The Seldom Seen Kid‘ is uit bij Polydor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =