Martha Wainwright :: I Know You’re Married, But I’ve Got Feelings Too

"Elke familie heeft wel haar zwart schaap." Of: "Één zwaluw maakt de lente niet." Het zijn volksgezegdes die wij aan de toog in ons dorpscafé "In Den Bonten Os" meermaals, al dan niet met dubbele tong, horen debiteren. En ze zijn nog van toepassing op Martha Wainwrights nieuwe plaat ook.

Wat dat schaap betreft: de stamboom van de familie Wainwright moeten we u al lang niet meer tekenen, en de vaak troebele verhouding tussen Martha en de rest van de clan staat breed uitgesmeerd in de teksten van veel van haar nummers — wie van zijn dochter een aan hem gerichte nieuwjaarsbrief als "Bloody Mother Fucking Asshole" te horen krijgt, zal het vaderschap toch vanuit een ander, dubieus perspectief bekijken. Dat trouwens uitmuntende nummer is de zwaluw waarvan sprake. De volledige debuutplaat was net geen lente, maar een eerder in de menopauze verkerende winter.

Maar ze bevatte meer dan voldoende fijne nummers om naar deze opvolger uit te kijken: sterke songs gezongen door een stem die zich bewust is van haar gebreken maar de nummers juist inkleurde, nu eens zachtjes fluisterend, dan schel of hees uithalend, maar meestal raak. En Snow Patrols "Set The Fire To The Third Bar" werd door de prachtige samenzang met Wainwright uit de zompige grond der kleffe middelmaat gered. Driewerf jammer dan ook dat het met I Know You’re Married … absoluut niet wilt klikken, om redenen die we eigenlijk zelfs niet hadden verwacht. De zwaluw van dienst, een van de beste albumtitels die we in jaren gehoord hebben, vliegt met zijn bek tegen een raam van zoutloze nummers en een Wainwright die vooral vocaal dingen lijkt te willen bewijzen die haar niet bepaald afgaan.

Nochtans begint het niet slecht, met het fraaie "Bleeding All Over You" (de titelsong), dat tekst en melodie perfect in de echt verbindt. Ook verre van onaardig zijn "You Cheated Me" waarin het tekstueel weer vitriool regent terwijl muzikaal de zon weifelend schijnt, en "Comin’ Tonight", al word je al snel gewaar dat dertien nummers van dat allooi een strontvervelende plaat hadden opgeleverd. Helemaal problematisch wordt het wanneer die op de loer liggende verveling enkel gecounterd wordt door irritatie.

Die grens wordt dapper overschreden in bijvoorbeeld "Tower Song", dat Wainwright door haar onbegrijpelijke vocale geldingsdrang, net als de meeste songs stuurloos maakt. Of om het, niet toevallig, met een zegswijze te zeggen: voor een schip zonder roer, is iedere wind tegenwind. De arrangementen reiken trouwens de hand naar broer Rufus, wiens stem dit nummer veel meer diensten had bewezen — we geven het toe, een gemakkelijke opmerking. Ook in "Niger River" ontwaren we een knappe song, maar Wainwright klinkt voor het grootste deel als een dronken, stuurloze lorelei die schippers vlug rechtsomkeer zou doen maken.

Maar niet alles is huilen met de lamp uit: Wainwrights cover van "See Emily Play" is even limoenfris als steengoed, en het rauwere "In The Middle Of The Night" laat horen hoe de volledige plaat had moeten/kunnen klinken. Daarin vindt ze het perfecte evenwicht tussen erop en erover. Ook slotnummer "I Wish I Were" doet ons telkens afvragen of we de rest van de plaat horende doof waren. Maar nee: "Hearts Club Band" heeft net als "Jesus and Mary" knappe strofes, maar beide zijn in hetzelfde bedje ziek. "So Many Friends" en "The George Song" hebben ook hun momenten, maar zodra we zulke bewoordingen moeten bovenhalen, is het tijd om af te ronden.

Welaan dan: de plaat had net zo goed I Know I’m Talented, But I’ve Got Limitations Too kunnen heten, en is voor twee derde een onverwachte afknapper. Of om het met een andere zegswijze te zeggen: geen krieken zonder stenen. Geen koren zonder kaf. Zonde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 1 =