Martha Wainwright :: Come Home To Mama

Na haar Edith Piaf-coverplaat Sans Fusils, Ni Souliers, A Paris heeft Martha Wainwright eindelijk nog eens eigen werk klaar. Dat nam ze onder het vakkundige oog van Yuka Honda in Sean Lennon’s appartement op. Dat vakkundige oog kon evenwel geen algehele victorie garanderen.

Come Home To Mama schiet weinig flatterend uit de startblokken met “I Am Sorry”, dat met zijn gezapige ritme en lijzige gefluit een bijster gedateerde indruk nalaat. Alsof dat nog niet genoeg is, haalt Martha hier haar minst geraffineerde zanglijn ooit boven, wat het nummer nog logger maakt. Wainwright lijkt wel vaker het besef van haar eigen vocale kunnen kwijt te zijn. Onder “Radio Star” schuilt een heerlijke gitaartrack die van het ene tempo in het andere vloeit alvorens in een briljantje bridge zelfs onverwacht soulvol uit de hoek te komen. Pretbederver van dienst is de zanglijn die bij momenten te hoog voor Wainwright’s kopstem ligt.

Het net-niet-gevoel keert meermaals terug. “Can You Believe It” trekt de poplijn van I Know You’re Married But I Have Feelings Too door, maar blijft te lang in the middle of the road hangen alvorens de blazers een lach op je gezicht kunnen toveren. Pas wanneer Martha zich op ingetogener territorium begeeft, begint Come Home To Mama indruk te maken. Het door Kate McGarrigle zaliger neergepende “Prosperina” is als een prachtige klassieke muziekdoos waarin haar dochter als een porseleinen ballerina tussen engelenkoren danst. Een bijster theatrale creatie, die in zijn dramatiek instrumentale bombast en daardoor ook muzikale kitsch vakkundig ontwijkt.

Wanneer ze haar oude kracht teruggevonden heeft, lijkt Martha plots tot nieuwe inzichten te komen. De vederlichte elektronica, subtiele stemsamples en lichte belletjes geven een betoverend effect aan “Leave Behind”, dat wel een samenwerking met Psapp lijkt. Vanaf dat punt lijken de puzzelstukken steeds beter en op verfrissende wijze op hun plaats te vallen. Op “Four Black Sheep” neemt ze deze digitale aanpak mee op een geslaagde uitstap richting droompopland en het funky “I Wanna Make An Arrest” lijkt er een krols eresaluut aan Prince mee te geven. Nog intrigerender is “Some People”, een amalgaam van zijdezachte rhythm & blues en melancholica dat verder ingekleurd wordt door synth-accenten, korte koorpartijtjes en stroken strijkers.

Het hoeft ook niet altijd angstvallig anders te klinken. In de laatste songs grijpt Wainwright terug naar de sobere belijdenissen die haar groot maakten. Als ze haar ziel zo kwetsbaar blootlegt, vergeet je dat het poreuze “All Your Clothes” als de Tori Amos-behanding van “Far Away” klinkt en dat aflsuiter “Everything Wrong” op het tromgeroffel na behoorlijk “I Wish I Were” aandoet. Terugverwijzingen zijn redundant als het eindresultaat zo aangrijpend klinkt.

Op een korte plaat als deze zorgt een valse start voor een serieuze domper. Vier nummers ver loop je dan plots een plaat in met misschien wel het beste en meest gevarieerde materiaal van deze dame. Had ze meer uit het elektronica-vaatje getapt, dan hadden we alweer van een geslaagde langspeler kunnen spreken, nu voelen we ons eerder getuige in het werkproces tot…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − zeven =