The Kooks :: Konk

Het succesverhaal, deel twee. Wisten The Kooks twee jaar geleden heel wat harten te veroveren met een sterke debuutplaat en, vooral, stevige singles, dan ziet het er naar uit dat een en ander overtroffen zal worden. De band is terug, met een nieuwe plaat en daarop is elk nummer een potentiële single.

Waar is de tijd dat rockbands niet wisten wat gedaan na een plotse doorbraak? Niet zo bij The Kooks, die zichzelf met debuut Inside In/Inside Out twee jaar geleden van scholier naar popidool gekatapulteerd zagen. Pop, inderdaad, want The Kooks zijn niet bepaald de meest edgy rockband out there. Ondanks die popinslag en hitgevoeligheid is het Britse viertal niet te beroerd om kwaliteit af te leveren en wie zichzelf niet blootstelt aan een overdosis Kooks — radio uit wanneer een single verschijnt! — kan bijna niet anders dan toegeven dat de jongelingen verdomd sterk uit de hoek kunnen komen als het aankomt op het schrijven van een degelijke song.

En dat moet na het succes van het debuut ook binnen de groep duidelijk geweest zijn. Opvolger Konk serveert bijgevolg niets nieuws, maar puurt de beste elementen van het debuut verder uit en levert daarmee een weinig verrassende, maar verduiveld aanstekelijke nieuwe plaat af. Een plaat die bovendien ijzersterk opgebouwd is. Zo trekt opener "See The Sun" rustig en akoestisch op gang, maar wanneer na nog geen minuut de elektrische gitaar invalt, is het al prijs en gaat het haar op de armen omhoog. Niet alleen fijne songs, ook ijzersterke rifs ditmaal bij de jonge Britten.

Wat dat betreft toont "Sway" het beste van het beste. Op het eerste gehoor sleept de song maar wat voort, alsof het frontman Luke Pritchard allemaal gestolen kan worden, maar plots bruist het nummer helemaal open en openbaart zich een gigantisch feest voor je oren, niet in het minst dankzij de heerlijke gitaarlicks van Hugh Harris.

Natuurlijk zijn er ook op Konk de standaardingrediënten die reeds gekend zijn van Inside In/Inside Out, zoals een een knaller van een single die de boel moet trekken. In dit geval neemt "Always Where I Need To Be" die eer op zich, en met verve. Hoewel we het nummer alweer wekenlang dag in dag uit op elk mogelijk radiostation horen, ontdekken we steeds weer nieuwe dingen in de song, als was het een bewijs van het sterk songschrijversschap van de heren.

Ook "Do You Wanna" is daarvan een bewijs: an sich is het nummer niet meer dan een — nogal onverbloemde — smeekbede om jonge deernes in de sponde te krijgen, maar de muzikale omkadering is van die aard dat we de deernes in kwestie gerust zouden willen aanporren op het aanbod in te gaan. Want jawel, ook "Do You Wanna" is een typische aanstekelijke Kooks-song, zoals elke song op Konk. En ergens doet het vreemd aan om bij een groep die net z’n tweede langspeler klaar heeft over een typisch geluid te spreken. Maar het zij zo: de band klinkt nu eenmaal zeer herkenbaar, niet in het minst dankzij de gestroomlijnde vocalen van Pritchard.

Dat Harris bovendien net wat meer kapriolen — versta: de versterker wat verder open draaien — uithaalt op dit album, maakt dat Konk net genoeg van zijn voorganger verschilt om te blijven boeien, maar er ook genoeg overeenkomsten mee heeft om het publiek zelfs geen fractie van een seconde in verwarring te brengen. Clever van de jongens, maar het weze hen vergeven: Konk is nu eenmaal een fijne plaat. Niet meer, en zeker niet minder: voor de snelle kopers steekt bij Konk het schijfje Rak. Op Rak enkele nieuwe akoestische nummers, die nogal weinig om het lijf hebben. Voer voor de fanatieke fans, met andere woorden.

The Kooks staan op zondag 6 juli op de mainstage van Rock Werchter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 1 =