Taken




Het schijnt dat een grote meerderheid van het Amerikaanse volk
hun hele leven lang hun eigen land niet verlaten – elke vakantie
speelt zich af binnen de grenzen van the good old US of A,
en wat meer is, ze zien ook geen enkele reden waarom dat anders zou
moeten zijn. Ik heb lang niet begrepen hoe dat kwam – zijn die
mensen dan zelfs geen klein beetje nieuwsgierig naar wat er voorbij
hun achtertuin ligt? – maar misschien hebben de media er wel wat
mee te maken. Ga maar na: het buitenland opzoeken is volgens de
gemiddelde Amerikaanse film een onderneming waar zonder kogelvrij
vest en vlammenwerper geen beginnen aan is. Of ze martelen je dood
in een ondergrondse kerker (‘Hostel’), of ze jatten je organen
(‘Turista’), of ze slaan je gewoon om de oren met eender welk
nationaal stereotype je dan ook maar kunt wensen (‘Eurotrip’). In
‘Taken’ blijkt zelfs Parijs, nochtans niet de meest lugubere
bestemming ter wereld, weinig meer dan een netwerk aan Albanese
gangsters, corrupte Franse flikken en geile Arabische sjeiks, waar
dan ergens middenin een Eiffeltoren staat. Nog een geluk dat er
Amerikaanse ex-CIA agenten bestaan om orde op zaken te stellen
tussen al dat Euro- en ander trash. ‘Taken’ –
nochtans geschreven en geregisseerd door Luc Besson en Pierre
Morel, twee Fransmannen – draagt zonder zich daar verder vragen bij
te stellen vrolijk zijn steentje bij aan het soort Amerikaanse
xenofobie dat van elk land dat niet Amerika heet, een letterlijk of
figuurlijk mijnenveld maakt.

Liam Neeson speelt Bryan, een voormalige CIA-man die
tegenwoordig zijn dagen vult met pogingen om de beschadigde relatie
met zijn zeventienjarige dochter Kim (Maggie Grace) te herstellen.
Wanneer Kim zijn toestemming vraagt om naar Parijs te gaan met een
vriendin, is Bryan aanvankelijk niet voor dat idee te vinden (want
Parijs is Amerika niet), maar wanhopig als hij is om opnieuw wat
affectie van haar te krijgen, laat hij haar toch gaan. Big
mistake:
Kim is nauwelijks van haar vliegtuig gestapt voordat
ze ontvoerd wordt door Albanese vrouwenhandelaars. Bryan kan het
hele voorval live volgen over de telefoon. Meer dan reden
genoeg voor hem om in pure Jack Bauer-stijl door Parijs te scheuren
om er zijn maagdelijke engeltje terug te vinden.

Eén ding moet je Besson en Morel nageven: ze proberen hun film
absoluut niet te vermommen als iets dat het niet is. ‘Taken’
kondigt zichzelf aan als een vunzig wraakfilmpje dat geen enkele
andere ambitie heeft dan je wat goedkope viscerale thrills
te bezorgen, en dat is ook precies wat je krijgt. Het is een
fantasietje dat zichzelf vrolijk onttrekt aan de werkelijkheid –
zoals het blijkbaar hoort in dit genre film, kunnen de slechten
voor geen meter mikken, raken de kogels van de held nooit op, is
het geen enkel probleem om eerst enkele doden achter te laten op
een luchthaven en een uur nadien alweer een koffie te zitten
drinken in de Fouquet’s en kan je te voet perfect een wegracende
wagen bijhouden (met een auto een boot op de Seine volgen is dan
weer een stuk moeilijker). Verder komt het zelfs nooit bij Bryan op
om na de ontvoering van zijn dochter de overheid in te schakelen –
of het nu de Franse politie, de Amerikaanse ambassade in Parijs of
zijn eigen CIA is – maar begint hij gewoon meteen op z’n eentje aan
zijn wraakactie. Je kunt daar over vallen, maar het enige dat het
in de praktijk uitmaakt, is dat ons op die manier tenminste een
resem scènes bespaard blijft waarin de onmacht, onkunde en/of onwil
van die autoriteiten om Bryan te helpen uit de doeken worden
gedaan. Uiteindelijk moet de held het toch altijd op z’n eentje
oplossen – zo sterk weegt het Amerikaanse cowboyprincipe nog wel
door.

Met z’n zuinige speelduur van 90 minuten en minimale
karaktertekening kun je niet ontkennen dat er energie zit in
‘Taken’. De film sjeest er als een gek vandoor en vermijdt
adempauzes – allicht omdat Besson en Morel niet zouden willen dat
de kijker tijd krijgt om even na te denken over wat hij ziet. Een
aantal actiescènes zijn zelfs goed in beeld gebracht, inclusief een
shoot-out in de groezelige keuken van de Albanese gangsters
(gevechten hebben schijnbaar altijd meer impact als ze zich
afspelen op een kleine locatie). Maar als je de balans opmaakt,
moet je in ruil voor die occasioneel opwindende scènes toch te veel
onzin slikken en te veel door de vingers zien. Om de grootste
giller maar even te noemen: wat dacht u van Liam Neeson die
zichzelf uitgeeft voor Franse flik? Terwijl hij gewoon zijn eigen
Engels met een Ierse tongval blijft spreken?

Eén van de meest onrustwekkende dingen aan ‘Taken’ is overigens
hoe onbeholpen Neeson over het scherm sluipt. Normaal gezien is hij
één van de meest betrouwbare acteurs in de business, maar de
collectie one-liners die hij hier krijgt, in plaats van
een volwaardig personage, geeft hem maar weinig om mee te werken.
Ondanks zijn indrukwekkende fysiek (wat is die vent groot!) is
Neeson een karakteracteur en geen actieheld, maar dat is wel hoe
hij hier gebruikt wordt. Zijn personage lijkt een poor man’s
version
van Matt Damons Jason Bourne – de spion die niet zijn
geheugen, maar wel zijn persoonlijkheid is verloren. Hij wordt
omringd door een cast aan nevenpersonages die zelden meer dan
middelmatig zijn. Xander Berkeley versterkt het gevoel dat je naar
een lange aflevering van ’24’ aan het kijken bent en houdt het daar
bij, Famke Janssen wordt volledig verspild aan een veredelde cameo
en Maggie Grace is ronduit irritant als de gibberende tienerdochter
(geen wonder dat die Albanezen haar een prop in haar mond
steken).

Je kunt ‘Taken’ heel wat dingen kwalijk nemen – het reactionaire
gedachtegoed dat gesuggereerd wordt door een plotlijn waarin één
heldhaftige Amerikaan het opneemt tegen allerhande buitenlands
tuig; de ongeloofwaardigheid; de clichés; de anorexisch magere
personages. Maar de ultieme manier om een film in te schatten,
blijft toch nog steeds de eeuwige vraag: wat belooft zo’n prent en
wat levert hij uiteindelijk af? ‘Taken’ belooft crappy
actiefun, en levert die sporadisch. Te sporadisch om al de rest te
verantwoorden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vier =